Internetgebruiker en veranderingen in de zorg
Deze publicatie bevat de resultaten van een onderzoek onder internetgebruikers dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg liet uitvoeren naar het gebruik van het internet in relatie tot veranderingen in de zorg. Dit onderzoek is uitgevoerd in november 2004 door het bureau Flycatcher te Maastricht.
Informatie over gezondheid en zorg
Eenderde van de internetgebruikers zoekt meerdere keren per jaar naar informatie over gezondheid en/of gezondheidszorg. Dit betekent dat meer dan 3 miljoen mensen dit doen. Minder dan een kwart gebruikt
het internet hiervoor nooit. Een toenemend aantal mensen zoekt voorafgaand aan een bezoek aan hun dokter naar informatie over hun klachten. Het percentage dat dit altijd of vaak doet, is verdubbeld van 16% in
2003 naar 33% in 2004. Van degenen die dit deden besprak bijna een kwart de gevonden informatie met hun arts. Van degenen die een arts hebben bezocht, zoekt iets meer dan een kwart na dit bezoek naar hetgeen
de arts gezegd heeft.
In de afgelopen drie jaar is het percentage internetgebruikers dat via email of internet met huisarts en specialist wil communiceren nagenoeg gelijk gebleven. Meer dan tweederde van hen zegt hieraan behoefte te hebben (ofwel meer dan 6 miljoen mensen). Mensen die vaak naar de huisarts gaan, hebben hieraan meer behoefte dan mensen die minder vaak gaan. Het meest behoefte heeft men aan het langs deze weg krijgen van herhalingsrecepten, het maken van afspraken, het ontvangen van uitslagen van onderzoek en het stellen van vragen over gezondheid en over geneesmiddelen die men gebruikt. De mate waarin via het internet geneesmiddelen wordt besteld, is relatief
gering. Slechts 1% van de internetgebruikers bestelt zo receptgeneesmiddelen.
Veranderingen in de zorg
internetgebruikers hebben gemerkt dat in de afgelopen tien jaren de zorg veranderd is. Het meest viel hen op dat hun huisarts met een PC is gaan werken. Verder viel meer dan de helft van hen op dat er medisch meer
mogelijk is geworden en dat bepaalde handelingen die in het verleden door een arts gedaan werden nu door een ander, bijvoorbeeld verpleegkundige of assistente, worden uitgevoerd.
Meer dan zes van de tien internetgebruikers weet zeker of denk dat de zorg beter georganiseerd kan zijn. Bijna vier op de tien is er zeker van of denkt dat de aan hen verleende zorg kwalitatief beter kon. Desalniettemin vindt meer dan een op de drie internetgebruikers dat de gezondheidszorg in Nederland tot de besten van de wereld behoort.
Het percentage internetgebruikers dat vindt dat de zorg als geheel in de afgelopen jaar verbeterd is (24%) is bijna even groot als het percentage dat vindt dat deze verslechterd is (28%). De meerderheid is positief over de verbetering van de beschikbare onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden, de mate waarin artsen patiënten informeren, de mogelijkheid om als patiënt zelf te beslissen, de geboden keuzemogelijkheden en de bejegening. Een aanzienlijk deel van de internetgebruikers vindt dat de situatie verslechterd is wanneer het gaat om de tijd dat men op onderzoek of
behandeling moet wachten, de tijd die de arts voor de patiënt heeft, de tijd dat men in de wachtkamer zit, de mogelijkheid om de arts te bereiken en de wijze waarop de zorg georganiseerd is.
Eigen initiatief en veranderingsbereidheid
Iets meer dan een kwart van de internetgebruikers zegt in het algemeen goed op de hoogte te zijn van onderzoeken om een diagnose te stellen, zoals MRI. Meer dan eenderde probeert zo veel mogelijk op de hoogte te
blijven over de behandelingsmogelijkheden van ziekten. Vrouwen, ouderen en chronisch zieken scoren op beide punten significant hoger. 12% van de internetgebruikers gaf aan wel eens naar een andere medisch
specialist of ziekenhuis te zijn gegaan dan oorspronkelijk de bedoeling was. De belangrijkste redenen waren dat men te lang moest wachten of dat men ontevreden over de behandeling was. De keuze voor een andere
specialist of ziekenhuis werd in bijna de helft van de gevallen door betrokkene zelf gemaakt; in een kwart van de gevallen hielp de huisarts bij de keuze. Maar liefst 71% van de internetgebruikers wil zijn of haar medische
gegevens via het internet kunnen inzien. Uiteraard scoren chronisch zieken hierop hoger (80%). Bijna de helft van de internetgebruikers gaat zonder meer af op hetgeen de arts zegt en doet. Bijna de helft van hen zegt dat het voor hen te
moeilijk is om zelf een beslissing te kunnen nemen over diagnosestelling en behandeling. Iets meer dan de helft vindt dat de arts in voldoende mate vraagt naar hun voorkeur qua onderzoek en behandeling. 40% zegt zich hiermee niet bezig te hoeven houden omdat dit de taak van de arts is.
Een groot deel van de ondervraagden vindt informatie over best practices belangrijk. Bijna 90% van hen is het eens met de stelling dat men zijn arts naar de beste behandeling zou vragen wanneer men zou weten welke de beste behandeling is. Ook zou bijna 80% voor de keuze van een specialist willen weten of hij de beste behandeling toepast. En als men er gemakkelijk achter zou kunnen komen, bijvoorbeeld via internet dan zou tweederde van hen dit doen.
Bijna de helft van de internetgebruikers vindt van zichzelf dat men zich ten opzichte van hun arts mondiger opstelt dan enkele jaren geleden.
Het deel van de internetgebruikers dat zelf wil beslissen over welk onderzoek en welke behandeling men krijgt neemt toe van 34% in 2003 naar 49% in 2004. Slechts 14% wil deze beslissing geheel aan de arts overlaten; 30% wil dit samen met de arts beslissen. Bijna de helft van de internetgebruikers verkiest een geneesmiddel dat al
jaren op de markt is en waarvan men de werking en bijwerkingen kent boven een recent op de markt gebracht geneesmiddel. Een op de vijf kiest voor het nieuwe middel. Iets meer dan eenderde prefereert een arts die eerst afwacht of nieuwe typen behandelingen hun waarde bewezen hebben boven een arts die snel nieuwe behandelingen toepast. Een op de vier kiest voor de arts die snel nieuwe behandelingen toepast. Invloed van de media
Voor meer dan één op de tien internetgebruikers is informatie die zij via het internet gekregen hebben een of meerdere keren aanleiding geweest om naar de huisarts te gaan. Onder internetgebruikers die chronisch ziek
zijn is dit percentage twee keer zo hoog. Voor andere media liggen deze percentages lager. Via media verkregen informatie was vaker aanleiding om tijdens een bezoek aan de huisarts vragen te stellen over deze informatie. Voor 22% van de internetgebruikers was dit het geval voor via het internet verkregen
informatie. Ook in dit opzicht scoorden chronisch zieken twee keer zo hoog (40%). Hoe vaker men naar de huisarts gaat, des te meer stelt men via de media verkregen informatie aan de orde.
Conclusie
Een groot deel van de internetgebruikers is geïnteresseerd in gezondheid en gezondheidszorg. Het percentage ‘mondige’ patiënten neemt toe. Ook het percentage dat zelf wil beslissen welk onderzoek of welke behandeling men ondergaat, stijgt. In toenemende mate gaat men naar aanleiding van elders verkregen informatie met zijn of haar arts in discussie. Hoe gemakkelijker men aan informatie kan komen en hoe meer men weet over bijvoorbeeld best practices des te groter is de kans dat men de arts hierop aanspreekt. Op grond van de in dit onderzoek verzamelde gegevens komt een ruwe schatting over de grootte van de groep internetgebruikers die druk kan uitoefenen op de arts om te handelen overeenkomstig zijn wensen op ongeveer eenvijfde van het totaal.
Het gehele rapport is op de rvz.net te lezen.




