Volksgezondheid kan ook in crisistijden overeind blijven
10 februari, 2012 – 12:48 | One Comment

Zelfs in dramatische crisistijden, wanneer het Bruto Binnenlands Product instort, is het mogelijk om een goede volksgezondheid te verzekeren. Als men bereid is de publieke gezondheidszorg te versterken. “Kijk bijvoorbeeld naar Cuba in de jaren …

Read the full story »
*Medisch Nieuws*

Medisch Nieuws

Nieuwe ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen

Onderzoek

Onderzoek

Opinie & Beschouwing

Opinie & Beschouwing

Zorg 2.0

De zorg is in beweging.

Home » Eerstelijn

Staatssecretaris Bussemaker: Zo nodig juridische meldplicht artsen voor genitale verminking’

Submitted by on 2 juni, 2008 – 10:43No Comment

Artsen hebben in de ogen van staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS een morele meldplicht bij een vermoeden van vrouwelijke genitale verminking. Maar als die morele meldplicht niet werkt, sluit zij een juridische meldplicht niet uit. Dat zegt de staatssecretaris deze week in een tweegesprek met de voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Steven van Eijck, dat deze week gepubliceerd wordt in het LHV-tijdschrift Huisarts in Praktijk. ‘We moeten er in overleg alles aan doen om binnen een jaar tot goede regels voor de uitvoering van die morele meldplicht te komen, want als dat niet lukt zal ik toch zoeken naar mogelijkheden om tot een juridische meldplicht te komen’, aldus Bussemaker.

De staatssecretaris streeft naar een vermindering van de administratieve lasten van huisartsen, onder andere op het terrein van de indicatiestelling in de zorg. ‘Op het gebied van indicatiestelling denk ik dat we veel meer toe moeten naar sociale netwerken van huisartsen, verpleegkundigen en misschien ook andere partijen zoals woningcorporatie, die vanuit de praktijk naar de indicatie kijken, Het zou mooi zijn als we in de toekomst alleen achteraf en steekproefsgewijs hoeven te controleren of het goed gaat. Het huidige Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) zal in die nieuwe opzet overigens niet verdwijnen. Bussemaker: ‘’Voor de meer gecompliceerde zorgvragen zal het CIZ altijd bliven bestaan.’

Bussemaker en Van Eijck verschillen van mening over het besluit om een overtijdbehandeling niet bij de huisarts maar in een abortuskliniek te laten plaatsvinden. Waar Van Eijck kiest voor de vertrouwde omgeving van de huisartspraktijk, heeft Bussemaker een juridisch argument voor de recente keuze voor de abortuskliniek. ‘Het probleem is dat de huisarts een vetrouwensrelatie heeft met het meisje, dat niet wil dat de ouders op de hoogte worden gesteld van het probleem. Het zicht op het aantal abortussen zou dus dreigen te verdwijnen als de huisarts degene is die de overtijdbehandeling doet. Abortusklinieken hebben hiervoor een meldplicht. Bovendien speelt mee dat de huisarts op jaarbasis te weinig overtijdbehandelingen zou doen om hierin de noodzakelijke expertise op te bouwen.’

Comments are closed.