Ontwikkeling van Centra voor Jeugd en gezin worden door regering belemmerd
Vanaf 1 januari 2009 ontvangen gemeenten geen geld meer voor de jeugdgezondheidszorg via een Rijks specifieke uitkering voor jeugdgezondheidszorg (RSU) maar via een nieuwe Brede Doel Uitkering Jeugd (BDUJ). Dat leidt er toe dat er vele gemeenten zich nu heroriënteren of ze de bekostiging van jeugdgezondheidszorg willen voortzetten. Vele bestuurders van deze sector bezoeken daarom dit najaar tal van wethouders om te vertellen dat preventie van kinderziekten en opvoedingsondersteuning nog steeds zinvol zijn. Vaak ontmoeten zij dan opvattingen dat het oprichten van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) toch leidt tot besparingen. Maar dat is niet het geval. De CJG’s leiden tot meer en eerdere interventies voor kinderen met opvoed- en opgroeiproblemen.
De door de regering ingevoerde overgang van RSU naar BDUJ vraagt om grote aandacht van managers van de jeugdgezondheidszorg. Die gaat ten koste van de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin. De start van deze centra wordt daardoor afgeremd. Bovenstaand betoog pikte ondergetekende op tijdens bezoeken deze week aan twee provincies. Managers hadden behoeften hun hart bij mij te luchten. Ik heb gezegd dat er eigenlijk beleidsmatig iets niet klopt. Of de regering wil Centra voor Jeugd en Gezin, laat de bestaande RSU overeind en beschermt daarmee de jeugdgezondheidszorg als hoeksteen van de CJG’s. Of de regering stelt volledige beleidsdecentralisatie naar gemeenten via de BDUJ voorop en laat haar ambities met Centra voor jeugd en Gezin vallen.




