Verdeling van zorgtaken bij ouders beïnvloedt de latere arbeidspatronen van hun kinderen
Hoe ouders arbeid en zorg onderling verdelen beïnvloedt mede de latere arbeidspatronen van hun kinderen. Dat blijkt uit onderzoek van Anne van Putten. Mannen vervullen doorgaans een kleiner aandeel van het huishoudelijke werk en vrouwen een groter aandeel, naarmate hun vaders in hun kindertijd een kleiner aandeel in het huishouden hadden en hun moeders een groter aandeel. Bovendien werken vrouwen die opgroeiden met een huismoeder gemiddeld minder uren op de arbeidsmarkt in volwassenheid, dan de dochters van werkende moeders. Zo bezien lijkt een seksestereotype (traditioneel) rolmodel van ouders in de kindertijd en het gebrek aan werkgerelateerde vaardigheden en middelen van huismoeders een barrière te vormen voor het ontstaan van egalitaire arbeidspatronen onder hun kinderen.
Daarentegen kan de overdracht van praktische hulp van ouders naar kinderen in volwassenheid juist egalitaire rolpatronen stimuleren. Moeders met jonge kinderen participeren namelijk vaker op de arbeidsmarkt en werken meer uren als de grootouders hen huishoudelijk werk uit handen nemen.
Tot deze conclusies komt Anne van Putten in haar proefschrift ‘Intergenerationele overdracht en gender-stereotype arbeidspatronen’. Beleidsmaatregelen die seksestereotype arbeidspatronen beogen te doorbreken moeten er volgens de promovenda dan ook rekening mee houden dat het gedrag van ouders deze patronen mede beïnvloedt, zowel tijdens de kindertijd als in volwassenheid.




