Overgewicht nadelig voor sperma
7 februari, 2012 – 11:51 | No Comment

Overgewicht en obesitas verkleinen vruchtbaarheid en kans op kinderen
Overgewicht en obesitas zorgen bij mannen, onafhankelijk van andere leefstijlfactoren, voor een lagere zaadkwaliteit. Zowel de hoeveelheid zaadcellen als hun beweeglijkheid wordt beïnvloed door het lichaamsgewicht. Ongezonde …

Read the full story »
*Medisch Nieuws*

Medisch Nieuws

Nieuwe ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen

Onderzoek

Onderzoek

Opinie & Beschouwing

Opinie & Beschouwing

Zorg 2.0

De zorg is in beweging.

Home » E-health, Nieuwe ontwikkelingen, Zorg & ICT, Zorg 2.0, Zorgverzekering

In debat over E-health: Zorgverlening via internet

Submitted by on 21 april, 2010 – 16:49No Comment

eHealth 2 300x147 In debat over E health: Zorgverlening via internet eHealth 2 300x147 photoapril 2010 ehealth 001 300x200 In debat over E health: Zorgverlening via internet april 2010 ehealth 001 300x200 photoE-health: voor de een is het bekend en een feit, voor de ander is het nieuw en een moderne toepassing, die vooral  vragen oproept. Belangrijk bij e-health is dat de patiënt centraal staat. Zoals een van de sprekers zei: de medische sector moet de patiënt volgen en meer ‘e-health minded ‘ zijn. Iets wat  binnen de vaak wat behoudende medische sector nog lang niet vanzelfsprekend is.
Bruggink Communicatie Support organiseert jaarlijks debatten over actuele ontwikkelingen in de (farmaceutische) zorg.  Op 20 april is in het oude gemeentehuis van Huizen een debat over E-health: zorgverlening via internet.

Ongeveer 80 deelnemers uit de medische sector, zorgverzekeraars, farmaceutische industrie, overheid en patiëntenorganisaties nemen hieraan deel onder oplettende en stimulerende leiding van Chiel Bos (“Kwartiermaker E-health”, VU).  Zijn stelling zorgt alvast voor wat vuur: “Ik, als patiënt in Nederland, word in de zorg nadelig beïnvloed door de discussie over veiligheid.”

Het debat wordt aangezet door twee inleiders:  Bas Bloem, Hoogleraar neurologische bewegingsstoornissen UMC st Radboud en directeur ‘mijn zorgnet’,  en Internist, oncoloog en medisch directeur Esperanz, Aart van Bochove.

Bas Bloem benadrukt in zijn inleiding dat ICT (of health) een ‘tool’ is en niet een doel. De zorg wordt dan ook niet gedreven door technologie. Hij signaleert wel een kloof tussen technologische mogelijkheden en argwanende artsen in de zorg. Zorg 2.0 is ‘collaborative care’, het is luisteren naar de klant; de patiënt is medeproducent. Het ParkinsonNet, een onderdeel van het UMC St Radboud, is daarvan een goed voorbeeld. Uit eigen onderzoek onder patiënten met Parkinson blijkt dat ICT vooral door ouderen (!) gewenst is. Het is ook logisch, want via online mogelijkheden is het nu veel eenvoudiger om anderen te ontmoeten en contact te krijgen met behandelaars.  Bovendien hoeven ze minder te reizen. Een ander sprekend voorbeeld is de digitale IVF-poli. Een belangrijk pluspunt hier is behalve het online tweerichtingverkeer, dat betrokken echtparen in hun eigen huiskamer resultaten kunnen zien en bespreken. Een volgende stap is  ‘mijn zorgnet’, een serviceorganisatie die nu ontwikkeld wordt, waar patiënten (in een beveiligde omgeving) hun eigen dossier samenstellen en volgen, maar waar ook zorgverleners op discipline, locatie of op naam kunnen worden gezocht. Dankzij subsidie van het ministerie van VWS en UMC St Radboud kan dit nu worden uitgevoerd. Moderne ICT technieken zijn uitstekende hulpmiddelen om patiënten te ondersteunen. Want, zo benadrukt hij telkens, de patiënt moet centraal staan, de patiënt is leidend.

Esperanz, experts in kankerzorg, is ‘een organisatie voor oncologische zorg in de regio Noord-Holland midden’.  Medisch directeur Aart van Bochove legt uit hoe deze samenwerking van drie ziekenhuizen in de praktijk werkt. Kankerspecialisten en – verpleegkundigen van Waterlandziekenhuis, het Westfriesgasthuis en het Zaans Medisch Centrum bundelen menskracht, kennis, ervaring en infrastructuur. Vanaf het begin is uit dit ook ‘webbased’ uitgevoerd, omdat is onderkend dat patiënten niet alleen online informatie willen, maar ook interactieve mogelijkheden gebruiken. Op wens van huisartsen wordt daar een soort track en trace aan toegevoegd, zodat zij kunnen volgen in welke fase van de behandeling hun patiënt is en niet pas op de hoogte worden gesteld van de stand van zaken als de patiënt al hoog en breed thuis is.

Na deze inleidingen start het eigenlijke debat. In het panel nemen behalve de twee inleiders zitting: mw Baardman, teammanager team keuze van het NPCF (Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie), dhr Nienhuis, voorzitter werkgroep E-health Nu (samenwerkingsverband Achmea, Menzis, KPN, Philips en TNO) en mw E. Maat, Projectleider ICT en EPD van het ministerie van VWS.

Op de vraag van de gespreksleider wat nog opgelost moet worden, wordt geconstateerd dat de zorgsector helaas nog wat conservatief is. Dit komt door regels en financiering, maar ook door onbekendheid. Het e-health aanbod door artsen ligt onder de 10%. Dit lijkt in tegenspraak met e-health voor de psychische zorg waar goede resultaten zijn. De reden hiervan is wellicht dat juist door de privacy en anonimiteit mensen hier zaken kunnen bespreken, die ze privé niet doen. Er is behoefte aan een zorgstelsel dat dit soort innovatieve maatregelen stimuleert.
De angst voor ‘overload’ door extra mogelijkheden van zorgverlening via internet, blijkt in de praktijk niet gestaafd. Zo zijn er ervaringen van verpleegkundigen die niet de hele dag bezig zijn met telefoontjes beantwoorden, maar op gezette tijden per dag e-mails beantwoorden. Zowel voor zorgvrager als verpleegkundige is dit overzichtelijker en rustiger.
De ervaringen rond ‘Parkinson’ tonen aan dat er juist een kostenreductie op gang komt. Er is gerichter en gestructureerder contact, waardoor op den duur minder contact nodig is.

Vanzelfsprekend ontstaat er een discussie over een gewenst keurmerk en veiligheid. De patiënt wil weten dat de dokter met wie hij/zij contact heeft ook daadwerkelijk een dokter is;  de dokter wil het omgekeerde ook weten. Dit wordt geboden binnen een veilige privé omgeving, maar ook binnen de setting van een bekende website zoals van het Radboud of Esperanz. Het ministerie is voorstander van een standaardisering en uniformering. Realisering daarvan is echter lastig. Bovendien is e-health een evolutie, het gaat als het ware vanzelf verder zonder allerlei standaarden. Als de lijn is ‘de patiënt volgen’ , dan is er geen zorgstandaard nodig, het ontwikkelt zichzelf.

Met enige regelmaat komt een pleidooi voor openheid tussen beroepsgroepen. E-health brengt dat met zich mee, maar het is een omslag om de andere houding die hierbij nodig is te zien en op te volgen. Bovendien moeten er nog veel contacten worden gelegd. Zo is ‘Parkinson’ nog niet begonnen met de apothekers. Binnen afzienbare termijn komen er aanbevelingen mbt medicijnen. Ook is er binnen opleidingen veel meer aandacht nodig voor E-health; voor jongeren is dit niet altijd vanzelfsprekend en voor veel opleiders een nog onbekend fenomeen.

Chiel Bos herinnert aan zijn stelling van het begin: laat je niet afleiden door de discussie over veiligheid. Hij sluit af met de uitstekende marketing tool “hebt u het er onderling al over gehad?”

Annet van Betuw voor MedicalFacts

Comments are closed.