Een beetje extra vet hebben kan je leven redden op de intensieve care
Tijdens kritieke ziekte vinden er belangrijke veranderingen plaats in het vetweefsel, waardoor schadelijke stoffen beter worden opgenomen en bewaard. Op die manier lijken wat extra vetreserves nuttig te zijn in de strijd voor overleving. Dat melden onderzoekers van de afdeling Intensieve Geneeskunde van de K.U.Leuven.Dr. Lies Langouche heeft nu samen met professor Greet Van den Berghe en collega’s als eerste aangetoond dat deze associatie tussen overgewicht en betere overleving op intensieve zorgen kan verklaard worden doordat er tijdens kritieke ziekte in het vet allerlei veranderingen plaatsvinden die een beschermende rol kunnen spelen. Het vetweefsel van een kritiek zieke patiënt wordt namelijk gestimuleerd om schadelijke stoffen in het bloed, zoals teveel aan glucose of vetzuren, op te nemen en te bewaren. Op deze manier worden vitale organen zoals lever en nieren beschermd tegen de schadelijke effecten van deze stoffen. Tijdens kritieke ziekte lijkt het vetweefsel deze beschermende rol te spelen dankzij de aanmaak van nieuwe, kleine vetcellen die erg goed in staat blijken om als ‘vuilbakjes’ te fungeren en aldus bij te dragen tot een verbeterde overlevingskans. Eens de achterliggende mechanismen verder zijn uitgeklaard, kan dit onderzoek leiden tot een verbeterde behandeling van de kritieke zieke patiënt.
De resultaten van deze studie werden recent gepubliceerd onder de titel ‘Alterations in adipose tissue during critical illness: an adaptive and protective response?’ in het toonaangevende vaktijdschrift ‘The American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine’
Bron : KU Leuven




