Ouders willen info over pubers en geen opvoedondersteuning van de GGD
In de het bericht met de kop “Nieuwe CJG cliënt: ruzie, rommel en radeloos”. In dat bericht kwam aan de orde dat vooral ouders van pubers opvoedondersteuning vragen aan de GGD. Rudy Bonnet werkt voor Centra voor Jeugd en Gezin in de stad Utrecht. Hij (of zij?) attendeerde mij op een rapport uit 2004 van Lezwijn van de GGD Regio Stedendriehoek te Deventer. Deze stuurde een vragenlijst naar 1200 ouders van pubers van 11 t/m 18 jaar in de gemeente Apeldoorn. Dertig procent van de ouders reageerde. Van deze groep had 30,4% behoefte aan informatie over grenzen stellen bij het opvoeden (30.4%), 29,3% over emoties van de puber en 24,2% problemen die te maken hebben met school. Ouders zien opvoedondersteuning als een vorm van hulpverlening.
Dat willen ze niet. Ze willen alleen informatie. Deze informatie kan bijvoorbeeld gegeven worden bij het verlaten van de basisschool, maar ook schriftelijk bij de uitnodiging van de GGD voor het Preventief Gezondheidsonderzoek in klas 2 van het voortgezet onderwijs. Het boeiende rapport van de GGD Stedendriehoek vind je door te googelen op “Samenvatting Onderzoek Behoefte aan opvoedingsondersteuning bij ouders van pubers in de gemeente Apeldoorn”. Tot zover dit bericht. Op vrijdag 30 september organiseert het Julius Centrum met vele andere partners een congres over recente professionele en bestuurlijke ontwikkelingen binnen en rond Centra voor Jeugd en Gezin. Noteer alvast de datum. De brochure verschijnt binnenkort.





