GGZ Nederland werkt aan een branchecode omtrent uitzonderingen beroepsgeheim

Array

GGZ Nederland werkt sinds het voorjaar aan een helder omschreven code waarin wordt aangegeven wat de uitzonderingen zijn om de zwijgplicht van hulpverleners te doorbreken. De ggz werkt steeds vaker samen met politie en justitie en dat roept vragen op over hoe met het medisch beroepsgeheim moet worden omgegaan.
Zwijgplicht is bedoeld om de persoonlijke levenssfeer van de patient, maar ook het maatschappelijk belang te beschermen. Iedereen moet zich vrij voelen zorg te vragen, zonder het risico te lopen dat het medisch dossier openbaar gemaakt kan worden. Maar er zijn uitzonderingen mogelijk. Bijvoorbeeld als er uitdrukkelijk toestemming van de client is verkregen om (delen uit) het dossier bekend te maken. Een andere uitzondering betreft wanneer de hulpverlener in conflict van plichten komt. Dit is het geval wanneer de plicht om te zwijgen in conflict komt met de morele plicht om te praten.

GGZ Nederland wil in een code verhelderen wanneer wel en wanneer niet kan worden gesproken. Wanneer kan een hulpverlener het beroepsgeheim verbreken zonder buiten de wettelijke kaders te treden. De code wordt na de zomer afgerond.

Ook na het overlijden van een patient blijft het dossier gesloten. Als het algemeen belang in gevaar komt kan alleen de rechter het dossier opvragen. De waarheidsvinding prevaleert dan boven de zwijgplicht.

Dit is ook het geval bij de zaak rondom Tristan van der V., die in behandeling is geweest bij Rivierduinen. In een reactie zegt Rivierduinen hier het volgende over:
‘Voor de ggz weegt het medisch beroepsgeheim zwaar. Daarom zijn er vanuit de KNMG hier strikte landelijke richtlijnen over opgesteld. Deze richtlijnen voorzien in een afweging tussen maatschappelijk en individueel belang. Het opvragen van het dossier door het OM behoeft altijd een uitspraak van de rechter. Door de Officier van Justitie is gevraagd om het medisch dossier ter beschikking te stellen: Wij hebben daarbij gewezen op de wettelijke procedure. Dit heeft geen vervolg gehad.’

Bron: GGZ Nederland

Redactie Medicalfacts/ Janine Budding

Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg 2.0 en het sociaal domein zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden.

Ik studeerde fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Daarnaast ben ik geregistreerd Onafhankelijk cliëntondersteuner en mantelzorgmakelaar. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de zorg, het sociaal domein en medische-, farmaceutische industrie, nationaal en internationaal. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. En van de zorgwetten waaruit de zorg wordt geregeld en gefinancierd. Ik ga jaarlijks naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties. Momenteel ben doe ik een Master toegepaste psychologie.

De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.

One thought on "GGZ Nederland werkt aan een branchecode omtrent uitzonderingen beroepsgeheim"

  1. Siegfried van Hoek

    De medische geheimhoudingsplicht kent haar oorsprong in de eed van hippocratus. In het begin was deze eed een beroepscode, waarvan thans delen ervan verspreid in de wet terug te vinden zijn. Zo is de algemene zwijgplicht of beter het schenden ervan vastgelegd in het wetboek van strafrecht, en het beroepen op verschoningsrecht ermee in het boek van strafvordering.
    De zwijgplicht betreft algemene zwijgplicht tegen eenieder, en het verschoningsrecht betreft het ten overstaan van de rechter. De geheimhoudingsplicht voor beroepsgroepen is ook wettelijk vastgelegd, inclusief het bekende viertal, arts, advocaat, notaris en geestelijke. Een advocaat kan daarom zwijgen als het graf als hun client vertelt dat er dan en dan iemand concreet vermoord gaat worden. Als de beroepsbeoefenaar zelf crimineel handeld dan vervalt haar/zijn zwijgplicht/verschoningrecht. Saillant detail is dat in medisch handelen als er letselschade in gevolge ontstaat dat er dan nog een andere zwijgcultus de kop op steekt, vanwege onder andere verzekeringstechnische motieven, met alle bekenden negatieve gevolgen er om heen; reden waarom er ook wel eens gekscherend over de eed van hippocrytus werd gesproken onder leden van letselschade-slachtofferverenigingen. Maar de geheimhoudingsplicht bestond in ratio juist pur sang om te garanderen dat een client zich zonder vrees met een hulpvraag tot een geneesheer kon wenden.

    Toch kunnen er redenen zijn waarom een arts zijn zwijgplicht kan/moet doorbreken. We spreken hier dan over tegengesteldheid van belangen: die van het individu, de geneesheer en die van de maatschappij. Belangrijkste voorwaarde is dat het hier om accute reeele situaties moet gaan, en niet om bijvoorbeeld de melding van een ernstig misdrijf begaan in het verleden. Zo zou wetenschap van een op hande zijnde (geweldadige) aanslag weldegelijk een reden kunnen zijn.

    Het probleem is dat de arts zelf verantwoording draagt voor de zwijgplicht en dus ook voor het doorbreken van die plicht. Zo kan ook de bizarre situatie ontstaan dat een arts moet getuigen tegen een client die naar achteraf blijkt onschuldig was, dan heeft de arts mogelijk ineens een fout gemaakt. Als een arts zijn zwijgplicht doorbreekt zal er een toetsing plaatsvinden die bepaalt of die daad rechtmatig was. Hieraan zijn diverse criteria verbonden. Hij/zij zal eerst geprobeerd moeten hebben met de client zelf tot een oplossing te komen etc. De melding moet proportioneel in gevolg ook te verantwoorden zijn. Met name als er geen wettelijke plicht tot melding ligt, of als de client geen toestemming geeft tot doorbreken van de zwijgplicht dan ontstaat er een conflict van belangen. De toetsing of een arts rechtmatig heeft gehandeld in het doorbreken van de zwijgplicht beslaat hoofdzakelijk dle categorie ‘conflict van belangen’ en is bovendien casus afhankelijk. En daarbij: wat vertelt de arts wel en wat vertelt hij/zij niet aan informatie? Daardoor is een richtlijn hier omtrent ook niet makkelijk te standaardiseren. Er bestaan wel protocollen als handleiding.) Maar let op: zelfs als de client de arts toestemming geeft moet de arts beslissen of hij die zwijgplicht wil doorbreken, immers de handeling zal gevolgen met zich mee brengen en de arts zal desondanks beoordeeld worden of de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Alleen bij een meldingsplicht wordt de geneesheer in meer belangrijke mate ontslagen van beoordeling aangaande.

    De wetgever kijkt anders tegen deze materie aan dan de beroepsgroep zelf, en artsen zijn geneigd het zekere voor het onzekere te kiezen en niet te melden. Omgekeerd kunnen we spreken van het maatschappelijk belang tot spreken versus het individuele belang tot medische geheimhouding met het volledig risico in besluit voor de arts zelf, reden waarom de zwijgplicht niet gauw wordt doorbroken…

    Op een speciaal medisch rechtsgebied heeft men al vooruitgang geboekt. Om die gene te doorbreken heeft men in het kader van de bestrijding van kindermishandeling een advies meldpunt kindermishandeling opgezet. De arts kan hier client-anoniem toetsen of het legitiem is om de zwijgplicht te doorbreken. Mocht de (intentionele) melding legitiem zijn, dan wordt de melding officieel doorgezet bij bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg. Maar ook hier geldt dat de arts op weloverwogen besluit pas tot deze test-toetsing mag komen. Men kan zich niet zomaar willekeurig eens tot dat orgaan wenden. Desalniettemin is het een belangrijke stap in de goede richting om de arts tegemoed te komen in de belangen-afweging om al dan niet tot een besluit te komen van het doorbreken van de zwijgplicht.

    Belangrijk onderscheid is dat het moet gaan om een meldrecht en niet om een meldplicht; om individuele rechten van burgers niet per defintie op te offeren aan een (vermeend) maatschappelijk belang van melding. Dit ligt nog gevoeliger bij GGZ clienten, want de client zijn eigen getuigenispositie is zwakker. Toch is de tendens ontstaan om de zwijgplicht aangaande individuele belangen niet meer per definitie te laten prevaleren boven de maatschappelijke belangen van de gemeenschap, en mits dit spaarzaam en doordacht gebeurt kan dit de impasse doorbreken. Een informelere vorm van advisering kan ook als collega’s ruggespraak houden. Maar in principe is een officieel orgaan prefereerbaar om fouten in de keuze tot doorbreken van de zwijgplicht te voorkomen. Een goed epistel wat deze materie rond de complexe problematiek van het medisch beroepsgeheim verder uitdiept is van mw drs Charlotte Nortier geheten: Het Medische Beroepsgeheim uit 2006: http://192.87.209.9/pdf/43128.pdf Op bladzijde 48 komt zij zelfs met een stroomdiagram waarin de zwijgplicht en/of het verschoningsrecht zijn te toetsen.

    Er is een roep om meer transparantie, mede om corruptie tegen te gaan, maar juist beroepsgroepen die werken onder zwijgplicht behoeven dan extra begeleiding onder bescherming tegen maatregelen die eventueel voortvloeien uit het doorbreken van de zwijgplicht. Eigenlijk is het probleem dat thans lagere wetten /regelgevingen overheersen… Als dan maatschappelijk morele verontwaardiging in reactie op een voorval hieruit voortkomt, ontstaan ten dienste op termijn in gevolge dan weer wetsontwikkelingen… Als een gewone burger weet heeft van een moord en deze niet meldt riskeert diegene strafrechtelijke vervolging, dat zou ook voor lieden moeten gelden die een zwijgplicht hebben. Als zij thans en aldus op morele gronden hun zwijgplicht doorbreken, dan worden zij vervolgd, mits het slachtoffer/representant een klacht hierover indient. Daarom zou hiervoor zou een speciaal toetsingsorgaan moeten bestaan juist om misstanden te voorkomen, en de procesgang te versoepelen in ieders belang. Hiermee komt de lat wel verder te liggen dan existentieele belangen van accute situaties waar melding nodig is om erger te voorkomen, maar met het mogelijk maken van meldingen van enstige misdrijven welke in het verleden waren gepleegd zou de maatschappij wel gediend zijn lijkt mij. Een intermediair orgaan die meldingen in de pre-fase beoordeeld (ook als we enkel accute existantiele kwesties willen toetsen) en tevens adviseerd hierover is bijzonder wenselijk. Met respect voor het individu en de samenleving.

Comments are closed.

Recente artikelen