Kennis van zaken

3
206

Patiënten kunnen best practice bevorderen.

Patiënten worden steeds mondiger. Ze zoeken op internet naar informatie over hun probleem en bespreken die informatie met hun arts. Het eisen van de best mogelijke behandeling kan de toepassing ervan stimuleren.

Uit een rapport van de Agency for Healthcare Research and Quality, onderdeel van het US Department of Health and Human Services, over de kwaliteit van de Amerikaanse gezondheidszorg in 2004 blijkt dat ondanks verbeteringen in de zorg de kloof tussen de best mogelijke zorg (best practice) en de feitelijk verleende zorg groot blijft.1 Volgens velen is de situatie in Nederland op dit punt weinig anders dan in de Verenigde Staten.2 Er zijn vele initiatieven om deze kloof te dichten; denk bijvoorbeeld aan de doorbraakprojecten van het Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO. Veel van deze activiteiten zijn erop gericht de professional te overtuigen dat het hanteren van best practices een must is. In de praktijk blijkt dit niet zo makkelijk te gaan. Er zijn immers legio redenen waarom niet voor een best practice wordt gekozen: Is het wel een best practice? Past het eigenlijk wel in het stramien van mijn praktijkuitoefening? Past het wel in het financiële kader waarmee ik heb te maken? En zo zijn er nog vele andere vragen die er uiteindelijk toe leiden dat een best practice niet wordt toegepast. De motivatie tot verandering blijkt in veel gevallen onvoldoende om de gesignaleerde kloof te dichten.Tijdgeest
De overheid zet verschillende instrumenten in om het gebruik van best practice te stimuleren. Naast de Inspectie voor de Gezondheidszorg – die zich overigens meer focust op het tegengaan van worse practice – worden zorgverzekeraars ingezet om kwalitatief hoogwaardige zorg in te kopen. Tot op heden richten zorgverzekeraars zich echter vooral op toegankelijkheid en betaalbaarheid en nauwelijks op kwaliteit, zoals het College toezicht zorgverzekeringen (CTZ) onlangs rapporteerde.3 Het programma Sneller Beter van het ministerie van VWS, de Orde van Medisch Specialisten en de NVZ vereniging van ziekenhuizen, richt zich op het bereiken van een zogenoemd tipping point: als 20 procent van de zorgaanbieders best practice toepast, dan zal de overige 80 procent dit ‘voorbeeld’ volgen.
Regina Herzlinger, hoogleraar aan de Harvard University, komt tot een soortgelijke remedie, maar dan met de patiënt als drijvende kracht. Als een substantieel deel van de patiënten (ongeveer 20%) bij de arts best practice eist, zal de arts daar ook daadwerkelijk toe overgaan.4 De overige 80 procent van de patiënten zal hiervan profiteren. Uiteraard vereist dit in eerste instantie een ander gedrag van een deel van de patiënten. Om te beginnen moeten patiënten weten wat in hun geval best practice is – geen gemakkelijke opgave – en moeten zij mondig zijn. Wat dit laatste betreft, werkt de tijdgeest mee.

Vorig artikelJongen lijkt te menstrueren
Volgend artikelMarian Kaljouw nieuwe voorzitter AVVV
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.

3 REACTIES

  1. Hoi,

    Het interessante verhaal over deze ‘best practices’ zit er m.i. achter. Ik vermoed nl. dat je je baseert op het artikel uit medisch contact, waarin het internet als belangrijke bron naar voren komt. Zie voor meer informatie: Medisch Contact of mijn eigen posting.

    Groet,

    Martijn Hulst

  2. Was ik net bezig om een stukje over de posting van Martijn te schrijven is iedereen me weer voor ;-). Ik ben natuurlijk wel vereerd met de uitspraak van Martijn :

    Dit betekent echter niet dat we de medische informatie op internet nu op eens in de ban moeten doen. Initiatieven in Nederland als
    MedicalFacts.nl of PatientInform.org in Amerika kunnen een mooie rol gaan vervullen in het helder publiceren van gezondheidsinformatie. Het aardige hierbij is dat op dit soort internet-platformen niet alleen de artsen, maar juist ook de zorgconsumenten zouden moeten publiceren, zodat beide hun verhaal kunnen vertellen.

    Ik hoop dat we (als Medicalfacts) dat waar kunnen maken. Zoals Janine al heeft aangegeven in haar welkomboodschap kunnen mensen zelf interessante verhalen voor medicalfacts.nl aanleveren.

  3. Vandaag was er aandacht voor op gezonheidsplein

    Patienten die regelmatig internet gebruiken, doen er hun voordeel mee en worden mondiger. Uit resultaten van onderzoek dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) vorige week publiceerde, blijkt dat bijna 90% van de internetgebruikers zijn dokter de beste behandeling wil vragen wanneer men zou weten welke de beste behandeling is. Tegen de 80% zou kiezen voor de specialist die de beste behandeling toepast. En als informatie over de beste behandeling gemakkelijk te vinden zou zijn, bijvoorbeeld via internet dan zou tweederde daar gebruik van maken.

    Eenderde van de internetgebruikers zoekt meerdere keren per jaar naar informatie over gezondheid en/of gezondheidszorg. Dit betekent dat meer dan 3 miljoen mensen dit doen. Een toenemend aantal mensen zoekt voorafgaand aan een bezoek aan de dokter naar informatie over hun klachten. Het percentage dat dit altijd of vaak doet, is verdubbeld van 16% in 2003 naar 33% in 2004. Van degenen die dit deden, gaan ook steeds meer mensen naar aanleiding van deze informatie met hun arts in discussie: bijna een kwart van hen stelt deze informatie bij hun arts aan de orde. Van degenen die een arts hebben bezocht, zoekt iets meer dan een kwart na dit bezoek via internet naar de informatie waarover met de arts gesproken is.

    Een groot deel van de internetgebruikers is kritisch over de zorg. Meer dan 60% meent dat de zorg beter georganiseerd kan zijn. Bijna 40% vindt dat de aan hen verleende zorg kwalitatief beter kon. Desalniettemin vindt meer dan eenderde dat de gezondheidszorg in Nederland tot de wereldtop behoort.

    Lees het volledige rapport van de RVZ

Comments are closed.