De uitspraak van het Gerechtshof over de zaak Sickes tegen de vereniging tegen de Kwakzalerij op 31 mei 2007

Array

Met dank aan Roel eindelijk de Uitspraak gerechtshof over Kwakzalverij
In mei 2007 verloor de vereniging in een bodemprocedure, na voor de rechtbank haar gelijk te hebben gekregen, een rechtzaak voor het gerechtshof van de Wassenaarse orthomanuele therapeut Maria Sickesz. De vereniging had Sickesz in de top 20-lijst van kwakzalvers van de twintigste eeuw gezet. De vereniging werd veroordeeld[1] tot het plaatsen van twee rectificaties in landelijke kranten. Verder mag zij Sickesz in de toekomst niet meer aanduiden als kwakzalver. Door de kosten die het plaatsen van deze rectificaties met zich meebrengt is de vereniging in financiële moeilijkheden gekomen.

In het arrest zeggen de rechters dat:

Volgens de definitie van het woordenboek Van Dale (13e druk) een kwakzalver letterlijk iemand is, die nutteloze middelen toepast ter genezing van de een of andere ziekte; en figuurlijk iemand die het publiek wat op de mouw wil spelden, syn. boerenbedrieger, oplichter, knoeier.
Het “nut” van orthomanuele therapie in een proefschrift uit 1990 bewezen is, en de therapie bovendien door sommige zorgverzekeraars wordt vergoed.
Omdat volgens de rechters het nut van de therapie wel bewezen is (of in ieder geval dat niet beweerd kan worden, dat de therapie nutteloos is), vinden zij dat de goede naam van mevrouw Sickesz teveel schade aangedaan wordt door de figuurlijke betekenis van het woord kwakzalver.

Vanuit de medische wereld bestaat veel kritiek op de beslissing van de rechters. In diverse opinie-stukken in onder andere de Volkskrant[3] (door Hans van Maanen) en het NRC Handelsblad (door Piet Borst) wordt onder andere gesteld dat

De rechters het “nut” van de orthomanuele therapie afleiden uit één proefschrift dat in 1990 verscheen bij de economische faculteit (dus niet de medische) van de universiteit van Rotterdam, een proefschrift – notabene van de hand van twee orthomanueel geneeskundigen – waarvan de inhoud en de gebruikte onderzoeksmethoden ook toen al ernstig bekritiseerd werden. De onderzoekers vroegen patiënten met rugklachten die behandeld waren met orthomanuele therapie hoe tevreden zij waren over de behandeling. Twee op de drie patiënten gaf aan, tevreden te zijn. Verder en beter onderzoek naar de therapie is nooit verricht.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij mevrouw Sickesz met name tot kwakzalver bestempelde, omdat zij beweert met haar therapie ziekten als schizofrenie en depressie te kunnen genezen. Deze bewering kan niet worden onderbouwd met wat voor wetenschappelijk bewijs dan ook en wordt door medici gezien als klinkklare onzin. Het proefschrift uit 1990 handelde alleen over het nut van orthomanuele therapie bij rugklachten. Het toepassen van deze therapie bij deze ziekten lijkt dus volledig nutteloos, waarmee mevrouw Sickesz wél voldoet aan de letterlijke definitie van het woord kwakzalver.

De rechters de definitie van kwakzalverij uit de 13e editie van de Van Dale gebruikten, waarbij zij vonden dat de figuurlijke betekenissen die Van Dale geeft, zoals boerenbedrieger en oplichter, de goede naam van mevrouw Sickesz teveel door het slijk haalde. Critici wijzen erop, dat naar hun mening mevrouw Sickesz wel aan de letterlijke betekenis van het woord voldoet, en dat iets of iemand niet altijd aan alle betekenissen van een woord tegelijkertijd hoeft te voldoen, om met dit woord aangeduid te kunnen en mogen worden.

De rechters het feit dat sommige verzekeraars de therapie van Sickesz vergoeden als bewijs zien voor het “nut” van de behandeling. Dit zegt niets, aldus Piet Borst, omdat er ook verzekeraars zijn die een bedevaart naar Lourdes vergoeden. De verzekeraars maken commerciële afwegingen voor hun pakket, geen afwegingen op basis van de werkzaamheid.

Saillant detail is tevens dat de vicepresident van het Amsterdamse gerechtshof, mevrouw T.A.C. van Hartingsveldt, lid is van de soefibeweging. Na de uitspraak is, onder andere door de Stichting Skepsis (Nederland) en SKEPP (Vlaanderen), een inzamelingsactie op touw gezet voor het dekken van juridische en rectificatiekosten.
De uitspraak van het Gerechtshof over de zaak Sickes tegen de vereniging tegen de Kwakzalerij op 31 mei 2007
Complet tekst van het arrest



Complet tekst van het arrest

LJN: BA6412

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak: 31-05-2007

Datum publicatie: 05-06-2007

Rechtsgebied: Handelszaak

Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie: Voor de uitleg van de term kwakzalver dient Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal als uitgangspunt. De vraag of een arts, die de orthomanuele geneeskunde (OMG) beoefent, een kwakzalver genoemd mag worden, wordt ontkennend beantwoord. Niet kan worden gezegd dat OMG ‘nutteloos’ is als bedoeld in de definitie van Van Dale, laat staan dat de arts die OMG beoefent, zou mogen worden bestempeld als boerenbedrieger, oplichter of knoeier, volgens Van Dale synoniemen van de term kwakzalver.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

MARIA SICKESZ,

wonende te ?s-Gravenhage,

APPELLANTE,

procureur: mr. C.J. Blauw,

t e g e n

de vereniging

VERENIGING TEGEN DE KWAKZALVERIJ,

gevestigd te Amsterdam en

CORNELIS NICOLAAS MARIA RENCKENS,

wonende te Hoorn,

GEÏNTIMEERDEN,

procureur: mr. G.W. Kernkamp.

Partijen worden hierna Sickesz, de Vereniging en Renckens genoemd.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Bij dagvaarding van 26 september 2005 is Sickesz in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de rechtbank Amsterdam onder rolnummer H 04.170 tussen partijen heeft gewezen en dat is uitgesproken op 3 augustus 2005.

1.2. Bij memorie heeft Sickesz één algemene grief en vervolgens elf genummerde grieven tegen dit vonnis aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd dat het hof dat vonnis zal vernietigen, met instandhouding van de afwijzing van de vorderingen van de Vereniging en Renckens in voorwaardelijke reconventie en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen in conventie van Sickesz zal toewijzen, met veroordeling van de Vereniging en Renckens in de kosten van het geding in beide instanties.

1.3. Bij memorie van antwoord hebben de Vereniging en Renckens de grieven bestreden, producties overgelegd en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, althans de voorwaardelijke reconventionele vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Sickesz in de kosten van de procedure.

1.4. Sickesz heeft een akte uitlating producties genomen.

1.5. Vervolgens hebben partijen hun zaak aan de hand van overgelegde pleitnotities op 3 april 2007 voor het hof doen bepleiten, Sickesz door mr. M. van Olden, advocaat te Haarlem en de Vereniging en Renckens door mr. S.N. Vlaar, advocaat te Amsterdam. Beide partijen hebben bij akte producties in het geding gebracht. Sickesz heeft tevens een productie aan de pleitnota gehecht waartegen door de Vereniging en Renckens geen bezwaar is gemaakt.

1.6. Ten slotte hebben partijen het hof verzocht op basis van de reeds overgelegde kopiedossiers arrest te wijzen.

2. De feiten

Onder 1.a tot en met 1.g heeft de rechtbank een aantal feiten als vaststaand tussen partijen aangenomen. Hiertegen is geen der grieven gericht. Onder verwijzing naar die feitenvaststelling gaat het hof (voorts) van het volgende uit:

2.1. Sickesz is arts en sinds 1965 werkzaam op het gebied van de orthomanuele geneeskunde (OMG).

2.2. Renckens is sinds 1988 voorzitter van de Vereniging. Op 14 oktober 2000 heeft de Vereniging ter gelegenheid van een jaarcongres de bundel ‘Kwakzalverij in de twintigste eeuw’ (hierna: de publicatie) uitgegeven, met als ondertitel ‘DE TOPTWINTIG, zoals in oktober 2000 vastgesteld door de Vereniging tegen de Kwakzalverij’. De publicatie bevat een lijst van de twintig grootste kwakzalvers van de twintigste eeuw (hierna: de lijst) met over ieder van hen een hoofdstuk. Alle bijdragen in de publicatie zijn geschreven door Renckens. Sickesz wordt op de lijst als zevende vermeld.

2.3. De lijst is opgesteld op grond van een enquête onder de leden van de Vereniging of – zoals door Renckens ten pleidooie in hoger beroep nader is gepreciseerd – door middel van stemming door de aanwezigen op het congres, waarbij, zoals blijkt uit de overgelegde publicatie, is uitgegaan van ? kort gezegd -de volgende toetsingscriteria:

A. Opleidingsniveau

B. Aard van de therapie

C. Toegebrachte schade

D. Agressie tegen reguliere geneeskunde

E. Duur carrière

F. Materieel gewin

G. Veroordelingen (met onderverdeling tussen artsen en niet-artsen)

H. Aanwijzingen voor oplichting

I. Publicaties

J. Schoolvorming

H. (bedoeld zal zijn K, hof) Politieke steun.

2.4. De publicatie bevat onder het kopje ‘definitie’ de volgende tekst:

De definitie van kwakzalverij, die leidraad is geweest en zal zijn bij de beoordeling van de twintigste eeuwse kwakzalvers, kan als volgt worden samengevat:

Kwakzalverij is:

(a) elk beroepsmatig handelen c.q. het verlenen van raad of bijstand in relatie tot de gezondheidstoestand van mens of dier

(b) dat niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirisch-houdbare hypothesen en theorieën

(c) die actief onder het publiek worden verspreid (‘overpromotion’)

(d) zonder dat toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en veiligheid heeft plaatsgevonden en

(e) die (veelal) zonder overleg met medebehandelaars wordt toegepast.

2.5. De lijst is gepubliceerd in de Volkskrant van 16 oktober 2000, de krant NEWS.nl van 13 oktober 2000 en Panorama nr. 44 van 2000, zonder vermelding van de onder 2.4 genoemde definitie.

2.6. In 2001 is op naam van Renckens c.s. een boekje uitgegeven door De Stichting Skepsis, getiteld ‘Genezen is het woord niet’, met als ondertitel ‘Biografische schetsen van de twintig meest notoire genezers van de twintigste eeuw’. De inhoud is vrijwel hetzelfde als de onder 2.2 genoemde publicatie, inclusief de lijst en de vermelding daarop van Sickesz op nummer zeven. In confesso is dat de term kwakzalver en de term ‘notoire genezer’ in semantische zin samenvallen.

2.7. Op 14 december 1990 zijn aan de economische faculteit van de Erasmus Universiteit te Rotterdam de twee artsen J.W.B. Albers en E.D. Keizer gepromoveerd op het proefschrift ‘Een onderzoek naar de waarde van orthomanuele geneeskunde’. In de samenvatting is onder meer vermeld: ‘De conclusie van dit prospectief beschrijvende onderzoek is, dat de gevolgde werkwijze, waarbij alleen de mening van de patiënt gevraagd is, zinvolle gegevens oplevert. In de periode met orthomanuele behandeling gaan ongeveer twee op de drie patiënten in hun algemene toestand vooruit, hetgeen de vooruitgang in de wachtperiode duidelijk overtreft. De resultaten geven steun aan de veronderstelling dat de behandeling met OMG een positief effect heeft op het algemeen welbevinden van de patiënten en op veel van hun klachten. Het is aan te bevelen verder onderzoek te verrichten naar de resultaten op langere termijn en naar de effecten van orthomanuele behandeling op interne klachten.’

2.8. In Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, 13e druk (hierna: de Van Dale) staat onder ‘kwakzalver’: ‘Iem. die nutteloze middelen toepast ter genezing van de een of andere ziekte of middelen beweert te kennen tegen alle mogelijk ziekten, ofwel iem. die zulke middelen, meestal met veel ophef, te koop aanbiedt; – onbevoegd beoefenaar van de geneeskunst. (fig) iem. die het publiek wat op de mouw wil spelden, syn. boerenbedrieger, oplichter, knoeier.’

3. Beoordeling in hoger beroep

3.1. Beoordeeld dient te worden de vraag of de Vereniging en Renckens onrechtmatig hebben gehandeld jegens Sickesz door haar op te nemen in de publicatie, althans de lijst, van kwakzalvers in 2000 en de publicatie, althans de lijst, van notoire genezers in 2001, als bedoeld onder 2.2 en 2.6.

Hierbij dienen twee hoogwaardige maatschappelijke belangen tegen elkaar te worden afgewogen: het belang van Sickesz niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten en het belang – waar de Vereniging, waarvan Renckens als voorzitter bij uitstek de representant is, voor opkomt – dat misstanden die de samenleving raken niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan.

Bij de vereiste afweging van deze twee belangen dienen alle relevante feiten en omstandigheden van het geval te worden betrokken.

3.2. Grief 1 richt zich tegen de uitleg die de rechtbank geeft van de term kwakzalverij. Deze grief is gegrond.

De Vereniging en Renckens stellen onder meer onder punt 2 van de conclusie van antwoord: ‘In de praktijk neemt de Vereniging deel aan het publieke debat over allerlei geneeswijzen, die een zekere werking wordt toegedicht, waarbij die werking niet door wetenschappelijk onderzoek wordt geschraagd. De Vereniging ziet het als haar taak om het publiek te waarschuwen tegen dergelijke geneeswijzen. De Vereniging dient daarmee een publiek belang.’ De Vereniging en Renckens geven hiermee zelf aan dat zij zich niet richten op een beperkte doelgroep met medisch-wetenschappelijke kennis, maar op het grote publiek Zij dienen er dan ook rekening mee te houden – dat is immers het doel – dat de lijst van kwakzalvers wordt gepubliceerd in niet medisch-wetenschappelijke tijdschriften, zoals ook inderdaad is gebeurd. De gemiddelde lezer van de Volkskrant, News.nl, Panorama of andere krant of ander tijdschrift zal bij het lezen van de publicatie en de lijst bij de term ‘kwakzalver’ daaraan een negatieve betekenis toekennen overeenkomstig de uitleg in Van Dale, reeds omdat de door de Vereniging en Renckens gegeven uitleg van de term (doorgaans) niet in die krant of dat tijdschrift zal worden gepubliceerd. Maar zelfs al zou die beperkte betekenis wel worden genoemd, dan nog zal de gemiddelde lezer de in het gewone spraakgebruik gangbare negatieve gevoelswaarde aan het woord toekennen. Voor een arts als Sickesz vormt deze connotatie van boerenbedrieger, oplichter en knoeier ontegenzeggelijk een ernstige aantasting van haar professionele en persoonlijke integriteit. Aangezien de Vereniging voor ca 65% bestaat uit artsen zal aan haar publicaties bovendien een zeker gezag worden toegekend.

3.3. Grief 2 richt zich tegen de toetsing door de rechtbank van OMG aan de vijf onder 2.4. genoemde door de Vereniging en Renckens gehanteerde criteria. Gelet op het hiervoor onder 3.2 overwogene is deze grief eveneens gegrond. Nu de definitie van de term kwakzalver van de Vereniging en Renckens niet als uitgangspunt kan worden genomen, kan ook niet op grond van daar genoemde criteria worden getoetst of Sickesz terecht een kwakzalver wordt genoemd.

3.4. In grief 4 richt Sickesz zich tegen de overweging van de rechtbank dat vaststaat dat er onderzoeksmethoden bestaan die een therapie als OMG kunnen toetsen aan de norm van evidence based onderzoek (EBM) doch dat er geen wetenschappelijk onderzoek naar OMG is gedaan dat in één van de EBM categorieën valt.

Sickesz stelt terecht dat de rechtbank er kennelijk – en ten onrechte – van uitgaat dat de EBM dé (enige) norm is voor de toetsing aan de kwakzalvercriteria van Renckens. Niet valt in te zien dat voldoen aan de EBM-norm de enige manier is om aan de kwalificatie kwakzalverij te ontkomen. De ‘kwakzalvercriteria’ van de Vereniging en Renckens zijn immers niet maatgevend nu de uitleg van het begrip kwakzalver van Van Dale als uitgangspunt wordt gehanteerd. Bezien dient te worden of de behandelmethoden van Sickesz en derhalve van OMG vallen onder de kwalificatie kwakzalverij in de betekenis van Van Dale.

Hiertoe is onder meer van belang het proefschrift van Albers en Keizer, waaruit in elk geval blijkt dat twee op de drie van de met OMG behandelde patiënten er in hun algemene toestand op vooruit zeggen te gaan en een gunstig effect op hun klachten ervaren. Reeds op grond hiervan stelt het hof vast dat OMG niet ‘nutteloos’ is als bedoeld in de definitie van Van Dale, laat staan dat Sickesz als beoefenaar van OMG bestempeld zou mogen worden als boerenbedrieger, oplichter of knoeier. Daarnaast is voor de kwalificatie van de beoefenaren van OMG van belang dat de meeste zorgverzekeraars OMG vergoeden, zoals niet, althans onvoldoende, betwist door Sickesz is gesteld. Vaststaat tevens dat Sickesz een zeer groot aantal mensen heeft behandeld met OMG en dat slechts één maal een klacht tegen haar is ingediend, die ongegrond geoordeeld is. Ook grief 4 is derhalve gegrond.

3.5. De overige grieven behoeven op grond van het vorenstaande geen afzonderlijke bespreking. Bij afweging van de onder 3.1 genoemde belangen, prevaleert het belang van Sickesz om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten. Vaststaat immers dat de diffamerende term kwakzalverij niet van toepassing is op OMG en dat Sickesz, als beoefenaar van deze behandelwijze, derhalve ten onrechte is geplaatst op de lijst van kwakzalvers (en notoire genezers), nog daargelaten dat deze lijst wel heel onzorgvuldig tot stand is gekomen, te weten door een enquête onder de leden en/of stemming tijdens een congres. De Vereniging en Renckens hebben dan ook onrechtmatig jegens Sickesz gehandeld door haar op de lijst van kwakzalvers en notoire genezers te plaatsen. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. Renckens heeft nog gesteld dat hij slechts is opgetreden in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Vereniging en derhalve niet persoonlijk onrechtmatig gehandeld kan hebben. Deze stelling wordt verworpen, nu Renckens de schrijver van het hoofdstuk over Sickesz in de publicatie is en onder zijn naam het boekje is uitgegeven als bedoeld onder 2.6. Hiermee heeft Renckens niet alleen in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Vereniging doch ook als priv?-persoon zich onrechtmatig gedragen jegens Sickesz.

De vorderingen van Sickesz zijn in beginsel voor toewijzing vatbaar, zij het dat het hof de onder c gevorderde dwangsom zal beperken tot een maximum van 100.000,– euro. Bij de onder d en e gevorderde opneming van een eventuele nieuwe druk van de publicatie en/of het onder 2.6. bedoelde boekje heeft Sickesz onvoldoende belang, nu haar naam daarin niet meer zal worden vermeld.

3.6. Tegen de afwijzing van de voorwaardelijk ingestelde reconventionele vordering is door de Vereniging en Renckens geen grief gericht, zodat deze vordering niet ter beoordeling aan het hof voorligt.

3.7. De Vereniging en Renckens zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep

4. Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 augustus 2005 en opnieuw rechtdoende:

– verklaart voor recht dat de Vereniging en Renckens onrechtmatig hebben gehandeld door Sickesz op te nemen in een in 2000 uitgegeven boekje, althans lijst, van kwakzalvers;

– verklaart voor recht dat de Vereniging en Renckens onrechtmatig hebben gehandeld door Sickesz op te nemen in een in 2001 uitgegeven boekje, althans lijst, van notoire genezers;

– verbiedt de Vereniging en Renckens om – bij gelijke feiten en omstandigheden – Sickesz in de toekomst opnieuw aan te duiden als kwakzalver of notoire genezer in woord of geschrift en verbiedt hen Sickesz op te nemen in een volgend soortgelijk boekje op straffe van een dwangsom van 10.000,– euro voor iedere publicatie die in strijd is met dit verbod, tot een maximum van 100.000,– euro;

– gebiedt de Vereniging en Renckens om binnen tien dagen na betekening van dit arrest, op eigen kosten, een rectificatie-advertentie te plaatsen op pagina 2 van de Telegraaf en het NRC Handelsblad met afmeting van ongeveer 10 bij 20 centimeter met de volgende rectificatietekst

RECTIFICATIE

Op grond van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam verklaren de Vereniging tegen de Kwakzalverij en haar voorzitter C.N.M. Renckens hierbij dat zij mevr. M. Sickesz, orthomanueel arts te De Haag, ten onrechte hebben opgenomen in het boekje ‘Kwakzalverij in de twintigste eeuw’ en het boekje ‘Genezen is het woord niet’. De Vereniging zal zodanige uitlatingen ten aanzien van Sickesz niet meer doen, nu niet kan worden gesteld dat de behandelmethoden van Sickesz en de orthomanuele geneeskunde geen (enkel) effect hebben.

– veroordeelt de Vereniging en Renckens in de kosten van het geding in eerste aanleg begroot op 1.808,– euro aan salaris procureur en 286,15 euro aan verschotten en in hoger beroep op 2.682,– euro aan salaris procureur en 376,60 euro aan verschotten;

– verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. T.A.C. van Hartingsveldt, J.H. Huijzer en C.E. van Oosten-van Smaalen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 mei 2007.


Recente artikelen