In natura verzekering: Uitstekende waarborg voor ketenzorg

Vijfenzestig procent van de Nederlanders heeft dit jaar een in natura verzekering en 35% een restitutie verzekering. Het verschil tussen beide is het beste uit te leggen met het voorbeeld van de wegenwacht van de Anwb. Dat is hét voorbeeld van een in natura verzekering. Anwb leden betalen contributie voor de Wegenwacht. In ruil daarvoor hebben zij recht op uitkering van diensten ter voorziening van schadeherstel aan de auto. Zij kunnen niet naar de dichtstbijzijnde garage lopen, de auto laten repareren en de rekening opsturen naar de Anwb. Dat zou wel kunnen bij een restitutie verzekering. Aan het woord is prof. Jac van der Most, oud-hoogleraar verzekeringsrecht en pleitbezorger van HMO’s in Nederland. Hij gaf samen met ondergetekende op 25 maart een college over de Zorgverzekeringswet en de Awbz. Hij deed dat voor zorgprofessionals en advocaten die in de afgelopen maanden een cursus gezondheidsrecht volgden op het Julius Centrum.


Bij de wegenwacht is de Anwb verantwoordelijk voor de organisatie. De Anwb is er trots op dat ze nog nooit een automobilist heeft laten staan. Ze regelt aanvullende dienstverlening bijvoorbeeld bij wegslepen van de auto of bij het regelen van een vervangende auto.  Hetzelfde gedrag is te verwachten van een zorgverzekeraar die zich profileert op het aanbieden van een in natura verzekering, aldus Van der Most. Die is dan verantwoordelijk voor de uitkering van diensten ter voorziening van schadeherstel bij gezondheidsproblemen. Op dit moment is de Zorgverzekeringswet nog een jonge wet. Het onderscheid tussen in natura verzekering en restitutie verzekering is nog niet uitgekristalliseerd. De zorgverzekeraars weten het zelf soms niet. Sommige bieden een in natura verzekering aan die eigenlijk een restitutieverzekering is. Andere doen dat juist andersom. Voor ketenzorg is een in natura verzekering het beste. Dan gaat een zorgverzekeraar zich gedragen als de Anwb. En die heeft ons nog nooit met onze auto laten staan. Aldus een kort verslag van een boeiende, soms geestige, soms felle afsluiting van de cursus gezondheidsrecht. Volgend jaar januari gaat deze weer van start.

Opsteller van dit nieuwsbericht is Guus Schrijvers
Hoogleraar Public health in het bijzonder Structuur en functioneren van de
Gezondheidszorg
Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen  
en Eerstelijnsgeneeskunde
Universitair Medisch Centrum Utrecht

Vorig artikelCase management voor demente bejaarden komt in AWBZ
Volgend artikelEerste Universiteit werkt met e-book
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.