Selfmanagement COPD patiënten effectief

Nederland heeft een leidende positie in de wereld op het terrein van onderzoek naar self management van patienten met de aandoening COPD. Nergens zijn professionals er zo van doordrongen dat alleen kennisoverdracht over de ziekte niet helpt. Waarom het gaat, is ten eerste dat een patient zelfvertrouwen ofwel self-efficacy krijgt om bijvoorbeeld zelf symptomen te signaleren en medicatie aan te passen.Ten tweede is van belang in een training de dagelijkse beslissingen (roken/niet roken? Bewegen of niet bewegen?) van patienten te beïnvloeden, zodat gedragsverandering ontstaat. Een training van vier sessies per patient volstaat vaak om tot self management te komen, mits de boodschappen daarin worden herhaald ofwel reinforced door behandelaars. Uit onderzoek blijkt dat door zo?n training de kwaliteit van leven omhoog gaat, het aantal exacerbaties daalt evenals het aantal verpleegdagen in het ziekenhuis. Deze mededelingen deed de Canadese hoogleraar Jean Bourbeau van het Montreal Chest Institute. Hij onderbouwde zijn model met dat van empirische uitkomsten. De Power Point Presentatie van Bourbeau staan over enkele dagen op www.integratedcare.nl doorklikken op presentaties en colleges.


Bewegingsprogramma’s

Het twee maal per week aanbieden van een bewegingsprogramma aan ernstige COPD patienten in zestien huisartsenpraktijken in Twente heeft gunstige resultaten vergeleken met gebruikelijke care as usual praktijken aldaar. Gemeten met een stappenmeter ofwel pedometer doet een COPD patient in de experimentele groep dagelijks 1200 stappen meer dan het gebruikelijke gemiddelde van 4.500 stappen. Het aantal ligdagen in het ziekenhuis ten gevolge van exacerbaties bedraagt voor de experimentele patienten 42,2 dagen en voor de controle-patienten 64,8 dagen. In het bewegingsprogramma bestaat grote aandacht voor het bevorderen van zelf vertrouwen (ja, je kunt best wandelen) en het inbouwen van bewegen in het dagelijkse leefpatroon. Al deze prachtige gegevens gaf de grieperige en verkouden Twentse epidemioloog dr. Job van de Palen op 12 december tijdens het jaarlijkse COPD ketenzorg congres op het UMC Utrecht. Zie ook de berichten hierboven. De Power Point Presentatie van Van der Palen staat over enkele dagen op www.integratedcare.nl doorklikken op presentaties en colleges.


E-health & M-health

In het Nijmeegse Canisius Wilhelmina Ziekenhuis noteren 75 ernstige COPD patienten (Gold 3 en 4) op een persoonlijke internetwebsite dagelijks hun symptomen over bijvoorbeeld sputum, kortademigheid en hoesten. Ook vullen zij regelmatig een kwaliteit van leven lijst in. De 75 patienten doen dat meestal met een computer. Soms gebruiken zij de telefoon. Zij komen dan in contact met een intelligent antwoordapparaat dat vragen stelt en waarop patienten antwoord geven door een cijfer in te toetsen. Op één na konden alle patienten uit de voeten met hun PC of telefoon. Een patient bleef maar terugpraten tegen het antwoordapparaat, terwijl ze gevraagd werd een cijfertoets in te drukken. Zij kwam niet in aanmerking voor deze vorm van telemedicine. De patienten kunnen via PC of telefoon ook snel contact leggen met een longverpleegkundige. Die belt soms ook uit zichzelf op als de doorgeseinde data daartoe aanleiding geven. Maar ook doet ze dat om patienten te complimenteren met de goede gang van zaken. Ze belt niet alleen als het fout dreigt te gaan. Deze gegevens gaf Stefan Perdok van het genoemde ziekenhuis tijdens een inleiding op het COPD ketenzorg congres op 12 december op het UMC Utrecht (zie ook berichten hierboven). Hij vermeldde dat patienten vooral geïnteresseerd zijn in hun eigen trends: Hoe verloopt mijn kwaliteit van leven score in de loop der tijd? En mijn kortademigheid? Verder merkte Perdok op, dat het misverstand is te veronderstellen dat oudere COPD patienten vooral de telefoon en jongere het internet gebruiken. Dat is niet zo. Oud en jong maakt gelijkelijk gebruik van internet of telefoon. Uitkomsten in termen van minder ziekenhuisgebruik presenteerde Perdok nog niet. Maar iedereen, patienten en professionals, is enthousiast. Het emailadres van Perdok is s.perdok@focuscura.nl


50% wil stoppen met roken

Vijftig procent van patienten met de aandoening COPD is gemotiveerd om te stoppen met roken. Het is de kunst deze motivatie te voeden door motivational interviewing, coaching, gespreksgroepen en trainingen. Het aanbieden van dergelijke niet farmaceutische hulp vergroot de stopkans met 28%, aldus een Cochrane inventarisatie van de wereldliteratuur. Met farmaceutische middelen is de stopkans ook te verhogen: ook deze zijn bewezen effectief. Er zijn drie soorten middelen op de markt:

1. Nicotine vervangers (bijvoorbeeld nicotinepleisters)

2. Antidepressiva en

3. Het geneesmiddel varenicline.


Alle verhogen de stopkans voor gemotiveerde zware rokers aanzienlijk. Deze middelen worden nauwelijks voorgeschreven en gebruikt in Nederland, onder meer omdat ze niet in het verzekeringspakket zijn opgenomen. Het tonen van (negatieve) uitslagen van spirometrie verhoogt ook de stopkans. Waar het omgaat, is uit te zoeken wat de gemotiveerde roker wil: niet of wel farmaceutisch afkicken van het tabaksgebruik en dan zorg-op-maat preventieve interventie aan te bieden. Al deze informatie verschafte de geengageerde en bezorgde, Maastrichtse longarts Geertjan Wesseling die literatuurstudies toonde en uitkomsten uit zijn eigen stoppen-met-roken projecten.  De Power Point Presentatie van Van Schilfgaarde staat over enkele dagen op www.integratedcare.nl in presentaties en colleges.


Palliatieve zorg onvoldoende

Voor een muisstille zaal betoogde de Limburgse verpleeghuisarts Daisy Janssen dat de palliatieve zorg aan COPD patienten tekort schiet. Zeker als deze vergeleken wordt met de tegenwoordig goede palliatieve zorg aan longkanker patienten.  Janssen noemde vier punten van tekort schieten: 1. Er wordt te weinig gedaan aan symptoombestrijding. Cocaïne en morfine preparaten worden weinig voorgeschreven 2. Er wordt te weinig gesproken over angst (ga ik stikken, dokter?) en (medicamenteuze) angstbestrijding  3. Er wordt te weinig gesproken over de wijze van sterven (sedatie? Euthanasie of niet?) en 4. Er wordt te lang volgehouden door de behandelaar dat verbetering mogelijk is. Janssen pleitte eervoor om de Multidisciplinaire Zorgstandaard van de Long Alliantie Nederland (zie bericht hierboven) uit te breiden met een palliatieve paragraaf. Zij wees op het verschil met palliatieve patienten met longkanker. Bij de laatsten is het palliatieve proces een kwestie van maanden: zij gaan snel bergafwaarts. Bij COPD patienten duurt de palliatieve fase twee tot drie jaar.  De Power Point Presentatie van Daisy Janssen staat over enkele dagen op www.integratedcare.nl doorklikken op presentaties en colleges. Surf erheen. De congresdeelnemers hoorden haar indrukwekkende verhaal muisstil aan.

Innovatieplatform op 3 februari

Ben jij met vernieuwing in de COPD zorg bezig als ervaren professional of als projectleider? Ben je geen beginner meer?  Ben je bereid in een platform te functioneren gedurende twee tot drie maal per jaar? Ben je bereid de informatie en ervaringen die jij hebt te delen met andere professionals, patientenvertegenwoordigers en zorgverzekeraars? Ben je bereid afstand te nemen van je positie als arts, fysiotherapeut verpleegkundige, hoogleraar of zorgverzekeraar? Kun je op een vaag platform functioneren en netwerken? Meld je dan aan bij het pas opgerichte innovatie platform COPD.  Secretaris daarvan is drs. Marjolein Rebel, projectleider van het COPD project Utrecht bij Rhijnhuysen, dat transmurale zorg faciliteert in de provincie Utrecht. Als voorzitter treedt ondergetekende op. Op 3 februari, 1600 -1800 uur vindt de eerste bijeenkomst plaats op het UMC Utrecht. We starten met het inventariseren van de innovaties waaraan een ieder (bege)leiding geeft.  Wil je meedoen aan dit platform? Heb jij je nog niet opgegeven tijdens het congres op 12 december? Stuur dan een email naar Marjolein Rebel op m.rebel@rhijnhuysen.nl je ontvang in de tweede helft van januari een uitnodiging en een routebeschrijving.

 

Guus Schrijvers

Vorig artikelVanaf 23 april onderwijsprogramma Clinical Leaderschip voor specialisten
Volgend artikelGezondheidsonderwijs staat centraal op 8 april
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.