Minister Klink is het niet eens met de conclusies algemene rekenkamer

0
141

minister-klink-door-jan-de-leeuw-medicalfactsMinister Klink is het niet eens met de conclusies van de Algemene Rekenkamer. Hij vindt dat het de laatste jaren veel beter gaat. Die zouden niet zijn onderzocht.  Het rapport “Implementatie Kwaliteitswet zorginstellingen”. snijdt thema’s aan die minister Klink  en de staatssecretaris na aan het hart liggen. Hij reageert in een brief  mede namens de staatssecretaris op het rapport. Kwaliteit van zorg is een van de hoofdthema’s in het beleid van ons kabinet. VWS zet daarom zwaar in op het verder verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van zorg.

Vanaf december 2002 hebben de bewindslieden van VWS met hun “Standpunt inzake evaluatie Kwaliteitswet zorginstellingen” een sterke impuls gegeven aan het noodzakelijke vervolg voor een goede implementatie van de Kwaliteitswet. Dit kwam onder meer tot uiting in diverse verbeterprogramma’s zoals het Landelijk Actieprogramma Kwaliteit care en later in programma’s als Sneller Beter en Zorg voor Beter. Die verbeterprogramma’s hebben een enorme impuls gegeven aan de geboden kwaliteit van zorg door instellingen. Sinds begin 2005 is, mede dankzij stimulering vanuit de IGZ, begonnen met het ontwikkelen van normen verantwoorde zorg in de sector langdurige zorg. Dankzij deze inspanningen van de afgelopen jaren zijn er inmiddels al eerste successen geboekt: op  www.kiesbeter.nl staat inmiddels prestatie-informatie en informatie over de ervaringen van clienten (cq index) over zorgverzekeraars, ziekenhuizen en verplegings-/verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen; en binnenkort ook over de zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg. Dat geeft vertrouwen voor het vervolg van de transparantie-trajecten.

In reactie op uw aanbevelingen met betrekking tot de capaciteit van de IGZ kunnen wij u melden dat de IGZ is ontzien bij de rijksbrede taakstelling; daarnaast is op een aantal fronten ook capaciteit toegevoegd.Klink is zich er overigens van bewust dat desalniettemin de werkdruk bij de IGZ hoog is. Mocht blijken dat de gemaakte capaciteitskeuzes op onderdelen toch tot problemen leiden, dan zal ik in overleg treden met de Inspecteur-Generaal. Het rapport wekt de indruk dat de IGZ uitsluitend effectief is bij ter plaatse onderzochte zorgaanbieders, en dat het daarom nodig is om bij alle zorgaanbieders regelmatig te inspecteren. Op vele bestuurstafels van niet ter plaatse door de IGZ onderzochte zorgaanbieders komen de uitkomsten ter sprake van thematische IGZ-onderzoeken, uitkomsten van incidententoezicht en/of IGZonderzoeken die een beeld geven van de gehele sector. Het toezicht van de IGZ
naar aanleiding van dergelijke onderzoeken is ook gericht op niet ter plaatse door de IGZ onderzochte instellingen.
Op basis van de uitkomsten van haar onderzoeken brengt de IGZ naar behoefte circulaires uit of organiseert zij bijeenkomsten of conferenties om aanbevelingen uit te venten. Een goed voorbeeld hiervan is de conferentie ‘Zorg voor Vrijheid’ van 18 november 2008 en het daar ondertekende convenant over het terugdringen van vrijheidsbeperkingen in de verpleging, verzorging en gehandicaptenzorg.

In het kader van het voorstel van Wet clientenrechten zorg beziet de minister of er wijzigingen nodig zijn ten opzichte van de artikelen en Memorie van Toelichting zoals deze nu onderdeel zijn van de Kwaliteitswet

Bron: Brief Minister Klink met reactie_minister VWS op rapport_kwaliteitszorg