Wachtlijsten Jeugdzorg GGZ zesmaal hoger dan provinciale jeugdzorg

0
169

jeugdzorgBij de jeugd-ggz wachten 28.800 kinderen gemiddeld vijf maanden met uitschieters naar 1,5 jaar op hulp van een jeugdpsycholoog of psychiater. Dit is bijna zesmaal zoveel als voor de provinciale jeugdzorg in 2008. Dit is een stijging van 7% van het aantal wachtenden. Ook wachten ze gemiddeld veel langer op hulp dan in de jeugdzorg. Ook wachten ze gemiddeld veel langer op hulp dan in de jeugdzorg. Rouvoet geeft toe dat het criterium voor de wachtlijsten bij de jeugdzorg ligt bij negen weken en dat Jeugd en Gezin strakker kan sturen op de provinciale jeugdzorg dan bij het aanbod van jeugd-ggz dat de zorgverzekeraars moeten inkopen. Volgens de Treeknormen van de jeugd-ggz zijn wachttijden op zich echter niet het enige criterium, maar meer de vraag hoe snel een client moet worden geholpen. Volgens de afspraken is er meer geld naar de  jeugd-ggz  sector gegaan en zijn er wel meer kinderen geholpen. Volgens de ramingen liggen de wachtlijsten bij de jeugd-ggz gesprek niet aan het personeel in tegenstelling tot de jeugdzorg.

Minister Klink (VWS) kondigt aan dat hij wegens de bezuinigingen van het kabinet volgend jaar zelf van plan is om €17 miljoen op de jeugd-ggz te bezuinigen en korting op tarieven in te voeren. De oplossing voor de wachtlijsten wordt in de jeugd-ggz dan ook niet gezocht in meer geld, waar de minister over gaat, maar in anders en efficienter werken zoals met de doorbraakmethode. Ook komt er een IBO-onderzoek. Rouvoet gaf aan dat de oplossing voor de wachtlijsten niet alleen in systemen gezocht moet worden maar in integraal indiceren, wachtlijsten doorlichten, een doorbraakmethode en het creeren van multidisciplinair aanbod.

Er zijn vier moties ingediend als over de invoering van de doorbraakmethode bij de jeugd-ggz, de afstemming wachtlijsten jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugd LVG en over de noodzaak van voldoende aanwezigheid van psychische hulp bij Centra voor Jeugd en Gezin. Deze laatste motie heeft de minister ontraden omdat het beschikbare lichte zorgaanbod in Centra voor jeugd en gezin een taak is van de gemeenten en niet van de minister.

Bron:IPO