Advies NZa marktmodel ambulancezorg

ravuambulanceDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) adviseert de minister van VWS om per 2013 in de ambulancezorg te kiezen voor prestatiebekostiging. De vergunningverlener stelt op basis van benchmarking een vaste vergoeding (lumpsum) vast voor de te leveren zorg. De ambulancezorg werkt dan met gesimuleerde concurrentie. In 2011 en 2012 adviseert de NZa een lumpsumvergoeding met een bandbreedte. De ondergrens van de bandbreedte waarborgt de continuïteit en kwaliteit van de ambulancezorg. Dit stimuleert aanbieders om doelmatig te werken en voorkomt tegelijkertijd dat aanbieders hun diensten ten koste van de kwaliteit voor te lage prijs aanbieden om de vergunning te verkrijgen. Uitgangspunt bij het advies is dat de continuïteit van acute zorg nooit in het geding mag zijn.

Doel van de Wet op de Ambulancezorg (WAZ) is te komen tot kwalitatief goede ambulancezorg voor een betaalbare prijs. Doel van de minister daarbij is gelijktijdig met de invoering van de WAZ een nieuw marktmodel voor de ambulancezorg te introduceren dat meer transparantie biedt en een grotere prikkel tot doelmatigheid bevat. Prijs is daarbij niet het belangrijkste criterium voor het uit te werken bekostigingsmodel, maar het borgen van de continuïteit en kwaliteit van de zorg. Volgens de WAZ wordt per veiligheidsregio één vergunninghouder geselecteerd. De minister geeft per 1 januari 2011 een vergunning voor onbepaalde tijd per veiligheidsregio af, op basis van een Programma van Eisen1. Een onderdeel van dit Programma van Eisen is een bekostigingsmodel. De minister heeft de NZa gevraagd om een advies over dit bekostigingsmodel

Advies van de NZa is om in de transitieperiode 2011 en 2012 de aanbieder te selecteren op basis van een lumpsumvergoeding met een bandbreedte. Omdat de continuïteit van acute zorg nooit in het geding mag zijn adviseert de NZa te werken met een bandbreedte. De ondergrens is noodzakelijk om de continuïteit en kwaliteit niet teveel afhankelijk te maken van de prikkel om doelmatig te zijn. De bovengrens om de kosten niet bovenmatig te laten stijgen. Vanaf 2013 adviseert de NZa een vaste lumpsum waarbij eventueel een prestatiemarge kan worden geïntroduceerd om vergunninghouders (financieel) te prikkelen tot doelmatigheid. De hoogte van vergoeding wordt onder meer bepaald op basis van kostenonderzoek en informatie uit een continue benchmark. Met die benchmark kunnen continuïteitsproblemen vroegtijdig worden gesignaleerd en kunnen best practices als leidraad gaan gelden. Indien de minister het advies overneemt kan de NZa die benchmark nader uitwerken. Voor de definitieve vaststelling wordt de lumpsum voorgelegd aan de betrokken partijen. De minister stelt de hoogte van de lumpsumvergoeding vast.

Advies van de NZa is om in de transitieperiode 2011 en 2012 het huidige financieringssysteem op basis van ritten te hanteren. De NZa is van mening dat de financiering voor de periode 2011 van ambulancezorg publiek moet worden belegd. Verzekeraars zouden door hun kennis en rol in de inkoop van de totale (acute) zorgketen een positieve bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van de zorg. De NZa ziet deze rol echter niet terugkomen in de Wet op de Ambulancezorg (WAZ). Ten eerste omdat de minister het Programma van Eisen (PvE) met normen over kwaliteit en de lumpsumvergoeding vaststelt. Ten tweede vanwege de monopoliepositie (voor onbepaalde tijd) van de ambulancevoorziening in de regio, oftewel de vergunninghouder. Ten derde vanwege de beperkte prikkel voor zorgverzekeraars om individueel in te kopen. Ambulancezorg moet immers in alle regio’s vertegenwoordigd zijn. Door de financiering van ambulancezorg vanaf 2013 publiek te beleggen worden de risico’s beperkt en kan de inkoop eenvoudiger tot stand komen.

Bijlage:

1 Voor meer details over het Programma van Eisen verwijzen wij naar de website www.wetambulancezorg.nl van het ministerie van VWS.

Bron: NZa

Recente artikelen