Kinderen in de opvang: aanleiding tot zorg

2
320

kind pijnEen onderzoek van het Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg van het UMC St Radboud schetst voor het eerst een gedetailleerd beeld van kinderen die met hun ouders meekomen naar de vrouwenopvang of de daklozenopvang. Het gaat per jaar om vier- tot vijfduizend kinderen.

Veel meegemaakt
Het onderzoekscentrum onder leiding van prof. dr. Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg van het UMC St Radboud, heeft informatie verzameld over 187 kinderen (113 meisjes en 74 jongens) tussen 1 en 18 jaar in diverse opvangcentra voor vrouwen of daklozen in het land. De meeste kinderen (83%) woonden ten tijde van het onderzoek in de vrouwenopvang.

De onderzoekers verzamelden informatie bij medewerkers van de opvangcentra, ouders en kinderen zelf. De onderzoeksresultaten geven aanleiding tot zorg. Medewerkers van de opvanghuizen signaleren per kind gemiddeld elf risicofactoren voor kindermishandeling, zoals geweld tussen de ouders of een psychische stoornis bij de ouders. Volgens de moeders is bij elf procent van de kinderen sprake van kindermishandeling. Landelijk is dit naar schatting bij drie procent van de kinderen het geval. De kinderen in de opvang hebben in hun jonge leven ook relatief veel – gemiddeld zeven – ingrijpende levensgebeurtenissen meegemaakt. Het gaat om bijvoorbeeld,om ouders die elkaar in hun bijzijn sloegen, arrestatie van een ouder of een opname in een opvanghuis. Bijna drie op de tien kinderen hebben volgens hun moeders last van posttraumatische stress of gevoelens van angst. Medewerkers van de opvanghuizen signaleren bij iets meer dan de helft van de kinderen problemen in het psychosociaal functioneren. Verder is de relatie met de andere ouder, buiten de opvang, volgens medewerkers slecht tot matig. Ondanks de aanwezige problemen en risicofactoren bij de kinderen had de meerderheid van hen geen individueel gesprek vlak na hun komst of tijdens hun verblijf in de opvang en ontvingen zij hier geen individuele begeleiding.

Goed nieuws
Het onderzoek, in opdracht van het ministerie van VWS, brengt op een aantal punten ook goed nieuws. Weinig kinderen hebben lichamelijke problemen. De meerderheid vertoont normaal sociaal gedrag, zijn behulpzaam en houden rekening met anderen. Ze gaan in het algemeen naar het reguliere onderwijs. Het verblijf in de opvang leidt vrijwel altijd tot verbeteringen in hun leven in het algemeen, dagbesteding, veiligheid, woonsituatie, psychisch functioneren en in hun relatie met de ouder in de opvang. De onderzoekers pleiten voor investeringen in betere opvangplekken en meer privacy en speelmogelijkheden voor de kinderen en jongeren. Daarnaast zou elk kind ook individuele zorg en een plan voor veilige terugkeer moeten krijgen.

2 REACTIES

  1. Voor een groot gedeelte kinderen die in bijvoorbeeld Kopprojekten zitten, zouden problemen al kunnen worden voorkomen daarvoor.
    Mits in familierecht niet zou zijn meegewerkt aan vervreemding van een ouder meest de vader, eigen vader van kinderen.
    In prima onderzoek, (passyndroom en aanverwante stoornissen, door Gardner) is allang aangetoond hoe men in rechtspraak en ook hulpverlening dit kan voorkomen.
    Meldplicht bij scheiding, bestaat niet voor de hulpverlening. Klakkeloos verklaringen die in dossiers worden opgetekend middels ook advokaten in gevallen, door moeders met ernstige stoornis borderline gedaan, als kenmerk al, worden totaal niet in eerste instantie op waarheid gecontroleerd. Aan waarheidsvinding wordt niet gedaan of nauwelijks terwijl dat broodnodig is. Je kunt ook zeggen dat er wordt gelogen over de rug van het kind. Met later vervreemding, wegens omgangsfrustratie in stand gehouden door verzwijging in de ggz bijvoorbeeld al ook. Immers die hulpverleners melden niets (verschuiling achter wet privacy o.a.) richting rechters-kidnerrechters. Als een rechter nota bene zelfs met verzoek niets wenst te onderzoeken gelijk al niet aan zulke types,
    dan is het kind de dupe. En staat bloot en wordt blootgesteld aan welzeker kindermishandeling. Vaders worden uit zicht gewerkt ook veelal onterecht op die manier, en deze onmenselijke gang van zaken moet worden aangepakt zodat die kinderen niet in de zorg hoeven komen. Moeders die dat doen zul je strafrechtelijk aan dienen te pakken als Justitie. En gebeurt dat niet blijft het patiëntjes kweken. De psychiatrie loopt er vol mee.

  2. Kinderopvang is zeker een zorgelijk..
    Ouders willen graag horen dat de kinderopvang goed is voor de sociale ontwikkeling van hun kind.
    Ook in de kinderopvang zelf wordt dat veelal hard geroepen.Zoals dat baby’s al snel en veel goede contacten met leeftijdsgenootjes zouden krijgen/hebben. Maar dat is gewoon lariekoek en dus helemaal niet waar! Want contacten met leeftijdsgenootjes in de eerste twee jaar zijn minimaal. Bovendien blijken positieve interacties met leeftijdsgenootjes misschien wel hun sociale competentie te bevorderen, maar negatieve ervaringen kunnen weer leiden tot een verhoogd risico op agressiviteit en sociale teruggetrokkenheid.
    Kijk zelf eens gewoon goed naar je kind. Als het bv niet levenslustig is moet er toch wel een belletje gaan rinkelen. Ook als het bv angstig is: Is het blij als je het wegbrengt, of moet het iedere keer weer huilen? En bij het ophalen: loopt het dan eenzaam verloren rond? Loopt het spontaan naar de leidsters toe om dingen te laten zien bv? Juist aan dat soort dingen kun je veelal zien of het daar goed gaat of slecht. Als het weer thuis komt bv: is het dan onhandelbaar na op de het kinderdagverblijf geweest te zijn? Want ook dat is een slecht teken. Dit zijn tekens waar de meeste ouders veelal geen weet van hebben, maar juist wel veelal laten zien of het goed of niet .Ouders hebben het vaak onbewust niet door, zijn te druk met zichzelf en observeren hun kinderen niet voldoende in hun doen en laten. Te drukke ouders bv: (veelal tweeverdieners) kun je veelal ook al herkennen aan het kind.Want kinderen die contact met de ouder systematisch vermijden blijken vaak ouders te hebben die het erg druk hebben met andere dingen en het kind veelal onbewust afwijzen als het hun aandacht vraagt. Deze kinderen leren heel vroeg dingen zelf te doen, en de ouders vinden dat meestal wel handig en zeggen kijk mijn kind eens slim zijn.Maar zo komt het kind veelal wel in een negatieve spiraal terecht..Het zal dan ok op het kinderdagverblijf weinig contact met anderen en de leidster zoeken en kan dan angstig of juist vijandig reageren op andere kinderen. En daar krijgt het dan weer negatieve reacties op, zeker als leidsters geen tijd of oog hebben voor dit soort kinderen.
    Ook moeten druk bezette ouders meer leren onderscheid te maken tussen weinig tijd en de kwaliteit van wat je doet in die tijd. Want de hechting tussen ouder en kind hangt niet af van de hoeveelheid tijd die je met je kind doorbrengt.Maar wel van je beschikbaarheid in de tijd dat je er bent..!Veel ouders zijn zo druk met zichzelf dat men veelal gewoon het kind over het hoofd ziet.Zie bv recent nog: vrouw gaat werken laat kind in de auto achter (kind overleed in auto) omdat zij vergat dat het kind ook nog in de auto zat om naar kinderdagverblijf te brengen.Kinderombudsman heeft niets tegen kinderopvang/kinderdagverblijven, maar de eerste drie levensjaren moet je er gewoon zelf zijn voor je kind, en of dat nu moeder of vader is. Hoofdzaak is dat er een van de twee is.Zeker die eerste jaren.

Comments are closed.