Maak van Ketenzorg een Business Case (afl. 5)

ketenzorgOp woensdag 23 september gaven prof.dr. Guus Schrijvers en Juliusdocent dr. Henk van der Steeg vier uur college aan de Masterclass Disease Management over theorie en praktijk van business cases voor disease management programma”s in Nederland, Engeland, USA en Duitsland. In het college gingen zij in op het begrip business case in de literatuur, de termen return on investment (ROI) en per member per month costs (PMPM costs) en op de terugverdientermijn van de aanloopkosten.

De reacties op dit nieuw ontworpen college waren zo positief dat Schrijvers in deze en volgende afleveringen een paar highlights behandelt. Op 27 september gaf hij op deze site een definitie van business case.  Op 3 oktober behandelde hij de vraag hoe dit begrip zich verhoudt tot de aanpalende begrippen business plan en projectplan. Op 25 oktober en op 1 november kwamen de doelstellingen en de te verwachten inkomsten van een business case aan de orde.

Nu gaat het over het inschatten van de kosten van een ketenzorg programma. Schrijvers onderscheid drie kostensoorten. Ten eerste zijn er de ontwikkelkosten voor het programma. Dan krijgen patienten nog geen zorg. Het programma wordt uitgedacht, een multidisciplinaire richtlijn opgesteld, het zorgpad uitgeschreven en de taakverdeling en coördinatie beschreven. De tweede kostensoort vormen de testkosten. Het op papier ontwikkelde zorgprogramma wordt uitgetest op bijvoorbeeld veertig patienten. Indien de resultaten van het uittesten positief zijn, vindt reguliere inbedding plaats. De kosten hiervan (scholing, verbouwingen, software aanpassingen) vormen de implementatiekosten.

De drie hier genoemde kostensoorten vormen tezamen de voorbereidingskosten en vormen een investering die in later jaren moet worden terugverdiend uit inkomsten. De vierde kostensoort betreffen de reguliere, operationele kosten. Van belang is alle kosten mee te nemen: bijvoorbeeld van huisartsen, verpleegkundigen, ziekenhuisopnamen, medisch specialistische consulten en geneesmiddelengebruik.

Verder is het zaak als patienten langdurig in zorg zijn, de kosten per maand te bepalen. Die heten in het Amerikaanse jargon Per Member Per Month (PMPM-) costs. Tot nu sprak professor Schrijvers over productiekosten van zorg. Er zijn ook sociale kosten te onderkennen, dat zijn kosten vanwege ziekteverzuim, Wia uitkeringen en productieverlies. Die zijn moeilijk per programma te bepalen. Maar vergeet ze niet te vermelden bij een beroep op bijvoorbeeld de beleidsregel Zorginnovatie van het NZA. Volgende week gaat hij verder met het bepalen van de Returns on Investments van een startend zorgprogramma. Tot zover heel in het kort een e-learning college over business cases en zorgprogramma’s.

Op dinsdag 12 januari 2010 start de derde Masterclass Disease Management en Ketenzorg van dertien colleges, alle op dinsdagen van 15.00-19.00 uur in het UMC Utrecht. Ook de hier besproken business case aanpak komt gedurende een van de middagen aan bod. Wil jij deelnemen aan deze Masterclass? Klik dan hier en schrijf u in.