Nederlandse onderzoekers publiceren onderzoek dat wereldwijd veel ziekenhuisinfecties zou kunnen voorkomen

0
261

Nederlandse onderzoekers hebben aangetoond dat een groot deel van de ernstige infecties die optreden na operaties in ziekenhuizen, voorkomen kunnen worden. De infecties worden meestal veroorzaakt door de Staphylococcus aureus. Een derde van de bevolking is permanent drager van de bacterie. De neusholtes vormen het reservoir zijn en van daaruit wordt de rest van het lichaam besmet. De resultaten van het onderzoek, dat werd gecoördineerd door het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam, worden vandaag gepubliceerd in het gerenommeerde Amerikaans wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine. Dus niet het gebrek aan hygiene in ziekenhuizen is de oorzaak van die infecties, maar de patient zelf.

Firestarter van het onderzoek is professor doctor Jan Kluytmans, hoogleraar microbiologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en arts/microbioloog in het Amphiaziekenhuis in Breda. Twintig jaar geleden begon hij in Rotterdam met de ontwikkeling van zijn hypothese dat de patient meestal zelf de bron is van de infectie. Voorafgaand aan het definitieve wetenschappelijke bewijs dat nu geleverd is, werd de preventiemethode al toegepast op de afdeling hartchirurgie van ziekenhuizen in Rotterdam en Breda. Het onderzoek is gedaan onder zo’n duizend patienten in vijf Nederlandse ziekenhuizen. Omdat voor het onderzoek de helft van de patienten een placebo kreeg in plaats van de antibioticazalf gingen zij dus niet ‘schoon’ de operatiekamer in. Halverwege het onderzoek bleek dat er in één van de twee onderzoeksgroepen een aantal ernstige infecties optraden bij de deelnemende patienten.

Tussentijdse evaluatie van het onderzoek gaf aan dat de onderzoekshypothese al voldoende onderbouwd was. Daarom werd besloten het onderzoek wegens succes stop te zetten en te voorkomen dat vanwege het onderzoek onnodig veel patienten een infectie zouden oplopen.

Het Nederlandse MRSA-beleid is succesvol. Minder dan 1% van de inwoners van Nederland draagt de MRSA-bacterie bij zich, mede dankzij het zogenaamde ‘search and destroy’-beleid. Om verspreiding van MRSA nog beter tegen te gaan, moeten meer controles plaatsvinden bij mensen bij wie de behandeling is afgerond. De bacterie Staphylococcus aureus (S. aureus) is één van de belangrijkste verwekkers van ziekenhuis- en andere infecties. De variant van de bacterie die niet bestreden kan worden met normale antibiotica, wordt MRSA genoemd (methicilline resistente Staphylococcus aureus). In Nederland komt deze bacterie relatief weinig voor, mede dankzij het zogenaamde ‘Search-and-Destroy’ beleid. MRSA dragerschap is voor gezonde mensen niet gevaarlijk, maar kan leiden tot moeilijk te behandelen infecties bij mensen die bijvoorbeeld een ingreep in het ziekenhuis ondergaan of een verlaagde weerstand hebben.

Het Nederlandse beleid houdt in dat er actief gezocht wordt naar ziekenhuispatienten en personeel werkzaam in de zorg die MRSA-positief (“drager”) zijn en vervolgens worden behandeld om de MRSA kwijt te raken. Onderzoekers op de afdeling Medische Microbiologie en Infectieziekten van het Erasmus MC weten hoe vaak MRSA-positieve mensen MRSA overdragen naar hun huisgenoten, een groep die nog niet is opgenomen in het beleid. Bijna de helft van alle MRSA-patienten blijkt MRSA over te dragen naar huisgenoten. Jonge mensen, mensen met MRSA in de keel, mensen met eczeem en mensen die thuis lange tijd MRSA-positief zijn, hebben meer kans om MRSA over te dragen. Grote huishoudens en partners van MRSA positieve personen hebben ook een groter risico om MRSA-positief te worden.

Wanneer er gestart wordt met een MRSA-behandeling is het belangrijk om geen wonden meer te hebben aangezien dit de kans op een succesvolle behandeling ernstig blijkt te verkleinen.“Ook MRSA-keeldragerschap verlaagt de kans van slagen. Verder blijkt dat er op meer dan vijf momenten moet worden gecontroleerd of iemand nog steeds MRSA-negatief is na behandeling, in plaats van op drie momenten, zoals nu gebruikelijk is in Nederland. Dit ter voorkoming van het verspreiden van MRSA in ziekenhuizen en de samenleving.”
Voor gezonde mensen levert  de Staphylococcus aureus zelden problemen op, maar dat is anders als je wordt opgenomen in het ziekenhuis. Dan neemt de kans op infecties sterk toe. Met een wattenstaafje wordt bij opname in het ziekenhuis een monster uit de neusholte van de patient genomen. Via een sneltest kan binnen anderhalf uur worden aangetoond of de patient drager is of niet. Als dat het geval is wordt de neusholte ontsmet met een relatief goedkoop antibioticazalfje en wordt de rest van het lichaam schoongemaakt met een antibacteriele shampoo. Hierna kan de patient ‘schoon’ de operatiekamer in en is de kans op een ernstige infectie met zestig procent afgenomen.

Van de ongeveer honderdduizend infecties die jaarlijks optreden bij behandeling in ziekenhuizen worden er zo’n vijftienduizend veroorzaakt door de bacterie. Het zijn ook de meest ernstige infecties. De onderzoekers gaan er van uit dat grootschalige toepassing van de door hen ontwikkelde preventiemethode in Nederland, jaarlijks honderden levens kan redden en wereldwijd zelfs tienduizenden.

De onderzoekers hopen dat de preventieve methode snel door chirurgen in binnen- en buitenland wordt overgenomen. In Nederland zou dat moeten gebeuren via afspraken in de Werkgroep Infectie Preventie. In die werkgroep werken de specialisten samen die in Nederland verantwoordelijk zijn voor infectiepreventie in ziekenhuizen.

Bron: Erasmus MC