Beter onderwijs voor leerlingen met Downsyndroom door Kennis én Rugzak

Leerlingen met Downsyndroom kunnen naar reguliere scholen dankzij gemotiveerde en goed geïnformeerde reguliere leerkrachten én dankzij de ‘Rugzak’. Aan de eerste bouwsteen, de deskundigheidsbevordering van leerkrachten, wil de Stichting Downsyndroom (SDS) bijdragen door middel van een nieuwe Leidraad onderwijs met daarin zo’n 25 jaar ervaring met en kennis over onderwijs aan leerlingen met Downsyndroom.

Op dinsdag 9 februari biedt een delegatie van de SDS de Leidraad onderwijs aan aan de Vaste Kamercommissie Onderwijs. De tweede bouwsteen, de Rugzak, regelt de inzet van de hoog nodige extra middelen op reguliere scholen. De SDS maakt zich grote zorgen over de ontwikkelingen richting ‘Passend Onderwijs’. Met het wegvallen van de ‘Rugzak’ binnen Passend Onderwijs wordt de ouderpositie zwakker en ontstaat onduidelijkheid over de inzet van extra middelen voor leerlingen met Downsyndroom. De SDS pleit daarom voor handhaving van duidelijke wettelijke aanspraken op extra onderwijsmiddelen.

Bij de huidige plannen voor Passend Onderwijs is één van de uitgangspunten dat voor het realiseren van goed onderwijs aan leerlingen met beperkingen deskundigheidsbevordering van leerkrachten essentieel is. De SDS wil hieraan bijdragen. De SDS is hét kennispunt over Downsyndroom in Nederland. Deze Leidraad voor het onderwijs vormt de weerslag van zo’n 25 jaar praktische ervaring en wetenschappelijke kennis over onderwijs aan leerlingen met Downsyndroom, zoals deze is opgebouwd bij de SDS.

In de Leidraad kunnen ouders en leerkrachten kennis vinden over hoe zij in gezamenlijkheid goed onderwijs voor deze kinderen tot stand kunnen brengen, met name in het reguliere onderwijs. Onderwijsintegratie leidt in zijn algemeenheid bij kinderen met Downsyndroom tot een betere integratie in de woonbuurt én tot aantoonbaar meer ontwikkeling van taal en schoolse vaardigheden. Daarnaast zijn er ook individuele situaties waarin plaatsing op een speciale school meer voor de hand ligt. In de Leidraad wordt daarom tevens aandacht besteed aan onderwijs op speciale scholen.
Halverwege de jaren tachtig startte een handjevol leerlingen met Downsyndroom in het regulier onderwijs. Heden ten dage gaat het om zo’n 55 procent van de kinderen met Downsyndroom in de basisschoolleeftijd. Deze toename in de onderwijsintegratie van leerlingen met Downsyndroom is mede mogelijk gemaakt door de ‘Rugzak’ en door de financiele voorloper van de Rugzak, de extra formatie die basisscholen voor een leerling met Downsyndroom al vanaf 1985 krijgen.

Het kabinet is voornemens om de ‘Rugzak’ te vervangen door zogenaamd ‘Passend Onderwijs’. Evenals onze overkoepelende organisatie, het Platform Verstandelijk Gehandicapten, maakt de SDS zich grote zorgen over de ingeslagen koers.

Het inleveren van de ‘Rugzak’ verzwakt de positie van kinderen met Downsyndroom in het regulier onderwijs en de positie van hun ouders. Passend Onderwijs dreigt te eenzijdig de verantwoordelijkheid en macht te verschuiven naar de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen, grote bureaucratische organisaties. Ook is er geen duidelijke waarborg dat er voldoende middelen voor deze kwetsbare groep leerlingen in het regulier onderwijs inzetbaar zullen blijven. Dit zal gaan afhangen van keuzes van de schoolbesturen, met mogelijk grote willekeur en regionale verschillen.

Tegelijkertijd beperkt het kabinet de inzet van AWBZ-gelden in het onderwijs. Bij elkaar genomen vrezen wij dat dit een recept zal kunnen gaan vormen voor veel minder kansen op onderwijsintegratie voor leerlingen met Downsyndroom én daarmee minder ontwikkelingsmogelijkheden. De SDS pleit daarom voor het handhaven van duidelijke wettelijk omschreven rechten voor de inzet van extra middelen op school voor geïntegreerde leerlingen met Downsyndroom. Zonder dat ontstaat er grote onduidelijkheid voor ouders en scholen.