Zorg rond vaatoperaties moet beter om complicaties te voorkomen

0
196

Evaluatie richtlijnen door promovenda Sanne Hoeks laat zien dat richtlijnen onvoldoende worden nageleefd

De geldende richtlijnen voor perioperatieve zorg worden niet goed gevolgd, met onnodige complicaties en zelfs sterfte rond operaties tot gevolg. Promovenda Sanne Hoeks pleit voor betere naleving van de richtlijnen en voor goed gecoördineerde behandelprogramma’s om onnodige sterfte te voorkomen. Hoeks promoveert op vrijdag 12 februari op haar onderzoek naar toepassing van de richtlijnen in Nederlandse ziekenhuizen. Er bestaan grote verschillen tussen de ziekenhuizen.

Perifeer arterieel vaatlijden (“etalagebenen”, ofwel PAD) komt veel voor. Door slechte doorbloeding ondervinden patienten problemen met lopen. Als deze patienten geopereerd moeten worden, lopen ze een groot risico op cardiale complicaties, bijvoorbeeld hartinfarcten, hoewel de operatie niet in de buurt van het hart plaatsvindt. Om dit te voorkomen, is het belangrijk om een goede inschatting van het risico voor, tijdens en na de operatie te maken en dat risico omlaag te brengen. Daarvoor zijn onder andere door de European Society of Cardiology richtlijnen ontwikkeld, gebaseerd op resultaten van onderzoek en consensus onder experts. Die richtlijnen gelden ook voor Nederland.

Sanne Hoeks, wetenschappelijk onderzoeker op de afdelingen Anesthesiologie en Heelkunde van het Erasmus MC, evalueerde voor haar promotieonderzoek de toepassing van de geldende richtlijnen. Ze concludeert dat de richtlijnen in de praktijk onvoldoende worden nageleefd, met alle gevolgen van dien. Zowel rondom de operatie als lang daarna is sprake van onderbehandeling. Patienten krijgen te weinig medicatie voor hun hart- en vaataandoeningen. Hoeks toont aan dat het gebruik van deze medicatie volgens de richtlijnen zorgt voor een 30% betere overleving en betere uitkomsten voor de patient. Andere belangrijke vondsten van Hoeks zijn dat het stoppen van bètablokkers rondom de operatie tot een hogere sterfte leidt en dat er een verband bestaat tussen roken en schade aan bloedvaten.

Hoeks: “Voordat een patient wordt geopereerd, komt hij op bezoek in het ziekenhuis. Dat is een uitgelezen moment om te starten met medicatie en de patient voor te lichten over verandering van levensstijl. Een goed gecoördineerd multidisciplinair programma, dat zich richt op klinische risicofactoren, kan zowel de overleving als de kwaliteit van leven van patienten met PAD verbeteren. Dat betekent dat de vastgestelde richtlijnen beter moeten worden gevolgd en dat we in Nederland aandacht moeten hebben voor het verbeteren van behandelprogramma’s, waaronder critical pathways, educatie van de patient en multidisciplinaire teams in het ziekenhuis. In mijn overtuiging zal dit leiden tot een verbeterde klinische en patientgerichte uitkomst in de toekomst.”