IGZ gaat uitschrijvingen orthodontisten onderzoeken

0
248

De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat diepgravend onderzoek doen naar deze veelvoorkomende illegale praktijk, zo heeft demissionair minister Klink (Volksgezondheid) gisteren aangekondigd. Uit cijfers van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) blijkt dat inmiddels 117 van de 188 in Nederland werkzame orthodontisten zich uit het specialistenregister hebben uitgeschreven. Officieel zijn ze geen orthodontist meer zijn, maar tandarts. Op deze manier kunnen ze hogere tarieven die gelden voor tandartsen in rekening brengen. Maar ze zouden ondertussen de beschermde titel orthodontist (een tandartsspecialist die zich bezighoudt met de stand van de tanden) gewoon blijven gebruiken.

Sinds 2002 zijn de tariefverschillen tussen tandarts en orthodontie fors afgenomen. Op dit moment bedraagt het gemiddelde verschil nog slechts 2,5% in het voordeel van de tandarts. De tarieven verschillen niet allemaal evenveel en sommige tandartstarieven voor orthodontie (D-tarieven) zijn zelfs lager dan de vergelijkbare orthodontistentarieven. Het tariefverschil is ontstaan in de tijd van de Wet tarieven gezondheidszorg (Wtg) toen de tarieven per soort zorgaanbieder werden vastgesteld. Uitgangspunt bij tariefregulering is dat de tarieven kostendekkend moeten zijn. De tandarts heeft een algemene praktijk waarin hij deels orthodontie bedrijft. Een tandarts kan daardoor niet de productie en het efficientieniveau van een orthodontist behalen, waardoor de kosten hoger zijn.

Sinds de invoering van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) in 2006 geldt het principe van functionele bekostiging. Dat wil zeggen dat gelijke tarieven gelden voor gelijke prestaties, onafhankelijk van welke zorgaanbieder de verrichting uitvoert. Vanuit dat beginsel werkt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) toe naar uiteindelijk uniforme tarieven voor orthodontie, ongeacht welke behandelaar die zorg levert.
De NZa heeft tot nu toe niet besloten om de O(orthodontisten)- en D(tandarts)-tarieven gelijk te schakelen, er is alleen besloten om het tariefverschil niet te laten oplopen. Dit komt door het volgende:

Bij een forse tariefverlaging van de D-tarieven ontstaat het risico op een verminderde toegankelijkheid van de orthodontische zorg voor de consument. Ongeveer 1/3 van de orthodontie wordt geleverd door tandartsen (exclusief uitgeschreven orthodontisten). Een aanmerkelijke tariefverlaging in één keer invoeren brengt het risico met zich mee dat tandartsen besluiten te stoppen met het leveren van orthodontie. De toegankelijkheid van de zorg komt dan in gevaar. Naast betaalbaarheid van de zorg is ook toegankelijkheid van de zorg een publiek Wmg-belang. De NZa heeft deze belangen afgewogen bij haar besluitvorming.

Daarnaast moet uit juridisch oogpunt een forse tariefverlaging van de D-tarieven zorgvuldig en daardoor stapsgewijs gebeuren.

Verder heeft bij de besluitvorming van de NZa t.a.v. de D-tarieven de visieontwikkeling op een functionele bekostigingsstructuur voor de mondzorg meegespeeld. Deze visieontwikkeling hing samen met het onderzoek naar de mogelijkheid voor invoering van vrije prijsvorming in de mondzorg. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een advies aan mij om vanaf 2011 experimenteel vrije prijsvorming in te voeren. Aanpassing van de D-tarieven voor deze invoeringsdatum leek niet opportuun. Inmiddels is het experiment aangehouden vanwege omdat het onderwerp door de Kamer als controversieel is aangemerkt.

Op dit moment voert de NZa een kostenonderzoek uit naar de O(orthodontisten)tarieven. In april 2010 worden de onderzoeksgegevens opgeleverd, op grond waarvan voor de zomer (eventueel) een nieuw tarief wordt vastgesteld. Mocht als gevolg van deze excercitie het verschil tussen O- en D-tarieven groter worden, zal de NZa beoordelen of het wenselijk is om de D-tarieven te onderzoeken. De intentie blijft om het verschil tussen beide tarieven zo klein mogelijk te houden.

Uitschrijving uit het BIG register van orthodontisten is bekend bij de IGZ. De belangrijkste taak van de Inspectie is toezicht houden op de kwaliteit en de toegankelijkheid van zorg met als belangrijke factor daarbij de patientveiligheid. Wanneer de patientveiligheid of de kwaliteit van zorg in het geding is, treedt de Inspectie op. Wanneer het titelmisbruik zonder zorginhoudelijke aspecten betreft treedt de Inspectie niet zelf op, maar doet aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Gezien de schaal waarop hier mogelijk sprake is van misbruik van de titel “orthodontist” en gezien de negatieve invloed die dit kan hebben op het vertrouwen van de patient in de gezondheidszorg zal de Inspectie nader onderzoek doen en afhankelijk van de bevindingen optreden.

Als de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van de patient in het geding zijn, zal de inspectie direct optreden. Is alleen sprake van titelmisbruik, en is de zorg verder in orde, dan zal de inspectie alleen aangifte doen bij het openbaar ministerie.

Naast de inspectie is ook de Nederlandse Zorgautoriteit al bezig met een onderzoek naar de onderbouwing van de tarieven van orthodontisten.

Bron: VWS