Internet helpt huisarts en chronische zieke

Huisartsen of hun assistenten moeten uiterlijk binnen 90 seconden een spoedtelefoontje aannemen. Anders zijn zij onbereikbaar. Dat lukt niet bij meer dan een kwart van de patienten. De kwaliteitsnorm is dat men binnen dertig seconden een patient te woord staat. Dat lukt niet bij 63% van de patienten. Voor niet-spoed zaken, zoals het maken van afspraken, is de norm dat een huisarts binnen twee minuten opneemt. Dat lukt bij 52% van de patienten. Het maximum bedraagt tien minuten. Veertig procent van bellende patienten krijgt binnen die 10 minuten geen contact.

Deze cijfers uit het najaar van 2007 publiceerden de Inspectie Gezondheidszorg en het Nederlands Patienten- en Consumenten Platform in september 2008. Prof.dr. Guus Schrijvers gebruikte ze in zijn lezing tijdens een conferentie over telefonische bereikbaarheid van Drentse huisartsen. Die vond plaats op 28 april in Westerbork. Aanwezig waren circa tachtig personen waaronder tien tot vijftien huisartsen. Zorgbelang Drenthe had de bijeenkomst georganiseerd.

Aan de orde kwam het onderwerp of contact met huisartsen via internet hun bereikbaarheid zou verhogen. Wel voor chronische zieken was de mening van zaal, huisartsen en Schrijvers. Zij hebben vaak korte vragen over bijvoorbeeld aanpassing van de dosering van hun medicatie of voor een afspraak om de bloeddruk te meten. Dat soort vragen kan makkelijk lopen via internet. Sommige Drentse huisartsen werken hier al mee. Daarbij is van groot belang dat huisartsen hun patienten kunnen identificeren. Hiervoor is de Digid bruikbaar die burgers reeds kennen van het elektronisch invullen van hun belastingbiljet. Voor nieuwe patienten met kort-episodische klachten is het afspraken maken via internet lastiger.

Er bestaat, zo vernam Schrijvers, geen goede triage-software om een patient uit te vragen naar de urgentie van de afspraak en het soort afspraak (telefonisch, consult of visite). Wilt u de PPP’s vanzmijn gastcollege inzien? Hij bespreekt daarin ook nog andere onderzoeken over telefonische bereikbaarheid en vermeld de literatuurbronnen. Klik dan hier. Tot zover dit bericht.

Op 2 juli houdt het Julius Centrum een congres over recente ontwikkelingen in ketenzorg aan chronische zieken. Plenaire sprekers zijn onder meer Minister Klink, Paul Wallace van Kaiser Permanente en Evert Jan van Lente die het disease management in Duitsland introduceerde. In diverse workshops komt de driehoek internet, eerstelijn en chronische zieke aan de orde. Wilt u op de hoogte raken van wat er recent en binnenkort speelt rond ketenzorg aan chronische zieken? Klik dan hier, lees de uitgebreide brochure en meld u aan.