Specialisten zijn geen grootverdieners

Medisch specialisten hebben vorige week  ‘klantvriendelijk’  actie gevoerd tegen plannen van minister Klink om ziekenhuizen te laten bepalen welke zorg ze tegen welk inkomen mogen leveren. Internist Ad Dees deelt de mening van zijn collega’s dat er niks goeds van komt als managers – en niet dokters – het voor het zeggen krijgen.

Een oudere kennis met slechte knieen, niet eens uit de bouw overgehouden, belt me regelmatig voor medische zaken. Deze keer vroeg hij: ‘Heb jij ook meegedaan aan de protestmars van specialisten in Den Haag?’ Vele jaren geleden werd ik ook al eens met de vraag geconfronteerd of een specialist mag demonstreren of zelfs staken. Het was de tijd van mevrouw Borst als bewindvoerder in de zorg. De wachtlijsten liepen op en er was veel onvrede.

De minister, zelf afkomstig uit de zorg, koos zonder aarzelen. Zij besloot tot een eenmalige forse uitbreiding van vrijgevestigde specialisten in de ziekenhuizen. Een gouden ingreep, die bekend geworden is als het ‘witwassen’. Inmiddels komt Nederland in een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie als beste zorgland uit de bus. Hetzelfde beeld laat een groot internationaal onderzoek naar oncologische (kanker) zorg zien. Dat is opmerkelijk. Immers, ons land kent per hoofd van de bevolking het minste aantal medisch specialisten van heel Europa. De opbouw van de zorg in ons land – universitaire ziekenhuizen met loondienstverbanden enerzijds en algemene ziekenhuizen met vrij gevestigde specialisten anderzijds – blijkt uitstekend te werken. De academie met nadruk op onderzoek en de periferie met grote patientenstromen vullen elkaar goed aan.

Haagse regelzucht
De grote internationale waardering leeft vandaag helaas niet in politiek Den Haag. Daar leeft een permanente behoefte om zelf de zorg te regelen in plaats van deze over te laten aan het veld. Dat is niet alleen onverstandig, maar ook onjuist. Tachtig procent van de bijna tachtig miljard euro aan zorggelden komt bovendien uit premies en heeft niets met overheidsinvesteringen te maken. Enkele jaren geleden bezocht ik een kwaliteitsconferentie op het Binnenhof. Captains of industry, Bakker van TNT en Willems van Shell, kwamen aanmatigend vertellen hoe het efficienter en veiliger moest in de zorg. Wie nu een postbode spreekt, weet waar dergelijke verhalen toe leiden. Over de 25 miljoen Mexicaanse-griepinjecties – geschatte kosten tot een half miljard euro – en twee jaar aarzeling om in te grijpen bij de Q-koorts, zwijg ik dan maar.

Dat de kosten toenemen, is van alle tijden. De oorzaken zijn bekend: vergrijzing, toenemende gewichtsomvang van de bevolking met een explosie van diabetes, kostbare investeringen in ziekenhuisbouw en apparatuur als CT-scans en MRI’s. Daarnaast het DBC-systeem, tegen de wil van specialisten met zevenmijlslaarzen ingevoerd en nu minder transparant dan enig voorafgaand declaratiestelsel. Voor de weeffouten in de DBC’s is uitvoerig gewaarschuwd, maar niets kon de politiek weerhouden van dit stokpaard. Het geloof in marktwerking doofde ieder argument.

Grootverdieners
Nu het ministerie in zwaar weer is gekomen en er hoe dan ook geld gevonden moet worden, worden de medisch specialisten plots te vuur en te zwaard bestreden. Zij zouden de kwaadwillende grootverdieners zijn die de gezondheidszorg budgettair ziek maken. Natuurlijk is niets onzinniger dan dat. Medisch specialisten declareren binnen het DBC-stelsel. De meesten van hen zetten in een jaar twee- à driehonderdduizend euro om. Wanneer daar alle verplichtingen afgehaald zijn: pensioen, arbeidsongeschiktheidspremies, personeelskosten, investering in verplichte nascholing- en congreskosten, blijft een bedrag over minder dan de balken­endenorm. Daarna natuurlijk nog de belasting. En anders dan bij de minister-president ontbreekt de dienstauto.

De minister zet nu alles op alles om de medisch specialisten tot loondienst te dwingen. Dan verdienen ze minder en kan het ministerie eindelijk controle uitoefenen op alle zorgbudgetten. Daarmee verliezen de medici hun declaratierecht en dus hun vrije beroep.

Het einde van de maatschapstructuur
Dat betekent het einde van de maatschapstructuur, waarbinnen nu veel goeds geregeld is: onderling toezicht, contractuele verbondenheid, opleiding van artsen, kwaliteitszaken. Als er nu iemand ziek wordt of met zwangerschapsverlof gaat, lost de maatschap dat op. Dat is natuurlijk straks een probleem voor de ziekenhuisorganisatie. En als er om 18.15 uur een doodzieke patient op de Spoedeisende Hulp arriveert, die is voor de dienstdoende specialist, wie het ook is. En als de ziekenhuisdonatiecommissie vergadert, of er dient onderwijs gegeven te worden aan artsen in opleiding tot specialist (aio’s), dat moet dan maar apart tegen vergoeding worden ingeroosterd. Dat er minder tijd voor de patient is, en er vervolgens twee maal zoveel specialisten moeten komen, met allemaal werkruimtes, extra kosten, dat zij dan zo.

Een land krijgt wat het verdient. Was mevrouw Borst er nog maar.

Dr. A. Dees is internist-opleider in het Ikazia Ziekenhuis te Rotterdam.

Bron:  Nederlands Dagblad