Babyvoeding moet gecontroleerd worden op schimmeltoxines

Array

Een internationaal team van onderzoekers roept op om babyvoedsel in ontwikkelingslanden, zeker in de streken waar veel maïs gegeten wordt, te beschermen tegen besmetting met fumonisine, een gifstof die door schimmels wordt geproduceerd. Tot nu toe werd gedacht dat de groei-achterstand van de baby’s in die gebieden te wijten was aan de lage voedingswaarde van de bijvoeding met maïsmeel die ze krijgen zodra de moedermelk niet meer voldoende is. Maar het schimmelgif heeft er wel degelijk mee te maken, rapporteren de vorsers in het gerespecteerde vakblad Molecular Nutrition and Food Research.

De oproep gaat uit van onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde en hun collega’s van de Tanzania Food and Drugs Authority en de Universiteit Gent. Tot nu toe werd geen aandacht besteed aan schimmeltoxines, behalve aan aflatoxine, dat berucht is van beschimmelde noten. Maar er is wel degelijk een verband tussen mogelijke besmetting met fumonisine en groei-achterstand en ondergewicht; dat blijkt uit hun onderzoek op het Tanzaniaanse platteland. Nog niemand had naar dit verband gezocht.

Wereldwijd lijdt 1 kind op 3 aan groei-achterstand en 1 kind op 4 aan ondergewicht. Tegen hun vijfde levensjaar heeft dat vijf miljoen doden geeist, bijna allemaal in zwart Afrika en Zuid-Azie. De meeste van die sterfgevallen hebben met ondervoeding te maken.

Al in 2004 rapporteerden dezelfde onderzoekers dat de achterstand van de Tanzaniaanse baby’s niet verbeterde door de nutritionele kwaliteit van de bijvoeding te verhogen. Wat meteen vragen doet rijzen bij de huidige aanpak van ondervoeding door de internationale hulporganisaties.

De vorsers gingen dan op zoek naar andere redenen waarom de kinderen zo slecht gingen groeien wanneer de borstvoeding verminderde en de moeders met maïspap begonnen. Ze wisten dat het beruchte schimmelgif aflatoxine in Benin en Togo tot groeiachterstand leidde. Ze gingen op zoek naar andere schimmeltoxines.

Ze ontdekten dat kinderen van twaalf maanden, die via hun bijvoeding met maïsmeel blootgesteld waren aan meer fumonisines dan de maximumwaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (2µg/kg lichaamsgewicht), beduidend kleiner en lichter waren dan leeftijdsgenoten die minder of niet aan het gif waren blootgesteld.

Fumonisine komt in het voedsel via schimmels die specifiek groeien op maïs, het basisvoedsel in Tanzania – en een groot deel van de wereld. De schimmel kan aanwezig zijn zonder dat dit voor het blote oog opvalt. Hij kan tegengegaan worden door een juiste opslag van de maïs.

Het artikel “Fumonisin exposure through maize in complementary foods is inversely associated with linear growth of infants in Tanzania” verschijnt in het vakblad Molecular Nutrition and Food Research. Het onderzoek werd financieel ondersteund door de International Foundation for Science (IFS), Nutrition Third World (NTW) en de Belgische Technische Coöperatie (BTC).

Recente artikelen