Obesitas-team: speciaal team van professionals voor zwaarlijvige kinderen

Array

Programma om kinderen en jongvolwassenen met overgewicht  te screenen en coachen
Een op de zes Nederlandse kinderen kampt met overgewicht (14 procent) of is ronduit zwaarlijvig (2 procent). In Zuid-Limburg is het probleem nog groter. In een gebied van vijftien kilometer rond Maastricht wonen naar schatting 5000 kinderen met overgewicht en 1000 kinderen met zwaarlijvigheid (obesitas). En hoe groter het overgewicht, hoe groter het gezondheidsrisico. Tal van aandoeningen liggen op de loer, zoals diabetes type 2, leververvetting, hart- en vaatziekten en psychosociale problemen. Deze problemen worden steeds vaker ook al vastgesteld bij kinderen met overgewicht. Om iets aan die situatie te doen, heeft het Maastricht UMC+  een obesitas-team opgericht, een team van professionals die de kinderen en jongvolwassenen gedurende jaren bij de hand nemen op weg naar een gezondere leefstijl.

Kinderen die voor het programma in aanmerking komen, worden 24 uur opgenomen. Tijdens die opname worden ze uitgebreid gescreend op gezondheidsrisico’s en co-morbiditeit. Vervolgens worden de resultaten van die screening in een groep experts (bestaande uit een kinderarts-endocrinoloog, een kinderarts maag-, darm- leverziekten, een kinder-intensivist , een pulmonoloog, een psycholoog en een dietiste) besproken en komt er een zorg-op-maatplan. Vastgestelde aandoeningen worden behandeld en een kinderarts en een verpleegkundig coach nemen het kind en de ouders vervolgens bij de hand op weg naar een gezondere leefstijl. Gezonde voeding en meer bewegen, daar komt het op neer. Maar zo’n gedragsverandering is niet eenvoudig. Daarom is er voor de kinderen en hun ouders een psychologisch traject, dat in samenwerking met de Riagg en PRIMA-psychologen wordt opgezet en uitgevoerd. Het veranderen van de leefstijl door langdurige begeleiding heeft naar alle waarschijnlijkheid ook effect op de leefstijl van de volgende generatie en voorkomt zo dat het probleem van generatie op generatie wordt overgedragen.

Voor de wetenschappelijke ondersteuning van het obesitas-programma zorgt kenniscentrum en onderzoeksinstituut NUTRIM. Uiteindelijk zal de aanpak moeten leiden tot een wetenschappelijk onderbouwde therapie die ook elders kan worden toegepast.

Het programma van opnemen, screenen en langdurige ambulante begeleiding geven (“Coachen van obees kind naar gezonde ouder”) is uniek in Nederland. Het Maastrichtse obesitasteam, genaamd COACH (Center of Obese Adolescents and Childrens Healthcare) sluit aan bij de zorgstandaard voor overgewicht en obesitas die vandaag wordt gepresenteerd door het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON). “We gaan in feite nog een stapje verder dan wat de zorgstandaard voorschrijft”, aldus kinderarts maag-, darm- en leverziekten Anita Vreugdenhil, een van de drijvende krachten achter het obesitas-team. “Noem onze aanpak maar zorgstandaard-plus.” Het obesitas-team van het Maastricht UMC+ wordt al naar gelang de behoefte uitgebreid met specialisten als een sociaal kinderarts, een kindercardioloog en een kindernefroloog. Ook is er een maag-, darm- en leverarts betrokken bij het team dat de begeleiding ondersteunt nadat de volwassen leeftijd bereikt is.

In Zuid-Limburg lopen al de nodige programma’s die zich richten op het verbeteren van de gezondheid van kinderen met overgewicht. Wat echter ontbreekt, is een langdurig programma voor die kinderen die dat nodig hebben en een adequate screening op gezondheidsrisico’s en co-morbiditeit. Het  Maastricht UMC+ gaat deze rol nu op zich nemen. “Wij willen spin in het web zijn. Een zorgketen vormen samen met Jeugdgezondheidszorg, regionale GGD, huisartsen, artsen in perifere ziekenhuizen,  Riagg en GGZ”, aldus Vreugdenhil.

Maastricht UMC+

Met ingang van januari 2008 zijn het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) en de Faculteit Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht gefuseerd tot het achtste universitair medisch centrum van Nederland. De nieuwe organisatie heet Maastricht UMC+.
Het Maastricht UMC+ heeft als kerntaken: patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs en opleiding. Daarin nemen, naast de standaard patiëntenzorg, topklinische zorg en topreferente zorg een belangrijke plaats in. Deze zijn nauwgezet afgestemd met het fundamenteel en het (experimenteel) klinisch onderzoek. Dit resulteert in de klinische onderzoeksspeerpunten hart en vaten; oncologie, chronische ziekten en geestelijke gezondheidszorg en neurowetenschappen.

Recente artikelen