Prof. Lt. Col. David Grossman over publiek geweld: ‘We leren onze kinderen om te doden!’

Array

Wie na de pleinaanslag in Alphen aan de Rijn nog twijfelt aan het verband tussen gewelddadige videogames en publiek geweld, kan zijn hart ophalen bij de studies van David Grossman. Deze ex-luitenant kolonel en professor in de psychologie werd in 1999 al door de president van de Verenigde Staten geciteerd na het bloedbad van de Littleton High School. Clinton: ‘David Grossman heeft gezegd dat jongelui leren om te doden met alle precisie van een militair opleidingsprogramma, maar zonder de begeleidende persoonlijkheidstraining.’

‘De 14-jarige Michael Carneal, de schutter bij de schietpartij op de Pudacah school in Kentucky had in zijn leven nog nooit met een echt pistool geschoten. Hij stal een .22 pistool, vuurde een paar schoten af om te oefenen en nam het mee naar school. Hij vuurde acht schoten af tijdens een godsdienstles op een middelbare school. Met die acht schoten raakte hij acht verschillende leerlingen, vijf in het hoofd, de drie anderen hoog in de borst.

Ik train wereldwijd talrijke militaire elitekorpsen en politieorganisaties. Zij zijn hogelijk verbaasd wanneer ik hen over deze prestatie vertel,’ aldus Grossman. ‘Nergens in de annalen van de militaire- of politiegeschiedenis kan ik een gelijkwaardige ‘prestatie’ vinden. Hoe komt een veertienjarige jongen, die daarvoor nog nooit een geweer had afgevuurd, aan de vaardigheid en de intentie om te schieten? Het antwoord hierop is: videospelletjes en mediageweld.’

Natuurlijke afkeer tegen doden
Lt. col Professor David Grossman spreekt hier in de studie Publiek Geweld (Schuyt & van den Brink, 2003, UVA). Grossman is verbonden aan Militaire Academie in West Point en een expert op het gebied van de psychologie van het doden. ‘In de Tweede Wereldoorlog ontdekten wij dat slechts 15 tot 20 procent van de individuele scherpschutters werkelijk schoot op een onbeschutte vijandige soldaat. Dit komt omdat de gezonde leden van de menselijke en dierlijke soort een krachtige en natuurlijke afkeer hebben tegen het doden van hun eigen soortgenoten,’ vertelt Grossman.

Dieren met geweien en horens vechten met elkaar door met de koppen tegen elkaar te stoten, andere dieren vallen zij van opzij aan, om met de horens de buik open te rijten. Piranha’s zetten hun giftanden in alles, maar ze worstelen met de eigen soort. Ratelslangen bijten in alles, maar worstelen met elkaar. (On Killing (1996)) Het strikt instrumentele gebruik van geweld gaat (ook) de meeste mensen minder gemakkelijk af dan men zou denken.

Het aanleren van geweld
De VS zette een trainingsprogramma op om dit ‘probleem’ te overkomen. Door trainingsmethoden als ontmenselijking, klassieke conditionering, africhting en rolpatronen aan te leren. Soldaten werden in het schieten getraind op een stimulus-respons basis: een schim in het veld duikt op en de soldaat moet schieten tot de schim valt. Door het mentale africhten en honderden keren doorlopen van een stimulus-respons training, zal een soldaat in de werkelijkheid uit reflex schieten. Een succesvolle aanpak: in de Koreaanse oorlog was 55 procent van de soldaten bereid om te doden. In Vietnam was dit al 90 procent.

‘We leren onze kinderen om te doden.’
Dus de meeste soldaten hebben grote moeite met gericht schieten op de vijand, en daarnaast is meteen raak schieten zonder langdurige training nagenoeg onmogelijk. Daarom moeten allerlei video- en computergames als levensgevaarlijk speelgoed worden beschouwd. Kinderen oefenen zich op die manier in het gebruik van geweld, en wel in twee opzichten. Ten eerste leren zij met behulp van die games de oog-hand-coördinatie aan die nodig is voor een dodelijk schot. Ten tweede leren ze hun emotionele weerstand tegen een dergelijk schot te onderdrukken. De ernst hiervan blijkt uit de vele schietpartijen die de VS, Frankrijk, Zwitserland, Engeland, Duitsland (en nu ook Nederland) hebben opgeschrikt. Veel van deze jongeren schoten onmiddellijk raak,’ aldus Grossman.

Associatie van geweld met plezier
Nog een voorbeeld van Grossman: ‘Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog dwongen de Japanners ettelijke van hun jonge en onervaren soldaten om onschuldige gevangenen met bajonetsteken te doden onder toejuiching en aanmoediging van hun vrienden. Na afloop kregen deze soldaten het lekkerste eten sinds maanden, sake en zogenaamde troostmeisjes. Met als gevolg? Zij leerden geweld te associeren met plezier.

Deze techniek is in moreel opzicht zo verwerpelijk dat er in de moderne Amerikaanse legeropleiding weinig voorbeelden van zijn, maar de media passen haar wel toe op onze kinderen. Zij aanschouwen levendige voorbeelden van het menselijk lijden en sterven en zij leren het te associeren met pret, aanmoedigingen, popcorn, frisdrankjes en het luchtje van hun vriendinnetje.’

‘Na de schietpartij in Jonesboro vertelde een van de leraressen over de reactie van haar leerlingen, nadat zijn hen vertelde dat iemand een aantal broertjes, zusjes en neefjes had neergeschoten op de lagere school. “Zij lachten,” vertelde ze mij ontsteld, “Zij lachten.” We hebben een generatie van barbaren opgevoed, die hebben geleerd beelden van sterven en lijden te associeren met plezier […].’

Dit artikel is gebaseerd op de studie Publiek Geweld (2003) van respectievelijk Kees Schuyt, hoogleraar Sociologie aan de UVA en Gabriel van den Brink, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn.

 

Literatuur

  • Kees Schuyt en Gabriel van den Brink, Publiek Geweld (2003) ISBN 90 5356 572 8 (Amsterdam University Press)
  • David Grossman On Killing: the psychological cost of learning to kill in war and society (1996)
  • David Grossman (a.o.) Stop teaching our kids to kill: a call to action against TV, movie and video game violence (1999).

 

Jolanda Clement

 

Recente artikelen