Schellekens: 2011, begin van het einde voor farmaceutische industrie

Huub Schellekens, arts en hoogleraar farmaceutische biotechnologie:
Zoals gebruikelijk stonden de wetenschappelijke tijdschriften vorige week vol met lijstjes met de belangrijkste innovaties en ontdekkingen van het jaar. (FD)

Wetenschappelijk blijkt 2011 maar pover. Zo was voor het voornaamste Amerikaanse tijdschrift Science de belangrijkste doorbraak de studie die liet zien dat vroege behandeling van aids ook de verspreiding van het virus vermindert. Nogal wiedes lijkt me, omdat een antivirale behandeling ook de concentratie van het aidsvirus verlaagt in sperma en bloed, die de besmetting overbrengen. Ik vraag me zelfs af of je zo’n voor de hand liggend resultaat wel wetenschap mag noemen.

Ondergang
Voor mij is 2011 vooral het jaar waarin de ondergang van de farmaceutische industrie, zoals we die thans kennen, onafwendbaar werd, met grote gevolgen voor het biomedische onderzoek en de vertaling daarvan in de behandeling van patienten.

Er komen al een jaar of vijftien steeds minder echte, nieuwe medicijnen op de markt, een innovatieprobleem dat overigens maar ten dele in de schoenen van de industrie kan worden geschoven.

Steeds afhankelijker
De grote farmaceutische bedrijven zijn daarom gaandeweg steeds afhankelijker geworden van een handjevol goedlopende en zeer winstgevende producten, de zogeheten blockbusters. Maar de octrooien daarvan zijn eindig en daarmee de winsten. Zo verliep begin december het octrooi van de cholesterolverlager Lipitor, met $ 13 miljard dollar per jaar goed voor een zesde van de omzet van Pfizer, de grootste farmaceutische industrie ter wereld. Binnen een week was Pfizer de helft van de omzet kwijt door de introductie van twee merkloze kopieen.

Wanhopig op zoek
De industrie lijkt ook steeds wanhopiger op zoek naar nieuwe medicijnen, met een steeds grotere kans op mislukkingen. In dezelfde week dat Pfizer $ 7 miljard aan omzet moest inleveren, meldden de drie grote Europese fabrikanten Novartis, Sanofi en AstraZeneca dat ze stopten met de ontwikkeling van een vijftal producten voor de behandeling van depressie, hoge bloeddruk en kanker wegens teleurstellende resultaten bij patienten. Maar 2011 was niet alleen het jaar van de geflopte producten, maar ook van de teleurstellende technologieen. Farmareus Roche is gestopt met onderzoek op gebied van siRNA, kleine stukjes erfelijke informatie waarmee de activiteit van cellen kan worden gestuurd en het Amerikaanse bedrijf Geron met stamcelonderzoek, waarvan het de pionier was.

De afgelopen jaren heeft de farmaceutische industrie weten te overleven door de prijzen van de nieuwe medicijnen steeds hoger te maken. Maar ook daar is de grens bereikt. Het duidelijkst is dat bij de middelen voor de behandeling van kanker. Daar moet tegenwoordig vaak € 100.000 per jaar voor worden neergeteld, terwijl de patient hooguit een paar maanden langer leeft. Geen wonder dat verzekeraars en overheden zich steeds meer gaan afvragen of dit een zinvolle besteding is binnen een steeds duurdere wordende gezondheidszorg.

Kosten verlagen
De fabrikanten van medicijnen proberen ook hun kosten zo veel mogelijk te verlagen, onder meer door af te slanken; 2011 was ook een topjaar wat het aantal ontslagen betreft, kennelijk ook van de medewerkers die de kwaliteit van producten moeten bewaken.

Het aantal gemelde fabricatieproblemen van medicijnen neemt steeds meer toe, soms met tekorten als gevolg, vooral van kritische producten zoals voor de behandeling van kanker en om patienten onder narcose te brengen. Dergelijke medicijnen zijn moeilijk te fabriceren en zijn daarom ook de eerste slachtoffers van bezuinigingen op kwaliteitsbewaking.

Verdubbeling tekorten
In 2011 hebben we een verdubbeling gezien van de tekorten en in de VS zijn de eerste doden gemeld omdat een levensreddende medicijn niet geleverd kon worden. Het is wachten op de eerste slachtoffers in Europa.

Huub Schellekens is arts en hoogleraar farmaceutische biotechnologie.