Basale angstreacties hangen samen met genetische aanleg

Iedereen is wel eens angstig. Tot 28% van de bevolking in westerse maatschappijen krijgt gedurende zijn of haar leven zelfs te maken met angststoornissen die tot psychische problemen kunnen leiden. Posttraumatische stressstoornis bijvoorbeeld, of een sociale fobie. Angst is echter in de meeste gevallen een nuttige reactie die adaptief handelen in dreigende situaties vergemakkelijkt. Floris Klumpers presenteert in zijn proefschrift, waarop hij vandaag promoveert, nieuwe inzichten over zowel lichamelijke reacties als hersenreacties die betrokken zijn bij angst.

Klumpers beschrijft onderzoek naar de basale reacties in het lichaam en in het brein die optreden als gezonde mensen aan acuut gevaar worden blootgesteld. Bij vrijwilligers werd dreiging van een vervelende, maar ongevaarlijke, elektrische schok gebruikt om angstreacties op te roepen. Daarnaast werd met een nieuwe onderzoeksopzet bekeken welke hersengebieden ervoor zorgen dat mensen weer kalmeren wanneer er niet langer gevaar dreigt.

Basale angstreacties bleken samen te hangen met de genetische aanleg van deelnemers. Mensen met een veelvoorkomend genotype van het zogenaamde serotoninetransportergen lieten heftiger reacties zien. Ook veelgebruikte medicatie voor angst en depressie zoals Prozac werkt via deze serotoninetransporter.

In samenwerking met andere onderzoekers in Nederland en Zuid-Afrika werden angstreacties gemeten bij deelnemers met schade in een hersengebied dat specifiek betrokken zou zijn bij angst (de amygdala) en bij patienten waarbij een implantaat specifieke hersendelen stimuleerde.

Het proefschrift van Klumpers  geeft op deze manier nieuwe inzichten in de rol van diverse hersengebieden in angst. De toepassing van deze kennis voor behandeling van patienten is echter nog een grote stap volgens de onderzoeker.

Bron: Universiteit Utrecht