Dagbesteding en rollators kunnen ook uit AWBZ en Wmo

Als ik met mijn kinderen naar de Efteling ga, wordt dat een duur dagje. Dan ben ik een paar honderd euro kwijt. Dat geldt voor iedere burger: voor tijdsbesteding overdag geef je geld  uit, en soms heel veel. Ook zieke burgers in verzorgings- en verpleeghuizen willen overdag  wat doen, net als iedereen. Dat komt niet door hun aandoeningen. Daarom moet dagbesteding niet uit de AWBZ betaald worden. Dat is zuur voor degenen die krap bij kas zitten. Dat is het ook voor mensen met weinig geld die buiten een verpleeghuis of verzorgingshuis verblijven: die hebben geen  geld voor leuke dagbestedingen zoals een uitje naar de  Efteling. Daarom is er geen reden om op hoge leeftijd een recht op dagbesteding te creeren dat uit de AWBZ wordt gehonoreerd. Laten we daarom de kosten voor dagbesteding privatiseren en niet meer dekken uit de AWBZ. Dan blijft er voldoende geld beschikbaar voor verzorging en verpleging van bijvoorbeeld ouderen met dementie. Deze harde, maar ook dappere woorden sprak de arts Mieke Draijer. Zij is voorzitter van Verenso, de Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde. In het dagelijks leven is zij medisch directeur van een grote, Friese aanbieder van verpleging en verzorging. Zij deed haar uitspraken tijdens een levendig congres over de toekomst van de AWBZ, de Wmo en de indicatiestelling. Daaraan namen bijna 300 professionals uit het hele land deel. Het vond plaats op de Universiteit Utrecht, en wel op donderdag 5 april. Kort na de inleiding van Draijer gaven arts Bert Boer en ondergetekende een workshop voor circa dertig congresdeelnemers. Boer is lid van de Raad van  Bestuur van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Aan de orde kwam in de discussie de vraag of patienten zelf rollators en andere goedkope hulpmiddelen moeten gaan betalen. De workshop deelnemers vonden van wel. De AWBZ hoeft daarvoor niet op te draaien. Want elke levensfase heeft zo zijn eigen kosten. Wie bijvoorbeeld kleine kinderen heeft, betaalt zelf de kinderwagen. De Zorgverzekeringswet betaalt die niet als onderdeel van de verloskundige zorg. De Power Point Presentatie van Mieke Draijer en andere sprekers tref je over een week aan op de website www.juliusacademy.nl/events.

advertentieEinde Bericht ___________________________________________
DELEN
Vorig artikelVroegsignalering van opvoedproblemen vermindert verdriet, mishandeling en kosten
Volgend artikelZorgkaartnederland.nl schrapt naam van de arts als hij dat vraagt
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.

1 REACTIE

  1. LS! Bovenstaande pleidooi wordt niet door cijfers geadstrueerd. Bovendien vind ik de argumentatie erg “licht” om zomaar de dagbesteding uit de AWBZ te schrappen. GGz cliënten met bijv de diagnose schizofrenie krijgen inderdaad ook dagbesteding uit de AWBZ. Veel krijgen deze mensen al niet. Ik hoop dat de schrijver van bovenstaande ondoordachte stukje dit met excuses intrekt.

Comments are closed.