Betere tests voor slaapziekte op komst

Onderzoekster Lies Van Nieuwenhove van het Instituut voor Tropische Geneeskunde is erin geslaagd om typerende stukjes van de slaapziekte-parasiet na te maken. Daarmee kunnen tests gemaakt worden om slaapziekte op te sporen, die efficienter zijn, en waarvoor geen gevaarlijke parasieten meer gekweekt moeten worden.

Slaapziekte treft jaarlijks vele duizenden Afrikanen. De oorzaak is een eencellige parasiet, een trypanosoom, die wordt overgedragen door de beet van tseetseevliegen. Eerst vermenigvuldigt de parasiet zich in het bloed en de lymfe terwijl hij het menselijke afweersysteem ontwijkt. Vervolgens nestelt hij zich in organen zoals hart en nieren en ten slotte ook in de hersenen. De patient wordt verward, zijn slaappatroon raakt ontregeld en hij vertoont motorische en mentale stoornissen. Dit leidt onvermijdelijk tot een coma, waarna de patient sterft. De Wereldgezondheidsorganisatie WGO schat dat slaapziekte jaarlijks 10 000 à 20 000 mensen fataal wordt.

In een vroeg stadium kan de ziekte eenvoudig behandeld worden, maar eenmaal de hersenen geraakt zijn, wordt de behandeling complexer en moet men medicatie toepassen die gevaarlijke en zelfs dodelijke nevenwerkingen vertoont. Het is dus belangrijk de infectie vroeg op te sporen.

In de streken waar Trypanosoma brucei gambiense voorkomt, gebruikt men al decennia lang een sneltest die op het Instituut voor Tropische Geneeskunde werd ontwikkeld. Met deze test screent men jaarlijks enkele miljoenen mensen op aanwezigheid van antistoffen in hun bloed.

Diagnosetests zijn nooit perfect: ze zullen altijd gevallen missen, of integendeel mensen ten onrechte als besmet aanwijzen. [VL1] Het is zoals met de metaaldetectors in de luchthavens: te gevoelig en ze slaan ergerlijk alarm bij elke broekgesp, oorbel of muntje,; iets minder gevoelig en er glipt al eens een zakmes door.

De jongste jaren heeft de strijd tegen slaapziekte het aantal gevallen flink doen dalen, en de foutenpercentages die men vroeger accepteerde omdat de tests veel levens redden, kunnen nu niet meer. Onderzoekster Lies Van Nieuwenhove zette zich daarom aan een betere test.

In zo’n test toont men de antistoffen aan door hen de doelwitten aan te bieden die ze ook op de echte trypanosoom herkennen: typerende eiwitten die als een mantel de hele parasiet bedekken. Reageren antistof en doelwit, dan wordt dat zichtbaar door bijvoorbeeld een kleurverandering of een klontering, en is de test positief. Tot op heden worden die eiwitten gezuiverd uit levende parasieten die in proefdieren gekweekt worden, wat niet zonder risico is voor het laboratoriumpersoneel.

bron: Pieter van Dooren