Minister Schippers antwoordt op adviesvraag kwaliteit health checks

Inhoud van de brief van minister Schippers aan de waarnemend voorzitter van de Gezondheidsraad over advisering met het oog op actualisatie van het beleid betreffende vroegopsporing en risicoselectie.

Bij het Ministerie van VWS bestaat behoefte aan advisering met het oog op actualisatie van het beleid betreffende vroegopsporing en risicoselectie. Op 1 maart 2012 heb ik een brief over vroegopsporing en gezondheidsrisico’s1 aan de Tweede Kamer gestuurd. Kern van mijn beleid is de balans tussen het recht van mensen om zelf te kunnen kiezen voor screening en de bescherming van diezelfde mensen tegen de risico’s van screening2. Ik zet vooral in op zelfbeschikking: een goedgeïnformeerde burger die kan kiezen voor screening van kwaliteit.

Ik geloof in de waarde van vroegopsporing van gezondheidsrisico’s, maar zie ook de keerzijde. Niet elke screening is even nuttig. Er kleven ook nadelen aan, waar een deelnemer vooraf van hoort te weten. Om deelnemers te beschermen tegen dergelijke risico’s kennen we de Wet op het Bevolkingsonderzoek (WBO). Die legt een vergunningplicht op voor bevolkingsonderzoek naar kanker, onbehandelbare aandoeningen of met behulp van straling. Daarmee zijn sommige screeningen in Nederland niet beschikbaar, ook niet als mensen er zelf voor kiezen. Voor screeningen die niet onder de WBO vallen, gelden geen specifieke kwaliteitseisen. Terwijl hier ook risico’s aan kunnen kleven, bijvoorbeeld als mensen hun klachten negeren na een fout-negatieve uitslag.

Ik wil een middenweg vinden tussen een zware toetsing vooraf voor een beperkte categorie en de beperkte waarborg die geldt voor screening die niet onder de WBO of het overheidsaanbod valt. Daarom zet ik in op kwaliteitseisen voor alle soorten screening, zoals ik in de brief vroegopsporing en gezondheidsrisico’s heb toegelicht.

Deze wens om te komen tot meer kwaliteit voor alle screening is geen nieuwe ontwikkeling. In 2008 zette mijn voorganger met de ‘kaderbrief screening’ 3 – een reactie op uw advies ‘Screening tussen hoop en hype’ en dat van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) ‘Screening en de rol van de overheid’ al in op kwaliteitseisen. In de balans tussen de beschermingstaak van de overheid en het recht op zelfbeschikking lag de nadruk nog op de klassieke overheidstaak. De WBO kent zijn oorsprong in de wens om burgers te beschermen tegen de nadelen van bevolkingsonderzoek dat hen wordt aangeboden.

De balans tussen het nut voor een relatief kleine groep deelnemers (die mogelijk hun leven aan de screening te danken hebben) en de nadelen die een grotere groep treffen (we weten bijvoorbeeld hoe zwaar de ongerustheid tussen een fout-positieve uitslag en de diagnose kan wegen) moet altijd zorgvuldig afgewogen worden op groepsniveau.

De laatste jaren is er een toenemende druk waarneembaar om meer gezondheidswinst te bereiken door middel van vroegopsporing: een verschuiving van genezing naar preventie. Door technologische ontwikkelingen zien professionals steeds meer kansen en mogelijkheden voor screening. De maatschappij vraagt steeds meer om vroegopsporing van risico’s bij specifieke groepen, maar ook om het vergroten van de mogelijkheden voor mensen om zelf te beslissen over hun gezondheidsrisico’s. Mensen willen graag onzekerheden uitsluiten met als belangrijkste doel gerustgesteld te worden. Screening moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen. Eisen die er nu nauwelijks zijn voor die categorieen die buiten de WBO of overheidsaanbod vallen. Ik wil de lessen uit de bevolkingsonderzoeken en de WBO gebruiken als voorbeeld voor alle screeningen. Daarom heb ik in mijn brief van 1 maart aangegeven dat ik dit vergunningensysteem wil inruilen voor algemene normen.

Dan kan ik meer ruimte geven aan mensen die zelf kiezen voor screening. Ook als het gaat om screeningen die (op groepsniveau) niet bewezen effectief zijn, kan iemand ervoor kiezen, maar zal deze screening dan wel zelf moeten betalen. Die vrijheid wil ik niet inperken. Maar daarbij wil ik wel meer handvatten geven om te kunnen kiezen. Meer informatie over de mate waarin de screening nuttig of juist helemaal niet nuttig kan zijn, wat de uitslag betekent en vooral wat het niet betekent. Daarom vraag ik uw Raad om advies over de kwaliteitseisen waaraan elke screening zou moeten voldoen. Van een eenvoudige leefstijlcheck tot een full body scan. Ik wil de full body scan in Nederland toelaten en vraag u onder welke voorwaarden dit het beste kan.

Ik verwacht dat u hierbij de volgende vragen in overweging neemt. Aan welke criteria moet een screening in elk geval voldoen? Wat kunnen we leren van de criteria voor verantwoord bevolkingsonderzoek (de criteria van Wilson en Jungner) als het gaat om screening op eigen initiatief? Hoe zit het met reclame voor screening? Wat zijn de gevolgen van screening voor de zorg? Levert het onnodige wachtlijsten en vervolgkosten in de zorg op of stelt het juist een hoop mensen gerust? Onder welke randvoorwaarden kan een ziekenhuis scans aanbieden buiten de reguliere zorg om? Tegen welke risico’s van de screening of het vervolgonderzoek moet de overheid mensen beschermen? Welke nadere eisen zou de overheid moeten stellen?

Gelet op de initiatieven die al worden genomen om te komen tot kwaliteitseisen voor screening, zoals de richtlijn preventief medisch onderzoek, en de consequenties van uw advies voor een mogelijke wijziging van de WBO, verzoek ik u binnen een jaar te adviseren.
Ik stuur deze brief ter informatie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

1 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bevolkingsonderzoek/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/03/01/kamerbrief-over-vroegopsporing-en-gezondheidsrisico-s.html
2 De begrippen screening en vroegopsporing gebruik ik hier als overkoepelende term voor het hele scala van preventief medisch onderzoek ,‘health check’, ‘medische checkup’, gezondheidstest’ en ‘total body scan’.