Oratie van Vulpen:”Hef radiotherapie op”

Ziekenhuizen moeten georganiseerd worden via zorglijnen waarbij de route van de patient centraal staat. De indeling in specialismen is een achterhaald overblijfsel van vroeger. Dat stelt hoogleraar radiotherapie prof. dr. Marco van Vulpen van het UMC Utrecht in zijn oratie die hij op 19 juni uitspreekt.

Bij patienten met kanker kan radiotherapie, bestraling, steeds vaker een operatie vervangen. Kennis van radiotherapie is dus voor steeds meer artsen van belang. “Maar dat past niet in onze specialistische organisatiestructuur”, analyseert hoogleraar radiotherapie Van Vulpen.

Hij vindt de indeling van ziekenhuizen in divisies, afdelingen en specialismen naar ziektebeeld achterhaald. Het zijn kolommen die goede patientenzorg belemmeren. Volgens Van Vulpen lopen verantwoordelijkheden en bevoegdheden spaak. “Wie is er verantwoordelijk voor de aansluiting tussen de kolommen? Waar en wanneer begint de zorg in de andere kolom? En wie draagt de verantwoordelijkNOTheid in het grijze tussengebied? De slagkracht om iets voor elkaar te krijgen buiten het eigen vakgebied ontbreekt.”

Standaard parcours
Als oplossing stelt Van Vulpen een nieuwe indeling voor: de route van de patient door het ziekenhuis moet centraal staan. Bijvoorbeeld een zorglijn borstkanker. Binnen deze zorglijn is een vast basisonderzoek nodig. Hierna wordt in een multidisciplinaire bespreking bepaald in welk zorglijn, route A, B of C, de patient zal worden behandeld en gevolgd. “Ik ben ervan overtuigd dat 99 procent van alle zorg in een standaard parcours kan worden gevangen. Iedere route bestaat uit diverse teams van artsen uit diverse disciplines die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor een bepaalde patient. Het betekent dat patienten niet langer onder behandeling zijn van een specialist.”

Als succesvol voorbeeld noemt Van Vulpen het SMART-onderzoek in het UMC Utrecht. Al vijftien jaar lang worden alle patienten met vaatproblemen in het UMC Utrecht gevraagd daaraan deel te nemen, ongeacht voor welke klachten ze in het ziekenhuis zijn.

bron: UMC Utrecht