Onderzoek naar effect gezondheidsvoorlichting op laagopgeleide jongere

Bas van den Putte: ‘Gezien het hoge middelengebruik onder jongeren die praktijkonderwijs volgen, is het belangrijk om te onderzoeken wat het effect is van gezondheidsvoorlichting op deze groep’

Hoe begrijpelijk en effectief is de voorlichting over alcohol en sigaretten voor de laagstopgeleide jongeren van Nederland? En hoe kunnen we de voorlichtingsmaterialen verbeteren? Communicatiewetenschapper Bas van den Putte ontving een NWO-subsidie van EUR 250.000 voor een onderzoek hiernaar.

Onder vmbo-jongeren is al vaker onderzoek gedaan naar de effecten van gezondheidsvoorlichting, maar niet onder jongeren die praktijkonderwijs volgen. En dat terwijl juist deze groep zo kwetsbaar is – bij hen is het middelengebruik het hoogst van alle schoolgaande jeugd. Een greep uit de cijfers: van alle 12-16 jarigen in het praktijkonderwijs rookt 15,4% dagelijks (tegenover 0,9% van de vwo’ers) en doet 36% minimaal 1 keer per maand aan binge drinking (6 glazen alcohol of meer in zeer korte tijd), tegenover 14,7% van de vwo’ers.

Gezien de cijfers is het dus erg belangrijk om te onderzoeken wat het effect is van gezondheidsvoorlichting op deze groep jongeren’, zegt Van den Putte. Het Trimbos Instituut ontwikkelt een nieuwe module die gericht is op het verminderen van middelengebruik bij jongeren. Het bestaande materiaal dat is gericht op vmbo-leerlingen is namelijk te moeilijk gebleken voor de leerlingen in het praktijkonderwijs. `Ik wil graag onderzoeken hoe we de begrijpelijkheid en het effect van dergelijke modules kunnen vergroten.’

Bullets, dus begrijpelijker?
Uit eerder onderzoek onder vmbo’ers naar begrijpelijkheid van schoolboeken zijn al wat aardige en soms verrassende gegevens naar voren gekomen. Zo werd algemeen aangenomen dat kort en puntig schrijven en het gebruik van bullets in een tekst de begrijpelijkheid zou verhogen. Dus niet: `Je kunt beter geen alcohol drinken want alcohol beschadigt je hersenen’, maar:
* Het is beter om geen alcohol te drinken
* Alcohol beschadigt de hersenen

`Maar wat bleek nu: vmbo’ers hebben juist het verbindingswoord nodig om het verband tussen de twee mededelingen te begrijpen. De opsomming met bullets is voor hen dus helemaal niet duidelijker of begrijpelijker, integendeel. In mijn onderzoek ga ik kijken of dat bij voorlichtingsmateriaal voor leerlingen in het praktijkonderwijs ook het geval is.’

Verhaaltjes vs. droge informatie
Ook de toon van het voorlichtingsmateriaal en de wijze van benaderen bepalen het effect. `Uit experimenten onder studenten blijkt dat overtuigend bedoelde teksten juist minder overtuigend werken – mensen ergeren zich blijkbaar aan de betutteling en aan het feit dat het er te dik bovenop ligt. Ik zou graag willen weten hoe dat bij de lager opgeleide doelgroep zit.’

Ook het verschil in effect van droge informatie versus anekdotische voorlichting wil Van den Putte bekijken. `In anekdotische voorlichting zijn verhaaltjes rondom een of meerdere fictieve personen opgenomen. In deze verhaaltjes zit een verpakte boodschap, bijvoorbeeld: “als je regelmatig te veel alcohol drinkt, gaan je schoolprestaties achteruit”. De kennisoverdracht van deze wijze van voorlichten is geringer, maar jongeren zijn wel meer overtuigd van de risico’s van alcohol. In mijn onderzoek gaan we dus heel praktisch bekijken: wat gebeurt er als we de informatie verpakken in een verhaaltje en wat als we droge informatie verstrekken”

Multidisciplinair
Het onderzoek van Van den Putte, dat wordt uitgevoerd door een postdoc en een aio, bevindt zich op het snijvlak van diverse disciplines: communicatiewetenschap, linguïstiek en psychopathologie. Het projectteam bestaat dan ook uit diverse wetenschappers uit deze disciplines, en een medewerker van het Trimbos Instituut.

`De samenwerking met een linguist is vrij uniek. In de taal- en letterkunde is uiteraard ontzettend veel kennis aanwezig over het overbrengen van boodschappen, maar die kennis wordt nog nauwelijks toegepast in de gezondheidsvoorlichting. Erg goed dat die twee gescheiden werelden in dit onderzoek bij elkaar komen.’

bron: UvA