VUmc heeft meer allochtone specialisten nodig

Ongeveer dertig procent van de studenten medicijnen in de grote steden is van niet-westerse komaf. Dat aantal wordt bij lange na niet gehaald onder specialisten in VUmc. Tijd om de mouwen op te stropen, concluderen artsen en opleiders. “Een divers artsenbestand is veel beter voor artsen en patienten”, zegt onderzoeksleider Tineke Abma, hoogleraar participatie en diversiteit bij de afdeling metamedica.

Dat diversiteit extra aandacht behoeft in de opleiding tot medisch specialist, begint gelukkig goed door te dringen. Dat merkt Tineke Abma na haar onderzoek in VUmc dat ze in mei afrondde met collega Hannah Leyerzapf. “Als ik de resultaten presenteer, zie ik bij opleiders vaak het kwartje vallen.”

Doorstroming
Abma deed onderzoek naar oorzaken en verbetermogelijkheden voor de doorstroming van allochtone artsen naar specialistenopleidingen in VUmc. Naast gesprekken met opleiders en afdelingshoofden, spraken de twee uitvoerig met dertig allochtone arts-assistenten, al dan niet in opleiding. “Op individueel vlak lopen zij vaak aan tegen een taalachterstand. Niet foutloos en met accent Nederlands spreken, heeft consequenties voor de sollicitatie bij een specialistenopleiding.”

Ook ontdekten de onderzoekers dat bepaalde selectiecriteria, zoals leeftijd, tegen allochtone arts-assistenten werken. “Opleiders kiezen bijvoorbeeld liever een iemand van 24 jaar dan iemand van 31 jaar als AIOS. De veronderstelling is dat een jonger iemand meer kneedbaar is en minder risico meebrengt. Dat een ouder iemand vasthoudend is, langer heeft gedaan over de studie door te laag schooladvies, wordt niet als positief gezien. Het cv van niet-westerse studenten is vaak ook minder aantrekkelijk, omdat ze naast de studie moeten werken voor de kost en geen buitenlandstages doen of commissiewerk.”

Een ander belangrijk punt noemt Abma het gebrek aan steun in eigen kring en in het ziekenhuis. “Bijvoorbeeld aansluiting missen met collega’s. Op afdelingen waar veel sociale activiteiten plaatsvinden, is dat minder het geval.”Daarnaast vinden de AIOS dat ze te laag worden ingeschat door hun afkomst. “Ze worden eenzijdig op hun allochtone identiteit aangesproken, terwijl ze zich bewegen in meerdere culturen. Ze hebben ook het gevoel kritischer beoordeeld te worden doordat ze meer opvallen door hun kleine aantal. Hun meerwaarde voor patienten – flexibeler zijn doordat ze meerdere culturen kennen en meerdere talen spreken – wordt nog onvoldoende erkend.”

De opleiders en de commissie interculturalisatie hebben al aangekondigd meer aandacht te geven aan taalbeheersing tijdens de geneeskundestudie, eerder met deze studenten te gaan praten over hun loopbaan en cv, en hun aansluiting met artsen-collega’s, aldus Abma. “Maar het moet van twee kanten komen. Met alleen verbetermogelijkheden in de opleidingen van allochtone studenten, red je het niet. Specialisten zullen zich bewust moeten worden van hun eigen selectiecriteria.”

bron: VUMC