Langdurige kinkhoestepidemie in 2012

kinkhoestIn 2012 was de kinkhoest weer even helemaal terug. Een kinkhoestepidemie is geen zeldzaamheid. Ondanks de DKTP-prik uit het Rijksvaccinatieprogramma is er eens in de drie tot vier jaar een epidemie. De epidemie van 2012 was langdurig en er waren veel meer mensen ziek dan bij de laatste epidemie in 2007/2008, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het RIVM en het NIVEL in Huisarts & Wetenschap.

Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis en soms door Bordetella parapertussis. De hoestbuien lijken aanvankelijk normaal, maar gaan na een paar weken over in de kenmerkende hevige en plotselinge ‘kinkende’ hoest. Ze kunnen één tot drie maanden aanhouden. Bij volwassen zijn de verschijnselen vaak milder dan bij kinderen. Baby’s kunnen ernstige complicaties krijgen, zoals een hersenbeschadiging of een klaplong.

Vaccinatie
Sinds 1953 worden kinderen gevaccineerd tegen kinkhoest, 96% is gevaccineerd. Toch komt kinkhoest sinds 1996 weer meer voor in Nederland. Waarschijnlijk doordat de bacterie is veranderd sinds de ontwikkeling van het vaccin. Vanaf 2001 wordt daarom een nieuw vaccin gebruikt. Uit recent onderzoek blijkt dat dit zo’n vier tot vijf jaar tegen de ziekte beschermt, korter dan aanvankelijk gehoopt. De epidemie in 2012 duurde bijna het hele jaar en begon vanaf september af te nemen. Kinkhoest kwam het meeste voor bij baby’s en tieners, zo blijkt uit onderzoek bij de Continue Morbiditeitsregistratie Peilstations van het NIVEL.

Voorzorgsmaatregelen
Volgens de richtlijnen kan een kind met kinkhoest dat zich verder goed voelt gewoon naar school of het kinderdagverblijf. NIVEL-onderzoeker, epidemioloog en huisarts Gé Donker: “Wel is het belangrijk de omgeving te melden dat deze kinderen kinkhoest hebben, zodat zwangere vrouwen en kinderen jonger dan twee jaar uit hun buurt kunnen blijven. Baby’s met een broertje of zusje met kinkhoest kunnen vervroegd worden gevaccineerd. En zo nodig kan een gezin met een zwangere of baby bij risico op besmetting preventief worden behandeld met antibiotica.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations van het NIVEL vormen een representatieve groep van 59 Nederlandse huisartsen in 42 praktijken. Hun patientenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is verspreid naar regio en over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen, die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.

Bron: RIVM