Elektrostimulatie bevordert stabiel looppatroon

Gedeeltelijk implantaat voor sleepvoet na beroerte
Sommige patiënten die een beroerte hebben gehad, ontwikkelen een ‘sleepvoet’ die het lopen bemoeilijkt. Met een spalk of enkel-voetorthese kan het lopen worden verbeterd, maar bij een deel van de patiënten geeft elektrostimulatie een veel stabieler looppatroon, zo blijkt uit promotieonderzoek van Roos van Swigchem.

Jaarlijks krijgen ongeveer 40.000 mensen een beroerte. Na herstel heeft een klein deel van deze patiënten een ‘sleepvoet’. Zo’n sleepvoet is het gevolg van de hersenschade die is ontstaan door de beroerte, want de patiënt kan een van beide benen niet goed meer aansturen. Met het been is dus niets mis, maar bij het lopen blijft het been wat hangen omdat het hersensignaal niet goed meer aankomt.

onderzoek2Slimme stimulans
“Vaak krijgen deze mensen een spalk of enkel-voetorthese om het slepende been te ondersteunen”, zegt Roos van Swigchem. “Dat heeft als nadeel dat je daarmee de enkel min of meer vastzet, waardoor de voetafwikkeling en het gevoel voor evenwicht worden belemmerd.” Voor haar promotieonderzoek vergeleek Van Swigchem deze hulpmiddelen met het effect van elektrostimulatie (L300®; Bioness): “Met een elektrostimulator prikkel je de spieren waarmee je de voet opheft, precies op het moment in de zwaaifase van het lopen. Zo hef je de sleepvoet met eigen spierkracht op, terwijl de enkel vrij bewegelijk blijft. Met zo’n slimme stimulans krijg je een beter evenwicht en een betere voetafwikkeling.”

Uit het onderzoek van Van Swigchem blijkt dat de elektrostimulatie vooral voordeel biedt in dynamische situaties, zoals bij het lopen op een oneffen ondergrond of tijdens gladheid. Bij deze patiënten zijn juist de reacties op onverwachte situaties tijdens het lopen sterk verminderd, zélfs wanneer zij weer goed kunnen lopen. Door de elektrostimulator neemt de loopveiligheid in hun dagelijks leven toe.

Implantaat
Op de Afdeling Revalidatie van het UMC St Radboud vergeleek Van Swigchem het effect van een spalk en een uitwendige elektrostimulator bij zesentwintig mensen met een sleepvoet na een beroerte. Hoewel de elektrostimulator inderdaad een betere reactie op plotselinge veranderingen mogelijk maakt, profiteer niet iedere patiënt daar optimaal van. Van Swigchem: “Daarom willen we nog scherper gaan kijken naar de criteria die bepalen of iemand er uiteindelijk baat bij heeft. Want bij de ‘goede responders’ kan een stimulator wezenlijk bijdragen aan de loopveiligheid in het dagelijks leven.”

Zelf geven de patiënten ook aan dat ze stabieler lopen met de stimulator dan met een spalk. Voor de loopsnelheid en de mate waarin de mensen in het dagelijks leven actief zijn, verschillen stimulator en spalk niet van elkaar. Op dit moment vindt vervolgonderzoek plaats met een nieuwe elektrostimulator die (gedeeltelijk) geïmplanteerd wordt (ActiGait®; Otto Bock). Het systeem heeft als voordeel dat de elektrostimulatie niet meer van buitenaf door de huid wordt geleid. De stimulatie is ook nauwkeuriger in te stellen.

bron: UMC St Radboud