Voeding nog steeds onderbelicht in de zorg

0
263

Binnen de Nederlandse gezondheidszorg bestaat te weinig aandacht voor voeding, terwijl voeding de allerbelangrijkste pijler vormt van onze gezondheid. Iedere cel van ons lichaam is opgebouwd uit stoffen die we via voedsel opnemen. Voedingszorg is daarom van groot belang voor de preventie en behandeling van ziekten, zoals ondervoeding bij ouderen. Professionele zorgverleners kampen niet alleen met een tijdgebrek, maar ook met gebrek aan kennis op het gebied van voedingszorg. Daarom is bijscholing nodig en moet voeding, daar waar nodig, een vast onderdeel worden van het standaard zorgbeleid. Dit stelde prof.dr.ir. Pieter Dagnelie in zijn oratie op vrijdag 21 juni. Hij aanvaardde daarmee het ambt van hoogleraar Voedingsepidemiologie aan de Universiteit Maastricht.

plantardige-voedingVoedingsepidemiologie is de tak van wetenschap die kijkt naar de relatie tussen voeding en gezondheid. Wat is de rol van voeding bij het ontstaan van ziekte, het verloop van de ziekte, en hoe stel je vast of iemand een tekort aan voedingsstoffen heeft? Professor Dagnelie heeft onder andere onderzoek gedaan naar vitamine B12-tekort bij vegetariërs en de relatie tussen ondervoeding en kanker. Zo heeft hij aangetoond dat een regelmatige toediening van de lichaamseigen stof ATP bij longkankerpatiënten leidde tot remming van het gewichtsverlies, betere spiermassa, betere levenskwaliteit, een beter fysiek functioneren en, bij een deel van de patiënten, ook tot een langere overleving.

Dagnelie: “Een belangrijk speerpunt in ons huidige onderzoek is het voorkómen en behandelen van ondervoeding bij ouderen en patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen. De huidige aanpak van ondervoeding bij ouderen is gebaseerd op het idee dat het altijd zinvol is ondervoeding te behandelen, omdat lange tijd gedacht werd dat ondervoede mensen minder snel herstellen. Ons onderzoek heeft echter uitgewezen dat patiënten (oudere met een heupfractuur) die intensieve voedingsbegeleiding kregen en extra energie en eiwit in de voeding weliswaar beter op gewicht waren, maar niet sneller herstelden of revalideerden.”

Dit wil volgens Dagnelie echter niet zeggen dat er geen behoefte is aan goede voedingsbegeleiding voor ouderen. “Juist omdat er binnen de meeste zorginstellingen nog weinig aandacht voor voeding is, werd onze interventie door de patiënten zelf enorm gewaardeerd. Ook de betrokken zorgprofessionals constateerden tekortkomingen in de voedingszorg, wat de noodzaak naar onderzoek en verandering alleen maar onderstreept.” De komende periode vindt onderzoek plaats bij ouderen die thuis wonen en ‘thuismaaltijden’ krijgen waarbij er vooral aandacht wordt besteed aan een combinatie van goede smaak én hoge gezondheidskwaliteit.

Daarnaast zal het onderzoek van Dagnelie en zijn onderzoeksgroep zich richten op de preventie van overgewicht bij kinderen, onder meer in de KOALA-studie. De komende jaren verwacht Dagnelie ook veel van de Maastricht Studie, een onderzoek naar 5000 mensen mét en 5000 mensen zonder diabetes die lange tijd gevolgd worden.