Dragerschap JC-virus zelden reden om MS-behandeling af te breken

MS multiple scleroseSlechts 3% van de patiënten met multiple sclerose (MS) die drager zijn van het John Cunningham-virus (JC-virus) staakt de behandeling met natalizumab omdat ze bang zijn progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) te ontwikkelen. Wel brengt seropositiviteit in deze groep toename van angst en onzekerheid met zich mee (Mult Scler. 2013; epub 4 juli).

Dat blijkt uit een onderzoek onder 131 MS-patiënten die in het VUmc werden behandeld met natalizumab. Dit monoklonaal antilichaam verhindert de migratie van mononucleaire leukocyten, verlaagt het aantal ‘schubs’ (MS-aanvallen) en vertraagt de neurologische achteruitgang. Door de immuunsupressieve werking kunnen echter wel opportunistische infecties optreden, waarvan het JC-virus het beruchtst is. Dit virus, waarvan ongeveer de helft van de bevolking asymptomatisch drager is, veroorzaakt PML: een ernstige infectie van de hersenen die vaak fataal verloopt.

Gemiddeld treedt PML op bij ongeveer 1 op de 800 MS-patiënten die langdurig natalizumab krijgen. De aanwezigheid van antistoffen tegen het JC-virus is de belangrijkste risicofactor, naast langdurige behandeling met natalizumab (meer dan 2 jaar), en eerdere behandeling met andere immuunsuppressiva. Bij aanwezigheid van alle risicofactoren kan het risico oplopen tot 1%. Seronegatieve MS-patiënten krijgen vrijwel nooit PML.

Johannis van Rossem et al. bepaalden bij 131 MS-patiënten het dragerschap van het JC-virus: 52% was seropositief. Deze patiënten waren gemiddeld angstiger dan seronegatieve lotgenoten, en onzekerder over de beslissing om door te gaan met natalizumab. 2 mensen staakten de behandeling uit angst voor PML. De onderzoekers concluderen dat zelfs veel seropositieve patiënten die weten dat zij een verhoogd risico hebben op PML, bereid zijn om de behandeling met natalizumab te continueren.

Bron: NTvG/Esther van Osselen