Verstandelijk gehandicapten beter monitoren op aandoeningen

0
633

Eindrapport studie GOUD aangeboden aan staatssecretaris Van Rijn
Huisartsen en (woon)begeleiders van mensen met een verstandelijke handicap moeten actief en al in een vroeg stadium op zoek naar aanwijzingen voor lichamelijke en psychische klachten bij hun patiënten en cliënten. Dat is een van de aanbevelingen in de eindrapportage van de studie ‘Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD)’, die in 2008 is gestart. Het rapport wordt 13 maart tijdens een speciaal symposium gepresenteerd door hoogleraar Geneeskunde voor Verstandelijk Gehandicapten, prof. dr. Heleen Evenhuis, verbonden aan het Erasmus MC.

Down-syndromeAan de GOUD-studie deden 1050 mensen met lichte tot ernstige verstandelijke handicaps mee. Zij zijn cliënt bij drie verschillende zorgorganisaties: Ipse de Bruggen, Abrona en Amarant. Uit de studie is gebleken dat mensen met verstandelijke beperkingen gemiddeld erg ongezond oud worden. Qua fitheid, aantal chronische ziekten en medicijngebruik zijn zij op 50-jarige leeftijd al te vergelijken met kwetsbare 75-plussers in de algemene bevolking.

50-Plussers met een verstandelijke beperking hebben veel chronische ziekten: 80 procent heeft er twee of meer, en 47 procent heeft er zelfs vier of meer. Ze gebruiken dan ook veel medicijnen: 40 procent gebruikt er permanent vijf of meer. Speciale combinaties van chronische ziekten en hun gevolgen moeten daarom al vanaf jonge leeftijd actiever worden opgespoord en behandeld. De arts en apotheker moeten systematisch en kritisch bekijken welke medicijnen echt nodig zijn. Ook zou het goed zijn deze doelgroep vanaf 50-jarige leeftijd actief te screenen op het risico voor hart- en vaatziekten.

De 50-plussers hebben gemiddeld een slechte conditie door veel te weinig lichamelijke activiteit. Daardoor hebben ze op jongere leeftijd een hoger risico op verlies van kracht en balans, vallen, botontkalking en botbreuken. Volgens de onderzoekers moet het vanzelfsprekend worden dat deze mensen dagelijks bewegen, en dan zó dat ze er fit van worden of blijven. Binnen de GOUD studie is een beweegprogramma ontwikkeld en uitgetest. De resultaten laten zien dat ouderen met een verstandelijke beperking te motiveren zijn tot actief bewegen en er ook baat bij hebben.

Uit de GOUD-studie blijkt tevens dat de doelgroep dikwijls ongezond eet, hetgeen leidt tot obesitas, diabetes en andere risico’s voor hart- en vaatziekte. Ook het frequente gebruik van zware gedragsmedicijnen draagt daar aan bij. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om gedragsmedicatie zoveel mogelijk te verminderen en te vervangen door deskundige begeleiding.

De gezondheid van deze ouderen kan zeker worden verbeterd, vinden de onderzoekers. Maar om dat te bewerkstelligen, is een andere organisatie van de langdurige zorg en van het zorgaanbod door gemeenten nodig. Het mbo en hbo zullen bovendien specifieke lesprogramma’s moeten aanbieden voor de begeleiders van deze doelgroep. Ook zouden huisartsen vaker een beroep mogen doen op de meer dan 60 specialistische poliklinieken voor Verstandelijk Gehandicapten.

Het eindrapport van de GOUD-studie is aangeboden aan staatssecretaris Van Rijn van VWS.