Te veel fouten in medische dossiers

fout niet waarMinister Edith Schippers (VWS) vindt het zorgelijk dat veel huisartsen hun patiëntendossiers niet op orde hebben. Dit schrijft zij vrijdag aan de Tweede Kamer in reactie op een onderzoek van de Consumentenbond uit april waaruit blijkt dat tweederde van de dossiers niet compleet of onjuist is.

`Zorgverleners moeten hun patiëntendossiers op orde hebben, dat staat buiten kijf. Het signaal dat uit het onderzoek van de Consumentenbond naar voren komt baart mij dan ook zorgen en neem ik zeer serieus. Ik zal de huisartsenorganisaties hierop aanspreken en ga ervan uit dat huisartsen dit signaal serieus zullen oppakken’, aldus minister Schippers.

Ondersteuning huisartsen
Schippers wijst op verschillende programma’s die huisartsen ondersteunen bij het op orde brengen en houden van patiëntendossiers. Zo worden huisartsen extra beloond voor kennis en bijscholing over, en uitvoering van de richtlijnen omtrent het bijhouden van medische dossiers. Verder kunnen huisartsen gebruik maken van een EPD-scan, waarmee getoetst kan worden of het dossier aan alle eisen voldoet. Het elektronisch patientendossier (EPD) is daarmee de sleutel tot veilige patientenzorg, mits het goed wordt bijgehouden.

Overdracht van medische gegevens
Huisartsen zijn bij het op orde houden van het medisch dossier ook afhankelijk van de informatie die zij verstrekt krijgen van patiënten en andere zorgverleners. Zo vindt Schippers het onacceptabel dat laboratoriumonderzoeken dikwijls ontbreken in een medisch dossier. Ook andere zorgverleners zijn verantwoordelijk voor het up-to-date houden van het medisch dossier van de huisarts. Hiervoor is goede uitwisseling van gegevens van groot belang. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voert om die reden op dit moment een onderzoek uit naar de overdracht van medische en verpleegkundige gegevens van ziekenhuis naar andere zorgaanbieders, zoals huisartsen, thuiszorg en verpleeghuis. Doel van het onderzoek is beter zicht te krijgen op de kwaliteit van de dossiervorming en op de mogelijke verbeterpunten.

Bron: Rijksoverheid