Stijgende lijn in de ketenzorg zet door

0
353

De Nederlandse zorggroepen presteren goed. De ketenzorg voor mensen met diabetes, COPD en hart/vaatziekten verloopt steeds beter, de patie?nten worden steeds beter bereikt en de uitkomsten van de zorg vertonen ten opzichte van 2013 opnieuw een stijgende lijn. Dat blijkt uit het rapport Transparante Ketenzorg 2013, gebaseerd op de landelijke benchmark voor zorggroepen die jaarlijks wordt gehouden. Niet onbelangrijk is de gestage verschuiving van zorg in de tweede lijn, naar zorg in de eerstelijn (substitutie). In de zorggroepen werken huisartsen nauw samen met andere eerstelijns zorgverleners.

In 2013 namen 92 van de ruim 100 zorggroepen deel aan de landelijke benchmark voor zorggroepen, tegen 70 in 2012. Een stijging van meer dan dertig procent. Ruim driekwart van de deelnemers (74) deed dit bovendien onder naamsvermelding.

ketenzorg1Het op naam verzamelen en publiceren van data toont de zeer transparante attitude van onze zorggroepen. Ik durf dit uniek te noemen’, aldus Maarten Klomp, voorzitter van de redactiecommissie Transparante Ketenzorg. Hij roept ziekenhuizen op om op dezelfde wijze te rapporteren over hu?n aandeel in de zorg voor de genoemde patie?ntencategoriee?n.

De uitkomstindicatoren laten over de volle breedte van de eerstelijns zorgprogramma’s een stijgende lijn zien. Onder mensen met diabetes is het aantal rokers voor het vierde achtereenvolgende jaar gedaald en het aantal patie?nten met een goede bloeddruk en een goed cholesterol is gestegen: in de komende jaren zullen daardoor minder diabetespatie?nten te maken krijgen met vasculaire complicaties. Ook mensen met COPD roken beduidend minder en bewegen meer. In het zorgprogramma VRM-HVZ (Vasculair Risico Management) voor mensen met een hart/vaatziekte zijn de uitkomstindicatoren over de hele linie verbeterd of stabiel. Voor de eerste keer werd daarnaast een inventarisatie gedaan over vasculair risicomanagement bij patie?nten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Door bij te houden hoeveel van de ingeschreven patie?nten in de eerste lijn, dan wel in de tweede lijn worden behandeld wordt de verschuiving van zorg van de eerste naar de twee lijn gemeten. In het zorgprogramma diabetes bedroeg deze verschuiving in 2013 1,7% ten opzichte van 2012.

Belangrijk is de aanbeveling om landelijke inclusiecriteria op te stellen voor alle zorgprogramma’s. Op dit moment zijn de criteria voor deelname aan de zorgprogramma’s niet altijd glashelder. Landelijke inclusiecriteria leiden tot beter vergelijkbare uitkomsten en tot een doelmatiger besteding van de beschikbare financie?le middelen. Vooruitlopend op deze aanbeveling zijn onlangs in nauwe samenwerking met de CAHAG, een expertgroep van het NHG, inclusiecriteria opgesteld voor het nieuwe zorgprogramma voor mensen met astma.

De landelijke benchmark voor zorggroepen werd voorheen georganiseerd door de Landelijk Organisatie voor Ketenzorg (LOK). De LOK is per 1 januari 2014 opgegaan in InEen, de nieuwe brancheorganisatie voor eerstelijns zorgorganisaties. InEen pleit voor verdere standaardisatie van de procedures voor registratie, extractie en rapportage. Klomp: ‘Transparantie en benchmarking in de ketenzorg vragen om heldere inclusiecriteria, zorgvuldig gekozen indicatoren en betrouwbaar datamanagement. Dat levert een genuanceerde rapportage op, die intern kan worden gebruikt als spiegelinformatie in het kwaliteitsbeleid en daarnaast kan dienen als verantwoordingsinformatie naar externe partijen.’