Oogonderzoek consultatiebureau op 6-9 maanden onderzocht

0
642

Onderzoek naar nut oogonderzoeken bij kinderen van 6-9 maanden en 14-24 maanden op het consultatiebureau
Alle kinderen in Nederland worden kort na de geboorte onderzocht op aangeboren afwijkingen. Op 3 en 4 jaar wordt het scherp zien gemeten om een lui oog op te sporen. Eén op de dertig kinderen heeft een lui oog en dat moet voor het zesde jaar behandeld worden met afplakken en een bril. Tussen 6 maanden en 3 jaar vinden nog twee oogonderzoeken plaats op het consultatiebureau waarvan onderzoekers van Erasmus MC het nut betwijfelen.

baby voedingFrea Sloot, onderzoekster op de afdeling Oogheelkunde van het Erasmus MC, volgt samen met Icare Jeugdgezondheidszorg en GGD Amsterdam-Noord twee groepen van elk 6000 kinderen vanaf hun geboorte, waarbij de ene groep wel en de andere groep niet, of alleen bij een bijzondere aanleiding, onderzocht wordt. In haar recente artikel in Acta Ophthalmologica beschrijft Sloot dat het aantal kinderen dat na het oogonderzoek op 6-9 maanden naar de oogarts en orthoptist verwezen werd, in beide groepen bijna gelijk was, evenals het aantal kinderen met een lui oog. Bij de kinderen die een lui oog hadden was dit in alle gevallen veroorzaakt door scheelzien. Dit scheelzien was meestal door de ouders zelf opgemerkt. Sloot trekt haar conclusies voorzichtig: “Wij weten pas echt hoeveel kinderen uiteindelijk een lui oog hebben in beide groepen van 6000 kinderen als op 4 jaar het scherp zien met de plaatjeskaart gemeten wordt.” De onderzoekers benadrukken dat hun onderzoek niet het oogonderzoek kort na de geboorte of de meting van het scherp zien op 3 en 4 jaar betreft: Dat is zeker zinvol want daarmee is bijvoorbeeld het aantal kinderen in Nederland met een blijvend lui oog verminderd van 3% naar 0.8%.

De onderzoekers gaan het rekenmodel dat de effectiviteit van oogscreening uitrekent, toepassen om de preventieve oog- en ooronderzoeken bij kinderen in alle landen in Europa te vergelijken. Sloot: “De verschillen tussen de oog- en ooronderzoeken bij kinderen in EU landen zijn enorm groot en niet al die verschillende methoden zijn allemaal even efficiënt. Daar is veel ruimte voor verbetering van de effectiviteit en voor verantwoorde kostenbesparing.” Het is niet de bedoeling dat er één EU richtlijn voor oog- en oorscreening komt voor alle landen in Europa: het rekenmodel kan voor elk land apart uitrekenen wat voor dát land het meest efficiënte systeem is, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden. Sloot: “Bijvoorbeeld, hoe ziet het bestaande preventieve oog- en ooronderzoek bij kinderen er uit, zijn er voldoende verpleegkundigen, dokters-assistenten of artsen om de kinderen te onderzoeken, wat zijn de voorzieningen, op welke leeftijd gaan de kinderen naar school, kunnen de kinderen met een lui oog of slechthorendheid wel behandeld worden, enzovoort.”

Voor dit grote Europese onderzoek hebben onderzoekers van de afdelingen Oogheelkunde, Keel-, Neus- en Oorheelkunde en Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC, samen met collega’s in 40 landen in Europa, een aanvraag ingediend bij de EU. In de komende maand besluit de EU of zij het onderzoek wil financieren.