Waarom dotteren beter kan en moet

0
605

De behandeling van een acuut hartinfarct is nog sterk voor verbetering vatbaar. De dotterbehandeling heeft vele levens gered, maar zorgt bij zo’n 40% van de patiënten voor een bloeding in de hartspier. Dat beschrijven studente geneeskunde Ryanne Betgem en onderzoeker Guus de Waard, beiden van VUmc, deze week in een review-artikel in het tijdschrift Nature Reviews Cardiology. Ze doen ook aanbevelingen voor verbetering van de behandeling.

Bij een acuut hartinfarct ondergaat een patiënt in Nederland een dotterbehandeling: de verstopte kransslagader wordt vrijgemaakt en de interventiecardioloog plaatst in de ader een stent (een buisje dat het bloedvat openhoudt). Het dotteren is een succesvolle ontwikkeling, die sinds de jaren negentig vele levens heeft gered. Jaarlijks krijgen in Nederland zo’n 15.000 mensen een acuut hartinfarct.

8478121Niet alleen succesverhaal
 Dotteren is echter niet alleen een succesverhaal, zo blijkt uit een uitvoerige literatuurstudie door Ryanne Betgem, geneeskundestudente (master) bij VUmc en Guus de Waard, onderzoeker bij VUmc. Zij publiceren deze week samen met collega’s van VUmc in het gerenommeerde vaktijdschrift Nature Reviews Cardiology. De dottertherapie is weliswaar zeer succesvol, maar 30 tot 50% van alle behandelde patiënten ontwikkelt daarna ernstig hartfalen, mede veroorzaakt door een bloeding in de hartspier. “Hier zijn we pas sinds kort achter en er is nog geen behandeling voor deze enorme groep patiënten”, zegt Betgem. “De behandeling van het acute hartinfarct is dus niet zo effectief als we altijd hebben gedacht.”

Beschadigde kleine bloedvaten
De hypothese: tijdens het hartinfarct zorgt de afwezigheid van zuurstof en bloeddruk voor beschadiging van de kleine vaten in het hart. Wanneer de kransslagader wordt geopend bij het dotteren, zorgt het plotsklaps op gang komen van bloed ervoor dat bloedvaatjesverder kapotgaan, met als gevolg een grote bloeding in de hartspier zelf: intramyocardiale hemorrhagie. Deze bloeding verhindert het herstel en leidt op termijn mogelijk tot hartfalen. Betgem: “Op dit moment krijgen de patiënten bij het dotteren heel veel antistollingsmedicijnen. Deze medicijnen zijn noodzakelijk om de stent open te houden en een nieuw hartinfarct te voorkomen maar mogelijk dragen ze ook bij aan de bloeding.” Volgens Betgem weten veel cardiologen op dit moment nog niet goed wat het probleem is, hoe ze er mee om moeten gaan en naar welke therapeutische mogelijkheden ze moeten zoeken.

Maatregelen
Betgem noemt in haar artikel enkele maatregelen die de inwendige bloeding naar verwachting kunnen beperken of voorkomen. Ten eerste zou het bloedvat langzamer geopend kunnen worden, zodat de plotselinge druktoename op de kleine vaten kleiner is. Ook het verlagen van de bloeddruk tijdens de dotterprocedure zou een gunstig effect op de kwetsbare vaatjes kunnen hebben. Ten derde zouden cardiologen ook de timing en mate van toedienen van de antistollingsmiddelen kritisch tegen het licht moeten houden. Betgem en haar collega’s roepen vakgenoten op om meer onderzoek hiernaar te doen. Aan het VUmc wordt nu uitgebreid experimenteel en klinisch onderzoek gedaan naar de precieze oorzaken van de vaatlekkage en de mogelijkheden om dit met medicijnen tegen te gaan.

Student geneeskunde
Hoofdauteur Ryanne Betgem is nog masterstudent bij de opleiding geneeskunde van VUmc School of Medical Sciences. Het komt niet vaak voor dat een student al publiceert in een tijdschrift met het niveau van Nature Reviews Cardiology. Voor haar overzichtsartikel spitte ze 180 bestaande publicaties over het onderwerp door. De onderzoekers zijn werkzaam binnen de afdeling cardiologie en onderzoeksinstituut ICaR-VU van VUmc.

Het artikel ‘Intramyocardial haemorrhage after acute myocardial infarction’ van Ryanne Betgem et al. staat online bij Nature Reviews Cardiology.

Bron: VUmc