IGZ al in 2012 door OM op de hoogte van kinderpornoveroordeling van psychiater Van R.

0
330

IGZ: onderzoek naar melding van OM over Van R. al in november 2012 afgerond
Psychiater Van R. werd in maart 2012 veroordeeld voor het bezit van 66.000 foto’s en filmpjes. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar. Hij kreeg van de rechter geen beroepsbeperking opgelegd. En hoefde niet voor verplichte therapie naar “De Waag” maar mocht vanwege zijn werk in therapie bij collega psychiater Van Z.

IGZ zegt sinds 2013 een andere koers te varen; ‘Wat ons betreft worden alle gevallen van een veroordeling voor kinderporno voorgelegd aan de tuchtrechter. Dat is nieuw beleid. ’ De tuchtrechter moet dan beoordelen of er een beroepsbeperking of –verbod opgelegd moet worden, aldus een reactie van de IGZ aan KRO NCRV.

tuchtcollegeAan KRO NCRV laat de IGZ  weten:

“De inspectie kan alleen optreden in dit soort zaken als zij door het Openbaar Ministerie op de hoogte gebracht wordt van veroordelingen. IGZ laat in een reactie weten ‘nauwelijks’ door het Openbaar Ministerie te worden geïnformeerd over veroordelingen van zorgverleners, zoals voor kinderporno, waarbij het functioneren binnen het beroep in het geding is”.

Naar aanleiding van die uitspraken van de IGZ vraagt Janine Budding van MedicalFacts de IGZ om een reactie op de zaak van Van R.. Woordvoerder DePeijer bevestigt vorige week:

“We gaan niet in op inviduele zaken. Maar kunnen wel zeggen dat de inspectie sinds begin 2013 een scherpere koers vaart. Als we weet hebben van een veroordeling van een arts, leggen we deze sinds begin 2013 altijd voor aan een tuchtrechter”, aldus Silvie de Peijper van de IGZ.

In 2012 informeerde het OM de IGZ over de zaak Van R.
Budding is verbaasd over deze reactie van de IGZ aan KRO NCRV en andere media. In 2012 deed Janine onderzoek naar de zaak van Van R.. Destijds had ze een groot deel van de feiten over de veroordeling van Van R. al boven tafel. Budding besloot op dat moment niet over de zaak te publiceren maar meldde de zaak van Van R. op 20 februari 2013 bij de IGZ en verstrekte zij haar onderzoeksresultaten. De reden dat Janine Budding niet wilde publiceren over een zaak van een voor kinderporno veroordeelde zorgverlener, was dat zij eerder dat jaar al publiek de aandacht had gevraagd voor een soortgelijke kwestie.  Toen had ze de hoop dat IGZ de zaak van Van R. voortvarender zou oppakken dan de zaak over de voor kinderporno veroordeelde huisarts.  Wel vraagt Budding de IGZ op 20 februari 2013 om een reactie.

Op 5 april 2013 meldt woordvoerder Wilbert Ransz namens de IGZ: “Naar aanleiding van je vragen over psychiater Van R. kan ik je het volgende melden:

Wij hebben in 2012 een melding van het OM over psychiater Van R. ontvangen en in behandeling genomen. Ons onderzoek naar aanleiding van die melding is inmiddels afgerond en in november 2012 is een zogenaamd toezichtsplan gestart. Daarin staat onder andere dat Van R. de IGZ moet informeren als hij weer aan het werk gaat, dat hij niet met kinderen en jongeren mag werken, dat hij per kwartaal de IGZ moet informeren over de voortgang van zijn behandeling en zijn traject bij de reclassering.

Verder kan ik je melden dat de IGZ de mogelijkheden onderzoekt voor het indienen van een tuchtklacht, ondanks het gegeven dat de strafbare feiten buiten de beroepsuitoefening hebben plaatsgevonden.

In een officiële verklaring laat De Peijper eind 2014 aan KRO NCRV weten:

“De inspectie vindt het verwerven, in bezit hebben, verspreiden of bekijken van kinderporno door zorgprofessionals een risico voor de zorg en dermate grensoverschrijdend, dat dit in strijd is met de professionaliteit en integriteit die van een zorgverlener mag worden verlangd. Dit soort strafrechtelijk handelen kan niet los worden gezien van het handelen als professional. Een patiënt verkeert per definitie in een afhankelijkheidsrelatie en daarmee in een kwetsbare positie ten opzichte van een beroepsbeoefenaar. Een patiënt moet vertrouwen kunnen hebben in de beroepsbeoefenaar.”

‘Voor het vertrouwen in de medische beroepsgroep (..) is van belang dat een beroepsbeoefenaar die (dergelijke) kwetsbare patiëntengroepen behandelt, niet verdacht wordt of veroordeeld is van dergelijke strafbare feiten.’

Hoe kan het dat de Inspectie al sinds 2012 door het OM is geïnformeerd over de veroordeling voor bezit van kinderporno en toch weer afspraken maakt met de veroordeelde psychiater en dat hij 3 jaar lang met toestemming van IGZ in de patiëntenzorg werkt zonder tussenkomst van de tuchtrechter?

Hoe kan het dat de IGZ in 2012 al weet had van de veroordeling en dat er pas in 2015 een tuchtzaak wordt gestart? Waarom duurt het zo lang voor IGZ patiënten en zorgverleners in bescherming neemt?

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/01/22/kamerbrief-over-tuchtrecht-en-casus-voormalig-neuroloog-jansen-steur.html

Redactie MedicalFacts, Janine Budding