Ontbreken transparantie na vertrek kinderpornopsychiater onwenselijk

0
382

Doordat IGZ afspraken met de voor kinderporno veroordeeld psychiater maakte zonder tussenkomst van tuchtrechter is voor de naam van deze veroordeelde psychiater voor een breed publiek onbekend. Noch IGZ noch het tuchtcollege hebben deze zorgverlener een maatregel of bevel opgelegd op grond van de Wet BIG. Alleen maatregelen, opgelegd door een tuchtcollege voor de gezondheidszorg of door het College van Medisch Toezicht, maatregelen die verwerkt zijn op grond van maatregelen die door een rechter in het buitenland zijn opgelegd, bevelen die door de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn opgelegd en maatregelen die door de Nederlandse strafrechter zijn opgelegd, worden openbaar gemaakt in het overzicht van zorgverleners(PDF | 453kB), Aan Van R, is geen maatregel of bevel is opgelegd. Onwenselijk vindt Janine Budding, juist nu duidelijk is geworden dat Van. R.’s positie bij GGZ de Hoop onhoudbaar is geworden.

OnbekendIn een verzoek om een reactie op de zaak Van R. laat IGZ-woordvoerder mevrouw de Peijper weten: “We gaan niet in op inviduele zaken. Maar kunnen wel zeggen dat de inspectie sinds begin 2013 een scherpere koers vaart. Als we weet hebben van een veroordeling van een arts, leggen we deze sinds begin 2013 altijd voor aan een tuchtrechter”, aldus Silvie de Peijper van de IGZ.

Sinds 2013 vaart het IGZ een andere koers. ‘Wat ons betreft worden alle gevallen van een veroordeling voor kinderporno voorgelegd aan de tuchtrechter. Dat is nieuw beleid. ’ De tuchtrechter moet dan beoordelen of er een beroepsbeperking of –verbod opgelegd moet worden.

VWS laat via de minister op 22 januari 2013 aan de Tweede Kamer weten:

Schippers bindt IGZ aan handhaving ‘geen afspraken zonder tuchtrecht’

Minister Edith Schippers (VWS) wil al sinds 2013 dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op geen enkele wijze afspraken maakt met disfunctionerende medici, maar gebruik maakt van publiekrechtelijke mogelijkheden, zoals het starten van een tuchtzaak. Schippers stelt dit op 21 januari 2013 in een brief aan de Tweede Kamer dat IGZ geen afspraken zonder tuchtrecht gemaakt zullen worden.  Schippers laat weten afspraken met de nieuwe IG (1 december 2012), Ronnie van Diemen, te hebben gemaakt over strikte naleving van het beleid. Schippers verlangt van de Inspectie dat er geen ruimte is tussen het formele beleid en de uitvoering daarvan. De nieuwe IG zal Schippers periodiek over de naleving hiervan rapporteren.

Tuchtrecht in Nederland
Het Nederlandse tuchtrecht functioneert ten opzichte van disfunctionerende zorgverleners. Het tuchtrecht is opgenomen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Het primaire doel van het tuchtrecht is het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de zorgverlening. Het algemene belang van kwaliteitsbewaking staat voorop.
Een tuchtmaatregel is geen strafmaatregel maar beoogt primair correctie van ongewenste gedragingen van beroepsbeoefenaren om herhaling van gemaakte fouten te voorkomen. Dat is in het bijzonder ook in het belang van de burger. Om te bereiken dat burgers zich met vertrouwen tot de beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wenden, is het noodzakelijk dat gedragingen van beroepsbeoefenaren kunnen worden getoetst en beoordeeld.

Het tuchtrecht en het strafrecht hebben verschillende functies en kunnen beide van toepassing zijn op het handelen van een BIG-geregistreerde.
De strafrechter kan alleen bij een beperkt aantal in het Wetboek van strafrecht aangegeven delicten, waaronder levens- en zedendelicten en zwaar lichamelijk letsel door schuld, een beroepsverbod opleggen. In het geval van psychiater Van R. is dit niet gebeurd.

Tuchtcolleges bestaan uit juristen, meestal afkomstig uit de rechterlijke macht, en leden beroepsgenoten. Indien bijvoorbeeld sprake is van een tuchtklacht tegen een verpleegkundige wordt deze klacht dus onder anderen door verpleegkundigen beoordeeld. Doordat beroepsgenoten over beroepsgenoten oordelen en door de publicatie van uitspraken draagt het tuchtrecht bij aan normontwikkeling binnen de beroepsgroepen (zelfreinigende en lerende werking).

Naast dit doel beoogt het tuchtrecht burgers te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig medisch handelen. Burgers verwachten dat maatregelen worden genomen waar sprake is van ondeskundig en onzorgvuldig handelen.
Als voldaan is aan een wettelijke delictsomschrijving in het Wetboek van strafrecht is, naast het tuchtrecht, ook het strafrecht van toepassing op de beroepsuitoefening door BIG-geregistreerden. Doel, toetsingsnormen, procedures en bewijsregels van het tuchtrecht en het strafrecht zijn verschillend.

Het doel van het strafrecht is het beschermen van de rechtsorde tegen (ernstige) inbreuken, de strafrechtelijke normen zijn strikter geformuleerd en de strafrechtelijke maatregelen zijn ingrijpender van aard. Het tuchtrecht is een kwaliteitsinstrument dat zich uitsluitend richt op correctie van BIG-geregistreerden die fouten hebben gemaakt in hun beroepsuitoefening. Het tuchtrecht zou ten opzichte van het strafrecht toegankelijker en laagdrempeliger, maar in de kwestie van Van R. lijkt er al 3 jaar te weinig te zijn gebeurd om patiënten en zorgverleners te beschermen. Want het strafrecht is geen kwaliteitsinstrument voor de zorg.  Strafrecht is niet gericht op kwaliteitsbewaking van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg. De onderlingen afspraken met Van R. hebben geen goed gedaan aan de individuele geestelijke gezondheidszorg van cliënten van De Hoop en De Nieuwe Lente. Zelfs individuele melders, en zijn voormalig werkgever De Nieuwe Lente zijn niet of nauwelijks door IGZ op de hoogte gehouden over de voortgaan in het onderzoek naar aanleiding van hun melding over Van R.

Er is inmiddels een tuchtzaak tegen Van R. gestart en daarin lijkt het te gaan een schendig van tweede tuchtnorm door Van R.: Deze norm gaat over het algemeen functioneren van de beroepsbeoefenaar. Als het tuchtcollege de klacht gegrond acht, dan kan zij een maatregelen die publiek moet worden gemaakt en daarmee zichtbaar wordt in het overzicht van zorgverleners(PDF | 453kB) aan wie een maatregel of bevel is opgelegd. Dit kan echter nog maanden duren.

Vandaag werd bekend dat de psychiater niet meer verder kan werken bij GGZ de Hoop en wellicht weer op zoek gaat naar een nieuwe baan als psychiater. En juist nu is het nog steeds niet, voor een breed publiek,  duidelijk om welke psychiater het gaat.

Volgens minister Schippers en IGZ inspecteur van Diemen is er hard gewerkt om de positie van de patiënt te versterken en de controle op beroepsbeoefenaren te intensiveren en publiekelijk te maken. Maar als zorgverleners als Van R. al bijna drie na zijn veroordeling nog altijd onder de radar kunnen blijven is, zeker nu hij ontslagen is, slecht nieuws voor patiënten en zorgverleners, die in goed vertrouwen patiënten aan een psychiater willen kunnen verwijzen. Het gebrek aan openheid en transparantie rondom deze veroordeelde psychiater is onwenselijk.
Ondanks de inwerkingtreding van de aangepaste Wet BIG per 1 juli 2012 heeft er nog altijd niet toe geleid dat iedereen kennis kan nemen wie deze Van R. is. Ook de aanscherping van het beleid in begin 2013 heeft niet geleid tot een tuchtzaak voor Van R. Het wachten is nog steeds op een beroepsbeperkende maatregel voor Van R.

Ook op Europees niveau bestaat er nog geen verplichting voor de lidstaten om actief informatie over bevoegdheidsbeperkende maatregelen uit te wisselen. De meeste lidstaten kennen registers voor zorgverleners. Echter, slechts een beperkt aantal lidstaten, te weten het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden, kent evenals Nederland een openbaar register voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg waaruit het publiek direct kan opmaken of een zorgverlener al dan niet bevoegd is.