IGZ wil maatregel voor veroordeelde Nijmeegse psychiater

0
569

De IGZ wil maatregel waardoor de voor kinderporno veroordeelde psychiater geen individuele gezondheidszorg kan verlenen aan minderjarigen en patiënten met seksueel deviant gedrag en/of met een (voorgeschiedenis van) seksueel misbruik of andere problematiek van seksuele aard. Vrijdag was de tuchtzaak van  de Nijmeege psychiater Van R., die in maart 2012 werd veroordeeld voor het bezit van 66.000 foto’s en filmpjes. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar. Hij kreeg destijds van de strafrechter geen beroepsbeperking opgelegd. En hij hoefde zich niet voor verplichte therapie bij “De Waag” te laten behandelen maar mocht vanwege zijn werk in therapie bij collega-psychiater Van Z.

Afgelopen vrijdag (6 februari 2015) behandelde het Regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Zwolle de tuchtklacht van IGZ tegen de psychiater. De psychiater werkte tot voor kort bij de christelijke zorginstelling “De Hoop”.  Na Kamervragen en de ontstane onrust onder patiënten en collega’s, legde de psychiater zijn functie neer. TuchtzaakIn de publieke behandeling van de zaak, die de Inspectie voor de gezondheidszorg tegen Van R. aanspande, ging het vooral over de vraag of de psychiater de tweede tuchtnorm geschonden heeft en of de klacht wel ontvankelijk is. Het was vooral een technische discussie waarin er weinig op inhoudelijke feiten werd ingegaan. Deze worden doorgaans al in een eerder stadium op papier uitgewisseld en van een reactie voorzien door beide alle partijen.

De IGZ stelde dat door een maatregel op te leggen, deze publiek moet worden gemaakt en zo bekend wordt wie de psychater is. Hierdoor hebben zorgverleners en patiënten de mogelijkheid een bewuste keus te maken een behandelrelatie met de psychiater aan te gaan, die in het verleden voor een ernstig zedendelict is veroordeeld. IGZ wil dat het tuchtcollege een maatregel aan Van R. oplegt zodat de veroordeelde psychiater geen individuele gezondheidszorg meer kan verlenen aan minderjarigen en patiënten met seksueel deviant gedrag, een (voorgeschiedenis van) seksueel misbruik of andere problematiek van seksuele aard. De psychiater en zijn advocaat zijn het inhoudelijk niet oneens met een beroepsbeperking, maar beroepen zich erop dat de tuchtklacht niet ontvankelijk is. Daarnaast geeft de advocaat van Van R. aan dat de afspraken al met de psychiater zijn gemaakt en dat hij zich aan deze afspraken houdt, hij verleent dus geen individuele gezondheidszorg aan minderjarigen en patiënten met seksueel deviant gedrag, een (voorgeschiedenis van) seksueel misbruik of andere problematiek van seksuele aard.

Punt van ergernis bij Van R. en zijn advocaat was vooral dat het drie jaar heeft geduurd voordat de voor kinderporno veroordeelde psychiater Van R. zich voor de medische tuchtrechter moet verantwoorden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg geeft toe dat zij laat is met haar tuchtklacht tegen Van R. Reden, zo verklaart de advocaat van de IGZ: zijn zaak is “op de grote stapel beland”.

De inspectie zei ter zitting dat ze prioriteit had gegeven aan andere zaken dan die van Van R.. Het tuchtcollege wilde daarop weten waarom er nu ineens wel een tuchtzaak gestart is. De antwoorden daarop waren niet heel duidelijk, maar ‘de maatschappelijke ontwikkeling dat dit soort veroordelingen niet geaccepteerd worden bij zorgverleners’ speelde een rol.

De advocaat van de IGZ zei tijdens haar betoog dat het verwerven, in bezit hebben, verspreiden of bekijken van kinderporno door zorgprofessionals een risico voor de zorg en dermate grensoverschrijdend is en dat dit in strijd is met de professionaliteit en integriteit die van een zorgverlener mag worden verlangd. Dit soort strafrechtelijk handelen kan niet los worden gezien van het handelen als professional. Een patiënt verkeert per definitie in een afhankelijkheidsrelatie en daarmee in een kwetsbare positie ten opzichte van een beroepsbeoefenaar. Een patiënt moet vertrouwen kunnen hebben in de beroepsbeoefenaar en deze moet de vertrouwensband van zijn/haar patiënt niet schaden door zijn privégedragingen. Een patiënt moet ervan op aan kunnen dat een zorgverlener respectvol omgaat met lijf en leden en gedachten van de patiënt.

De advocate van Van R. gaf aan dat het niet duidelijk was dat Van R. alsnog een tuchtzaak kon verwachten. Van R. verklaarde wel dat een medewerker van IGZ hem dat wel in een eerder stadium had medegedeeld. De IGZ is volgens Janine Budding van MedicalFacts heel transparant geweest over de mogelijkheid van een tuchtzaak op termijn. Op 5 april 2013 kreeg Janine Budding  nog een officiële verklaring van de woordvoerder van de Inspectie; Wilbert Ransz. Ransz schreef destijds namens de IGZ de volgende verklaring: “Naar aanleiding van je vragen over psychiater Van R. kan ik je het volgende melden:

Wij hebben in 2012 een melding van het OM over psychiater Van R. ontvangen en in behandeling genomen. Ons onderzoek naar aanleiding van die melding is inmiddels afgerond en in november 2012 is een zogenaamd toezichtsplan gestart. Daarin staat onder andere dat Van R. de IGZ moet informeren als hij weer aan het werk gaat, dat hij niet met kinderen en jongeren mag werken, dat hij per kwartaal de IGZ moet informeren over de voortgang van zijn behandeling en zijn traject bij de reclassering.

Verder kan ik je melden dat de IGZ de mogelijkheden onderzoekt voor het indienen van een tuchtklacht, ondanks het gegeven dat de strafbare feiten buiten de beroepsuitoefening hebben plaatsgevonden.

De tuchtzaak die gisteren diende bij het medisch tuchtcollege in Zwolle, vertoont sterke gelijkenissen met tuchtzaken bij het Tuchtcollege van de Gezondheidszorg van Den Haag en Eindhoven. Zowel het Haagse tuchtcollege als het Eindhovense tuchtcollege oordeelden dat de zorgverleners in hun bevoegdheid moeten worden beperkt vanwege het bezit en veelvuldig bekijken van kinderporno. De Kinderverpleegkundige mag daarom niet meer met kinderen werken en de Osse huisarts is geschrapt uit het BIG-register.

Het tuchtcollege van Zwolle heeft nog geen uitspraak gedaan. Voorlopige uitspraak in de zaak van Van R. is op vrijdag 20 maart 2015

Janine Budding, MedicalFacts