Vrouwen met hartfalen ten onrechte onderbehandeld

0
369

Behandeling hartfalen bij vrouwen effectiever, maar minder vaak voorgeschreven
Vrouwen die lijden aan hartfalen hebben meer profijt van een pacemaker dan mannen, maar krijgen deze minder vaak voorgeschreven. Het gaat om de cardiale resynchronisatietherapie(CRT)-pacemaker, die de hartkamers weer synchroon laat samentrekken en de pompfunctie van het hart verbetert. Dat blijkt uit onderzoek van Robbert Zusterzeel, waarmee hij op woensdag 20 mei hoopt te promoveren aan de Universiteit Maastricht. Op grond van zijn onderzoek pleit Zusterzeel ervoor dat de klinische richtlijnen voor deze behandeling sekse-specifiek worden gemaakt, zodat vrouwen er vaker voor in aanmerking komen.

Vrouwen onderbehandeld
Tussen 20% en 30% van de Nederlanders krijgt te maken met hartfalen, het merendeel van hen is vrouw. In 2011 kwam dit neer op meer dan 140.000 patiënten, waarvan ruim 80.000 vrouw (57%). In 2012 overleden ruim 4.000 vrouwen en iets meer dan 2.500 mannen aan hartfalen. Zusterzeel: “Er is in Nederland een relatieve onderbehandeling van vrouwen, omdat de huidige klinische richtlijnen voor implantatie van CRT gelden voor mensen ‘in het algemeen’ en naar nu blijkt, ten onrechte niet sekse-specifiek zijn. Vrouwen en mannen krijgen dezelfde behandeling, terwijl de effectiviteit van CRT juist vooral voor vrouwen doeltreffend is.”

CRT-implantatie
Hartfalen wordt gekenmerkt door een verminderde pompfunctie en verwijding van de linker hartkamer. Dat wordt onder andere veroorzaakt door abnormale impulsgeleiding van het hart, waardoor de hartkamers niet-gelijktijdig samentrekken. Om dit probleem op te lossen en het hart weer een betere pompfunctie te geven is correctie van de elektrische impulsgeleiding nodig met behulp van CRT-implantatie.

Behandeling succesvoller bij vrouwen
Uit het onderzoek blijkt dat zich bij vrouwen onder behandeling van CRT minder klachten en sterftegevallen voordoen dan bij mannen. CRT blijkt vooral een effectieve therapie voor patiënten met een zogenoemde linkerbundeltakblok (LBTB) en dit lijkt vaker voor te komen bij vrouwen. “Vermoedelijk komt dit doordat vrouwen een anatomisch kleiner hart hebben en daardoor vaker een LBTB ondervinden dan mannen”, aldus Zusterzeel. Daarnaast verkleinen de ziekteverschijnselen ‘boezemfibrilleren’ en een eerder hartinfarct de effectiviteit van CRT juist; beide factoren komen vaker voor bij mannen dan vrouwen. “Bij de beslissing tot het implanteren van een CRT, moet daarom het geslacht van de patiënt in ogenschouw worden genomen.”

Nieuwe richtlijnen noodzakelijk
Hoewel meer vrouwen lijden aan hartfalen en naar nu blijkt meer profijt hebben van CRT, krijgen ze deze dure behandeling minder vaak dan mannen. Op basis van een rapport van het National Cardiovascular Data Registry (NCDR) Nederland, vonden in 2013 ongeveer 5.500 CRT-implantaties plaats. Van álle pacemakerimplantaties, waaronder CRT, werden er 56% bij mannen uitgevoerd. Zusterzeel: “Het probleem is dat in Nederland te weinig wordt gelet op de verschillen tussen het hart van een man en dat van een vrouw en de bijkomende implicaties voor behandeling van hartfalen. Ik hoop dat het proefschrift bijdraagt aan grotere bewustwording bij artsen ten aanzien van de sekseverschillen en uiteindelijk leidt tot afzonderlijke behandelrichtlijnen voor mannen en vrouwen.”

Robbert Zusterzeel verdedigt zijn proefschrift ‘Bundle Branch Block and Benefit from Cardiac Resynchronization Therapy’ op woensdag 20 mei om 10.00u in de Aula Minderbroedersberg 4-6, Maastricht.

Bron: Universiteit Maastricht

Vorig artikel19 mei Wereld IBD-dag – Zij geven IBD een gezicht
Volgend artikelWereld ALS Dag 2015
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.