Samenwerking IGZ – OM aangescherpt met nieuw protocol

0
779

In het debat over het rapport van de evaluatiecommissie over de gebeurtenissen in Tuitjenhorn op 29 april van dit jaar en kamervragen naar aanleiding van veroordeelden artsen die ondanks zedendelicten door konden blijven werken heeft de minister van VWS toegezegd het aangepaste samenwerkingsprotocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en het Openbaar Ministerie (OM) vóór het zomerreces aan de Kamer aan te bieden. Het aangescherpte protocol is deze zomer beschikbaar gekomen.  Het Samenwerkingsprotocol bevat drie bijlagen aan, te weten: A) het overzicht van wetten op het gebied van de volksgezondheid onder de toezichtstaak van de IGZ; B) de informatieparagraaf tussen de IGZ en het OM; C) de communicatieparagraaf tussen de IGZ en het OM.

tuchtrechtHet “Samenwerkingsprotocol gezondheidszorg 2015” betreft een aanscherping van het Samenwerkingsprotocol 2009 en het bijbehorende informatieprotocol 2009. Uitgangspunt van dit aangepaste Samenwerkingsprotocol is dat de IGZ vanuit haar verantwoordelijkheid voor de patie?ntveiligheid en het OM vanuit de verantwoordelijkheid voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten binnen de wettelijke kaders samenwerken door elkaar tijdig informatie te verstrekken, door af te stemmen over de meest effectieve en proportionele inzet van het handhavinginstrumentarium en af te stemmen over de communicatie met betrekking tot lopende onderzoeken. In het bijzonder zijn in dit Samenwerkingsprotocol afspraken opgenomen over afstemming in geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners, gegevensverstrekking in geval van veroordeling van zorgverleners voor (voltooide) ernstige zeden- of levensdelicten begaan in de privesfeer, onderlinge verstrekking van (medische) gegevens en de wijze van afstemming in verschillende fasen van een onderzoek.

Het aangescherpte Samenwerkingsprotocol bevat nieuwe elementen in de samenwerking tussen de IGZ en het OM. Partijen zullen gezamenlijk op basis van een substantie?le hoeveelheid casus, maar in ieder geval na een jaar, de werking van het Samenwerkingsprotocol evalueren. In deze evaluatie zal ondermeer worden betrokken of partijen knelpunten ervaren in de samenwerking en wat de maatschappelijke effecten van de gewijzigde werkwijze zijn.

De nieuwe afspraken die zijn vastgelegd gaan over hoe beide partijen omgaan met gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners. Zo staat er bijvoorbeeld in het protocol dat een medewerker van de IGZ ambtshalve aangifte kan doen van een zedendelict door een zorgverlener, als de instelling of het slachtoffer dit niet heeft gedaan. Ook zijn er nadere afspraken gemaakt voor gevallen van veroordeling van zorgverleners voor ernstige zeden- of levensdelicten begaan in de privésfeer. Voor deze delicten in de privésfeer geldt dat het OM afstemming moet zoeken met de IGZ als er twijfel bestaat of het feit relevant is voor de beroepsuitoefening. Wanneer dat het geval is, is sterk casusafhankelijk.

Documenten over het nieuwe samenwerkingsprotocol (rijksoverheid.nl)