Hulp aan het kind voorop in de Week tegen Kindermishandeling

0
1117

De Week tegen Kindermishandeling (16 t/m 21 november) vraagt aandacht voor slachtoffers van kindermishandeling. Iedereen, van buurvrouw tot onderwijzer, wordt gevraagd in actie te komen tegen kindermishandeling. De KNMG steunt dit initiatief. Directe hulp voor het kind heeft de eerste prioriteit.

De Week tegen Kindermishandeling, initiatief van Taskforce Kindermishandeling, vraagt aandacht voor hulp aan het mishandelde kind en doet een beroep op mensen in de nabije omgeving van het kind die íets kunnen betekenen. Artsenfederatie KNMG steunt het initiatief en zet net als de Taskforce Kindermishandeling in op een stevige aanpak van kindermishandeling.

Het organiseren van directe hulp rondom het kind zijn hierbij van wezenlijk belang. Zoals de campagne stelt, kan slechts één persoon al het verschil maken in het leven van een kind dat slachtoffer is van mishandeling. Evenzo is het van levensbelang om zorgvuldig te handelen en advies in te winnen voor het organiseren van hulp.

Zorgplicht voorop!
In de afgelopen maanden zijn vanuit de politiek voorstellen gedaan voor een stevigere aanpak van kindermishandeling. Dat de aanpak een uiterst complexe zaak is, blijkt uit op het oog logische voorstellen die, bij nadere beschouwing, negatieve effecten kunnen hebben op de signalering en hulpverlening. Het voorstel voor een ‘meldplicht Kindermishandeling’ zegt dat elke arts, als kindermishandeling niet kan worden uitgesloten, verplicht het gezin moet melden bij Veilig Thuis. Veilig Thuis pakt de melding op, onderzoekt de situatie en keert dan terug naar de lokale context van het betreffende gezin om hulp vorm te geven.

De KNMG is ervan overtuigd dat dit voorstel een averechts effect heeft in de strijd tegen kindermishandeling. Een meldplicht is geen oplossing in het belang van het kind. Kern van ons bezwaar is dat de vertrouwensrelatie tussen arts en gezin wordt geschaad. Ouders zullen niet meer openlijk over hun problemen durven praten en zelfs zorg gaan mijden wanneer zij weten dat een arts direct ‘aangifte’ doet. Het mishandelde kind is hiervan de dupe; het kind komt dan écht onder de radar.
Betere zorg aan het kind

Een toename van meldingen bewijst niet persé betere zorg aan het kind. De vrijwillige hulpverlening, die bij de meeste kindermishandelingsproblematiek de beste aanpak vormt om mishandeling te stoppen, wordt door een meldplicht ondermijnd. Tenslotte zal een meldplicht zorgen voor een lawine aan (meest uiteenlopende) meldingen. De afhandeling hiervan gaat ten koste van de kinderen die de hulp van Veilig Thuis het hardst nodig hebben. Melden is slechts een middel en mag nooit en te nimmer een doel op zich worden.

Als alternatief voor de meldplicht wordt ook wel geopperd om een ‘registratieplicht op naam van het kind bij Veilig Thuis’ in te voeren. Deze registratie vindt plaats wanneer een professional of burger advies inwint bij Veilig Thuis of vraagt om de inzet van hulp, met het doel dat bij meerdere meldingen een meer compleet beeld ontstaat van de situatie en haar geschiedenis. Dit alternatief biedt echter geen oplossing voor de bezwaren die KNMG tegen de meldplicht heeft. Ook een registratieplicht schaadt de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt. Feitelijk wordt het gezin ook hier aangemeld bij Veilig Thuis, wat hulpverlening aan het kind en het gezin evenzeer bemoeilijkt en een negatief effect heeft op de toegankelijkheid van zorg.

Toewerken naar toename van terechte meldingen
De KNMG pleit voor het intensiveren van het gebruik van de meldcode. De arts is verplicht om bij signalen van kindermishandeling de meldcode te doorlopen. Het verplicht vragen van advies aan (de vertrouwensarts van) Veilig Thuis vormt de sleutel tot een succesvollere aanpak. Op deze wijze kan in een vroeg stadium met behulp van deskundig advies van Veilig Thuis en in samenwerking met collega-professionals laagdrempelig hulp voor het kind en gezin worden opgestart en gemonitord. De vertrouwensrelatie wordt niet op het spel gezet. Meerdere zwakke signalen worden door deze samenwerking gebundeld tot sterke signalen, die leiden tot het direct organiseren van de juiste hulp. Die gevallen waarbij dit niet een afdoende aanpak is, worden gemeld. De ervaring leert dat met goede advisering het aantal terechte meldingen bij Veilig Thuis stijgt.
Politiek: zorg voor voldoende vertrouwensartsen

De Meldcode Kindermishandeling is een toereikend en krachtig instrument om vermoedens van kindermishandeling op een zorgvuldige manier aan te pakken. Het terugdringen van kindermishandeling vraagt om het niet vrijblijvend zetten van stappen, maar om bewuste monitoring en organisatie van de juiste hulp. Het vragen van advies bij Veilig Thuis is een verplichte stap in de KNMG meldcode. Het veld maakt zich sterk voor het intensiveren van de adviesvragen aan Veilig Thuis. Door heel Nederland nemen artsen het voortouw om in hun regio of in hun organisatie het overleg met Veilig Thuis structureel te organiseren en tot multidisciplinaire samenwerking te komen. Dit verbetert het vroegtijdig signaleren en aanpakken van kindermishandeling. Een randvoorwaarde om dit te laten slagen is dat er voldoende vertrouwensartsen bij Veilig Thuis werken. Zoals veelvuldig aangekaart, is dit nu nog niet het geval. KNMG roept de politiek op om te zorgen voor voldoende vertrouwensartsen bij Veilig Thuis.

Deuren open tijdens de Week tegen Kindermishandeling
Artsen nodigen de politiek uit om een kijkje te komen nemen op de werkvloer en kennis te nemen van nieuwe aanpak in relatie tot concrete actuele casuïstiek. Tweede Kamerleden brengen tijdens de Week tegen Kindermishandeling bezoeken aan initiatieven in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, bij de opening van het Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling Kennemerland in het Spaarne ziekenhuis in Hoofddorp en GGD Twente in Enschede. Deze initiatieven laten zien dat met laagdrempelige, multidisciplinaire samenwerking en intensief overleg met Veilig Thuis de hulp verleend wordt op die plekken waar het moet: dichtbij het kind en het gezin.

Bron: KNMG