Prednisolon zorgt waarschijnlijk voor betere donornier

Proefdieronderzoek laat zien dat het toedienen van prednisolon kort voor het overlijden een beschermend effect heeft op de nieren. Een vergelijkbaar beschermend effect treedt echter niet op wanneer prednisolon wordt toegediend nadat er geen hersenactiviteit meer is. Dat stelden Bo Liu en zijn collega’s vast. Door een groot tekort aan donororganen – mensen overlijden terwijl ze op de wachtlijst staan – zoeken wetenschappers naar manieren om de weinige organen die er wel zijn zo goed mogelijk te kunnen gebruiken.

Nederland maakt, samen met de andere landen in de Benelux, deel uit van Eurotransplant, een samenwerkingsverband van acht Europese landen. Daarin zijn in 2013 3.183 niertransplantaties uitgevoerd, terwijl er in dat jaar meer dan drie keer zoveel mensen (10.575) op de wachtlijst stonden.

Ook in de Verenigde Staten is het tekort aan donororganen groot. De meeste donornieren zijn afkomstig van donoren die hersendood zijn verklaard – dat wil zeggen dat er geen hersenactiviteit meer plaatsvindt. Hersendood is een proces dat leidt tot grote veranderingen in de bloeddrukregulatie en in de hormonale huishouding. Ook treden er ontstekingsmechanismen in werking die belangrijke en transplanteerbare organen zoals de lever en de nieren nadelig beïnvloeden.

Wereldwijd bestuderen wetenschappers hoe de nadelige effecten van hersendood op de organen tegengegaan kunnen worden. Het onderzoek van Bo Liu past in deze context. In proefdieronderzoek onderzochten hij en zijn collega’s welk effect het toedienen van het ontstekingsremmende medicijn prednisolon heeft op de organen voor- en nadat er geen hersenactiviteit meer is. Alleen in het eerste geval blijkt het medicijn een ontstekingsreactie te kunnen onderdrukken. Ook bestudeerde Liu de rol van twee belangrijke ontstekingsfactoren (IL-6 en TNF-?) in ons lichaam, maar het blokkeren van deze factoren voor het overlijden bleek niet te leiden tot een betere nierfunctie. Hij concludeert dat beide ontstekingsfactoren zowel schadelijke als beschermende rollen hebben. Een potentieel succesvolle therapie moet volgens de promovendus dan ook gebaseerd zijn op ‘selective targeting’ – het tegengaan van ongewenste effecten van de centrale ontstekingsfactoren met behoud van de gunstige effecten.

Bo Liu (1974) studeerde Geneeskunde aan de universiteit van Tianjin in Chinia. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek binnen onderzoeksinstituut GUIDE van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd bekostigd met een Bernouilli-beurs. Liu werkt als neurochirurg in het ziekenhuis van de Tianjin Medical University (China). De titel van zijn proefschrift is: “Targeting inflammatory response in the brain dead donor”.

Bron: UMCG